Ethnic cleansing

De Duitse president, Roman Herzog, heeft onlangs een officieel bezoek gebracht aan Namibië. Duitsland heeft met dat land een bijzondere band, want van 1884 tot 1914 was het een Duitse kolonie en er wonen nog altijd enkele duizenden Duitssprekenden die van de kolonisten uit die tijd afstammen. Duitsland had in dat deel van Afrika overigens nauwelijks iets te zoeken, evenmin als de andere Europese landen dat hadden. De belangstelling voor het gebied was dan ook zeer beperkt.

Het droge, dorre en moeilijk toegankelijke land werd bevolkt door twee nomadische volken, de Herero en de Khoikhoi (de laatsten vroeger beter bekend als Hottentotten). Het commerciële belang van de regio lag in de guano, die echter niet in Namibië zelf maar op de eilanden voor de kust was te vinden. Deze natuurlijke mest van uitwerpselen en andere overblijfselen van vogels was vóór de opkomst van de kunstmest een belangrijk product. Het ideologisch belang van Afrika lag in de verbreiding van het christendom, maar de Duitse zendelingen die er actief waren, hadden weinig succes vooral wegens de voortdurende conflicten tussen Herero en Khoikhoi. Dat Namibië een Duitse kolonie werd, kwam dan ook, zoals zo veel in de wonderlijke geschiedenis van de deling van Afrika, door het initiatief van één man. Die man was in dit geval Franz Adolf Eduard Lüderitz. Lüderitz was de zoon van een rijke tabakshandelaar uit Bremen. Hij was een jongeling die groots en meeslepend wilde leven en zichzelf voor meer dan de tabakshandel geschikt achtte. Hij was uit op avontuur en het avontuur lokte in die tijd vooral in Afrika. Zijn oog viel dan ook op Zuidwest-Afrika. Een vriend en compagnon, Heinrich Vogelsang, ging hem vooruit. Deze kocht op 1 mei 1883 een stuk land van de Hottentotse koopman Joseph Fredericks. In augustus van datzelfde jaar werd een nieuwe aankoop gedaan waardoor 'Lüderitzland', zoals de nieuwe bezitting inmiddels was gaan heten, een gigantische uitbreiding van grondgebied ondervond. De kuststrook besloeg nu zo'n 400 kilometer, met een diepte van 150 kilometer. Een jaar later besloot de toenmalige Duitse Rijkskanselier, Bismarck, het gebied onder Duitse bescherming, Reichsschutz, te stellen. Dit leidde tot enige internationale verbazing, omdat Bismarck als antikoloniaal bekend stond, en derhalve ook tot enige diplomatieke strubbelingen. Maar Bismarck zette door en in augustus 1884 werd Zuidwest-Afrika een Duitse kolonie. De eerste gouverneur van het gebied was Dr. H. Goering, de vader van de later zo bekende Hermann Goering.

Tot zover is de geschiedenis nogal klassiek: een particulier initiatief gevolgd door een overname door de staat. Even klassiek is het verhaal dat hierop volgde, namelijk dat hierna de moeilijkheden pas goed begonnen en dat die moeilijkheden uitliepen op oorlog. In 1903 kwamen de Khoikhoi in opstand en een jaar later ook de Herero. Deze laatste opstand zou leiden tot een van de bloedigste conflicten uit de koloniale geschiedenis. De achtergrond van het conflict lag in twee zaken. In de eerste plaats was er de verzwakking van de Hererogemeenschap als gevolg van een runderpestepidemie, die hun veestapel decimeerde. In de tweede plaats was er de strijd om de grond tussen de Herero en de kolonisten. Wat dat laatste betreft, was de situatie overigens gecompliceerd, want toen de opstand uitbrak, was er in feite geen gebrek aan gronden en dus ook geen reden voor een conflict hierover. Het conflict ontstond echter toch, enerzijds als gevolg van de vrees van de Herero dat er nooit meer een eind zou komen aan het verlies van hun gronden en anderzijds als gevolg van de vrees bij de Duitse kolonisten dat de Herero een opstand tegen hen voorbereidden. Het ontstaan van de oorlog was dus om zo te zeggen een selffulfilling prophecy.

