Buitenlandse druk komt premier Prodi goed uit

Italië viert een bescheiden feestje nu toelating tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) zo goed als zeker is. “We hebben veel offers gevraagd, maar de Italianen hebben begrepen dat dit een gemeenschappelijk doel was”, aldus premier Prodi. Hij waarschuwt tegelijk dat de inspanning niet mag verslappen.

ROME, 26 MAART. Opgelucht en blij geloven de Italianen dat premier Romano Prodi alvast een nieuwe race-fiets kan bestellen. Prodi, die vrijwel iedere zondagmorgen in het zadel gaat, wil zijn twaalf jaar oude karretje vervangen door een nieuwe als Italië lid wordt van de EMU, als een persoonlijke beloning. Gisteren hield hij het bij spumante, zonder fotografen, omdat het eigenlijke besluit pas begin mei valt. Maar feest was het wel.

“Voor niemand is het zo'n inspannende en moeilijke taak geweest als voor Italië,” zei Prodi 's middags in een korte toespraak. Hij herinnerde eraan dat toen hij in mei 1996 aan de macht kwam, Italië aan geen van de EMU-voorwaarden voldeed. “We hebben veel offers gevraagd, maar de Italianen hebben begrepen dat dit een gemeenschappelijk doel was voor heel het land.”

De journalisten waren van de anonieme perszaal op palazzo Chigi, het Italiaanse Catshuis, meegenomen naar een van de sjiekste zalen. Met op de achtergrond een wandtapijt van Alexander de Grote die een leeuw overwint, beloofde Prodi dat Italië zal doorgaan op de ingeslagen weg van bezuinigen en sanering.

“We kunnen onze aandacht niet laten verslappen,” zei hij. “We moeten de coherentie handhaven die we de afgelopen jaren hebben gehad, om met opgeheven hoofd in het verenigde Europa te blijven en de groei te stimuleren.”

Prodi ging niet in op de bedenkingen tegen Italië. De externe druk komt hem niet slecht uit. Uit nationale trots wil Prodi het beeld vermijden dat Italië onder voogdij staat. Maar tegelijkertijd gebruikt hij de buitenlandse pressie als een binnenlands-politiek wapen.

Zonder de euro-deadline zou het ondenkbaar zijn geweest de overheidsfinanciën in deze mate en in dit tempo te saneren. Traditioneel wortelt het enthousiasme in Italië voor Europa in het gevoel dat hierdoor veranderingen mogelijk worden waartoe de binnenlandse politiek niet bij machte is.

Bovendien bestaan er in brede kring begrip voor de twijfels. Er is eerder bezwaar tegen de toon dan tegen de inhoud. Eerder deze maand zei de voorzitter van de Milanese beurscommissie, Tommaso Padoa-Schioppa: “We zijn net als iemand die nadat hij jarenlang in staat van dronkenschap heeft geleefd, zweert dat hij van de drank is, omdat hij 48 uur lang geen fles heeft aangeraakt.”

Dat verklaart de twijfels over de duurzaamheid. Gaat Italië door op deze weg? Ook in Rome blijft dit een vraagteken. Aan de intenties van Prodi en minister van Schatkist Carlo Azeglio Ciampi, de eigenlijke architect van de grote sprong voorwaarts, bestaat geen twijfel. Maar de druk is groot. De Italiaanse Volkspartij, de tweede partij binnen de coalitie, stelt het proces van privatisering ter discussie omdat zij te weinig 'eigen' mensen op sleutelposten overhoudt. De Democratische Partij van Links, de grootste regeringspartij, wil meer uitgeven voor bestrijding van de werkloosheid, vooral in het zuiden. En de communisten, die het kabinet extern steunen, zeggen dat ze een fors verlanglijstje op tafel zullen leggen als Italië definitief binnen is.

Ciampi heeft gewaarschuwd dat geld voor overheidsinvesteringen in het zuiden alleen kan komen uit de besparingen op de rente. Daar is wel enige ruimte, want vorig jaar zijn de rente-uitgaven met ongeveer 45 miljard gulden gedaald, naar ongeveer 180 miljard gulden.

Een verwante vraag is de politieke stabiliteit. Blijven we langer dan 35 uur in Europa, vraagt Il Sole 24 Ore zich vanmorgen af. Dat is een verwijzing naar het omstreden wetsvoorstel voor een 35-urige werkweek, de prijs die het kabinet vorig najaar aan de communisten moest betalen om een politieke crisis te voorkomen. Prodi bedankte gisteren uitdrukkelijk de rechtse oppositie, maar die lijkt niet bereid om het kabinet te redden als dat door de communisten in de steek wordt gelaten.

Politieke stabiliteit is essentieel bij het terugdringen van de enorme staatsschuld. Dat is een proces dat een generatie zal vergen. Ciampi heeft begin dit jaar twee schema's hiervoor gepresenteerd. In het gunstigste geval is de schuld binnen tien jaar teruggebracht tot de Emu-norm van 60 procent van het bruto nationaal product. Maar de groeicijfers die hierbij worden gebruikt, zijn vrij hoog. Vijftien tot twintig jaar is een reëlere verwachting. Dat betekent een periode van begrotingsdiscipline zoals Italië nog nooit heeft gekend. Of Prodi en Ciampi, en hun opvolgers, hierin zullen slagen, zal mede afhangen van de manier waarop zij de buitenlandse druk als een argument kunnen gebruiken.