De NAVO moet solidair zijn

De samenwerking in de NAVO is niet alleen gebaseerd op een geopolitiek belang, maar ook uiting van eenzelfde geestesgesteldheid. Václav Havel is van oordeel dat daarom, behalve de huidige kandidaat-lidstaten Tsjechië, Polen en Hongarije, ook andere Oost-Europese landen met een democratische gezindheid moeten kunnen toetreden.

Er is veel gebeurd sinds de poëtische, hooggestemde, euforische dagen na de val van het communisme. Die dagen van plotseling verworven vrijheden, van grootse, veelal zeer naïeve verwachtingen. Acht jaar later zijn enthousiasme, zelfopoffering en solidariteit allang weer weggeëbd - althans in mijn land, want ik wil niet voor andere landen spreken. We leven nu in een harde postcommunistische realiteit, de door tientallen jaren van communisme ingekerfde kwaden zijn manifest geworden en we zijn er veelal machteloos tegen.

Deze veranderingen betekenen niet dat alles in de uitgesleten sporen terugzakt. Integendeel: wat toen een mooie droom was, haast een carnavalsstemming opriep, en wat we in onze naïeve verwachting meenden dat eensklaps werkelijkheid zou worden, begint ondanks alle moeilijkheden wel degelijk gestalte te krijgen. Het proces wordt niet langer als een wonder beschouwd, maar als vanzelfsprekend geaccepteerd.

In de jaren dat we ons als 'dissidenten' verzetten tegen een totalitair bewind, waren we het er waarschijnlijk unaniem over eens dat een van onze doelen de ontbinding van het Warschaupact was, dat machtsmiddel van het Sovjet-imperialisme. Wat voor nieuwe vorm de collectieve Europese veiligheid moest krijgen stond ons minder helder voor ogen. Velen zagen de NAVO als een pendant van het Warschaupact, opgericht door de democratieën om zich gezamenlijk te beschermen tegen de uitbreiding van de communistische overheersing, een pendant die zijn bestaansrecht zou verliezen zodra de tegenstander zou ophouden te bestaan. Ervoor in de plaats dacht men zich een nieuw bondgenootschap voor een pan-Europese veiligheid, en de naïefsten onder ons geloofden dat in het nieuwe tijdperk van louter democraten elk defensief bondgenootschap overbodig zou zijn.

Langzamerhand won de rede het pleit. De NAVO moest veranderen wilde ze niet tot een lachwekkend clubje Koude-Oorlogsveteranen worden. Toelating tot het lidmaatschap van de nieuwe democratieën zou van de NAVO een pan-Europees lichaam voor collectieve defensie maken. Wanneer de uitbreiding en de daarmee samenhangende metamorfose zijn voltooid, zal Europa waarachtig kunnen vooruitblikken op een bestaan in vrede, veiligheid en vrijheid, met een interne orde gebaseerd op rechtvaardige beginselen.

Maar Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek, de eerste drie postcommunistische nieuwe lidstaten van de NAVO, kunnen als lid alleen van nut zijn als we ingrijpende praktische veranderingen aanbrengen in onze defensiesystemen. Alle wetgeving aangaande veiligheid en de strijdkrachten moet worden aangepast aan de NAVO-standaarden. We moeten onze bevelhebbers een andere denkwijze bijbrengen, en er moet veel worden gedaan aan wat heet 'interoperabiliteit', vooral waar het gaat om controle en communicatie. Structurele veranderingen in onze strijdkrachten zijn nodig. Onze bewapening moet geleidelijk worden gemoderniseerd.

Dit alles zal kostbaar zijn, maar minder kostbaar dan een geïsoleerde defensie - een tot mislukking gedoemd isolement. Deze kwesties zijn thans dagelijks onderwerp van politieke discussies, toch zijn zij naar mijn mening niet de belangrijkste.

Het woord bondgenootschap heeft diverse betekenissen. Het kan betekenen dat twee of meer landen zich aaneensluiten tegen een gemeenschappelijke vijand, of juist om een ander land binnen te vallen en te veroveren. De structuur van zo'n bondgenootschap is principieel gesloten - het is een structuur waarin macht belangrijker is dan normen en waarden. Zulke bondgenootschappen kunnen bestaan uit landen met zeer uiteenlopende politieke stelsels, want wat hen bindt zijn geen waarden, maar de wil om hun macht te handhaven of te versterken, hetzij ter bescherming van de eigen grenzen hetzij, wat erger is,ter wille van gebiedsuitbreiding.

Een bondgenootschap als de NAVO is noodzakelijkerwijs anders van aard, want het is bedoeld ter bescherming van de normen en waarden van hen die het met zijn strijdmacht beschermt: de mensenrechten, de rechtsstaat, democratie, vrijheid van meningsuiting en de markteconomie. Daarom is de NAVO erop gericht niet alleen nationale soevereiniteit of geopolitieke belangen te beschermen, maar tevens bepaalde vormen van cultuur en beschaving. De principiële cohesie van zo'n bondgenootschap berust dus niet louter op afwegingen van geopolitiek belang, of op verdediging tegen potentiële vijanden, maar op iets veel wezenlijkers, namelijk solidariteit.

Het is mijn vaste overtuiging dat de NAVO zichzelf als zodanig ziet - als een bondgenootshap van solidariteit tussen hen die dezelfde waarden huldigen, het beginsel van solidariteit en openheid dat wortelt in het wezen van die waarden. Want iemand die de mensenrechten en de vrijheid alleen in eigen land eerbiedigt is moeilijk voor te stellen. Openheid en het solidariteitsbeginsel behoren tot de essentie van de NAVO en zijn als zodanig vastgelegd in de tekst van het Verdrag van Washington waarin het voornemen tot uitbreiding van de NAVO is geformuleerd.

Het NAVO-lidmaatschap betekent niet slechts bescherming van de veiligheid, met als tegenprestatie de dure verplichting de bereidheid een ander land te verdedigen in ruil voor de bereidheid van dat andere land om ons te verdedigen. Voor mij is de NAVO niet louter een transactie of een zakelijke relatie, maar ook een uiting van de geest. De geest van vrijheidsliefde, van solidariteit, van de wil ons gemeenschappelijk cultuurgoed gezamenlijk te beschermen, van een eendracht die niet opportunistisch, maar uitgesproken moreel van aard is.

Het zou volgens mij tegen de geest van dit bondgenootschap, tegen het beginsel van de openheid, indruisen wanneer we, voldaan over de eigen uitnodiging, hen die niet zijn uitgenodigd links lieten liggen. Het gezond verstand zegt ons dat niet alle kandidaat-lidstaten van de NAVO tegelijk kunnen worden toegelaten - dat zou waarschijnlijk de ineenstorting van het bondgenootschap tot gevolg hebben. Toch moet nog eens worden herhaald dat het lidmaatschap van de NAVO openstaat voor alle Euro-Atlantische democratieën. Geen land is er om enigerlei tactische reden van uitgesloten. Roemenië en Slovenië komen aan de beurt, en ook de drie Baltische landen. Ook andere landen in Europa, zelfs de Oekraïne, zullen wellicht ooit het lidmaatschap aanvragen.

Dat kan alleen wanneer het uitbreidingsproces van de NAVO hand in hand gaat met de versterking van het partnerschap met de Russische Federatie. Achttien jaar geleden introduceerden de Polen het woord Solidariteit met een hoofdletter S in de geschiedenis van de twintigste eeuw. Thans moet Solidariteit met een hoofdletter S ook de spil van de NAVO vormen.