Wat de Duitse oorlog tegen de Herero uniek maakte, was het feit dat het een officieel aangekondigde uitroeiingsoorlog zou worden. Op zondag 2 oktober 1904, na de kerkdienst, sprak de Duitse bevelhebber generaal von Trotha zijn officieren toe en las hun de proclamatie voor die hij voor de Herero had opgesteld. Deze luidde als volgt: 'Ik, de grote Generaal van de Duitse troepen zend deze brief aan het volk van de Herero. De Herero zijn niet langer Duitse onderdanen [...]. Het volk van de Herero moet het land verlaten [...]. Binnen de Duitse grenzen zal iedere Herero, met of zonder geweer, met of zonder vee, worden doodgeschoten. Ik zal vrouwen en kinderen niet langer sparen. Ik zal ze terugsturen naar hun volk of ik zal op ze laten schieten. Dit zijn mijn woorden tot het volk van de Herero. De grote Generaal van de machtige Duitse Keizer'. Deze proclamatie is als het Vernichtungsbefehl de geschiedenis ingegaan. Het is wellicht de eerste officiële aankondiging van genocide.

Het bevel werd naar de letter uitgevoerd. Verreweg het grootste deel van de bevolking werd uitgemoord. Een ander deel verliet het land. Een klein deel ten slotte bleef verstrooid over Zuidwest-Afrika achter. De Hererogemeenschap, zoals die voor de oorlog bestond, was hiermee vernietigd. Het wonderlijke is echter dat de Herero desondanks hun samenleving in stand wisten te houden. De vooroorlogse gemeenschap was vernietigd, maar de overlevenden pasten zich aan de nieuwe situatie aan. Zij richtten zich op de zending en het leger en wisten zo te overleven. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Duits Zuidwest-Afrika door Britse troepen werd bezet, maakten de Herero gebruik van de hierdoor ontstane nieuwe mogelijkheden. Zij namen in verschillende afgelegen delen van het land gronden in bezit. Na de Eerste Wereldoorlog werd Namibië een mandaat van de Volkenbond en kwam het onder gezag van de regering van Zuid-Afrika. De nieuwe overheersers waren niet uit op nieuwe conflicten met de Herero en aanvaardden de bestaande situatie. In de jaren twintig kwamen de verschillende restanten van het volk weer met elkaar in contact. Toen bleek dat, ondanks alles, een Hererogemeenschap met een eigen identiteit was blijven bestaan. Het fascinerende verhaal van de vernietiging en de overleving van de Herero is te vinden in het boek van Jan-Bart Gewald: Herero Heroes. A Socio-Political History of the Herero of Namibia, 1880-1923, dat binnenkort bij James Currey in Engeland zal verschijnen (het verscheen eerder, in 1996, onder de titel Towards Redemption als proefschrift in Leiden).

Het Duitse optreden tegen de Herero was uitzonderlijk. Er zijn weliswaar ook andere koloniale oorlogen gevoerd met verschrikkelijke gevolgen, maar die waren niet op uitroeiing doch op afstraffing of onderwerping gericht. Ook het idee van eliminatie als oplossing voor een koloniaal conflict is wel eens eerder geopperd, bijvoorbeeld door de Nederlandse auteur L.W.C. van den Berg, die naar aanleiding van de Atjehoorlog in De Gids over de Atjehers schreef: 'niet meer op hunne assimilatie, maar op hunne eliminatie moet onze politiek gericht zijn'. Maar een exclamatie in een letterkundig maandblad is nog wel wat anders dan een officiële proclamatie, waarin de verantwoordelijke generaal het bevel tot uitroeiing geeft. Voor zover bekend, is een dergelijk bevel uniek in de geschiedenis van het moderne imperialisme.