De vorkjes van de oliemagnaat

In museum Boijmans Van Beuningen is vanaf zondag een van de grootste bestek-collecties van Europa te zien. Acht eeuwen bestek worden in beeld gebracht.

Last Supper, 800 jaar Europees eetbestek. Vanaf zo 29 mrt in museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Entree ƒ 7,50, 4 t/m 15 jr/CJP/65+ ƒ 4. Di t/m za 10-17u, zo- en feestdagen 11-17u, ma en 30 april dicht. Inl 010-4419400.

Hoe betrekkelijk zijn tafelmanieren! Tot het jaar 1500 was slurpen in Europa heel gewoon, tot circa 1600 keek niemand vreemd op als je met de punt van je mes in je kiezen peuterde of met je vingers in de zoutpot zat en tot ver in de 17de eeuw was je een aansteller als je je bestek niet wenste te delen met tafelgenoten. De vork gold tot in de 18de eeuw als nieuwerwetsigheid uit Italië, waar ze toen overigens al zes eeuwen werd gebruikt om kleverige vingers te voorkomen.

Terwijl in West-Europa zowel arm als rijk tot in de late Middeleeuwen met de vingers at, was de vork al eeuwenlang bekend in het oostelijk deel van het Middellandse-Zeegebied. Daar prikte men zoete gerechten aan een vork. Vermoedelijk in de elfde eeuw raakte de vork via Constantinopel in zwang bij rijke Italianen. Ook in de boedelinventaris van Jacoba van Beieren (15de eeuw) komen 'cristallen gavelkens' (vorkjes) voor, die werden gebruikt om gember te eten.

De geschiedenis van het bestek komt uitgebreid in beeld op de tentoonstelling Last Supper, 800 jaar Europees eetbestek die vanaf zondag 29 maart is te zien in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Aan een gigantische, gedekte tafel, die tevens dienst doet als vitrine, kunnen 32 bezoekers tegelijk aanschuiven om een van de grootste en mooiste particuliere bestek-verzamelingen van Europa te bewonderen.

De collectie van circa duizend messen, vorken en lepels werd bijeengebracht door Klaus Marquardt, voormalig directeur van de Duitse oliemaatschappij Aral. De verzameling-Marquardt bevat stukken van de vroege Middeleeuwen tot circa 1930 en varieert van zeer alledaags houten bestek (zeer zeldzaam omdat het meestal is vernietigd of vergaan na langdurig gebruik) tot met goud, edelstenen en ivoor versierde messen, vorken en lepels. Te zien zijn onder meer 17de-eeuwse zilveren herdenkingslepels uit Nederland, 16de-eeuwse messen van hout en metaal die boven water zijn gekomen bij opgravingen rond de Schelde, alsmede een verzameling Art Deco bestek, onder meer van de Nederlandse ontwerper Henry van de Velde.

Niet alleen tafelmanieren, ook bestek blijft betrekkelijk. Uit onderzoek van de UNESCO, enkele decennia geleden, blijkt dat nog steeds het merendeel van de wereldbevolking met de handen of met stokjes eet. Bij ons is het al weer ruim 250 jaar geleden dat Justus van Effen, tegen de toen heersende zeden in, in De Hollandsche Spectator pleitte voor het gebruik van één glas en het eten met de vingers wanneer men met 'eerlijke en reine luiden' eet.