Belgrado krijgt nieuw ultimatum

BONN, 26 MAART. De Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië hebben gisteren Joegoslavië een nieuw ultimatum van vier weken gesteld om de crisis in Kosovo aan te pakken, maar geen nieuwe sancties afgekondigd.

Dit besloten de zes ministers van Buitenlandse Zaken van de internationale Contactgroep voor ex-Joegoslavië tijdens moeizaam beraad in Bonn. De VS wilden met steun van Groot-Brittannië verdere sancties treffen tegen de Joegoslavische president MiloviEÉc, maar de drie overige Westerse landen en vooral Rusland waren daar tegen. Rusland ging na urenlang overleg wel alsnog akkoord met een wapenembargo tegen Belgrado, waarover de Veiligheidsraad van de VN zich op uiterlijk 31 maart moet uitspreken. Moskou was hier twee weken geleden na zware Westerse druk tijdens spoedberaad in Londen ook al mee akkoord gegaan, maar blokkeerde dit daarna alsnog in de V-raad.

De zes landen dreigen MiloviEÉc met “verdere maatregelen” als hij over vier weken niet heeft voldaan aan de eisen die hem in Londen al zijn gesteld en als de dialoog met de Albanese leiders niet op gang is gekomen. Het gaat hierbij vooral om bevriezing van de buitenlandse bezittingen van Servië. De Contactgroep stelde MiloviEÉc deze sanctie al op 9 maart in Londen in het vooruitzicht als hij niet binnen tien dagen een aantal eisen zou inwilligen, waaronder terugtrekking van zijn veiligheidstroepen uit Kosovo en het op gang brengen van een dialoog met de Albanezen.

“Ik wil niet doen alsof de Contactgroep het over alles eens is geworden”, zei de Amerikaanse minister Albright gisteren op een persconferentie. Maar zij en andere ministers wezen er op dat de eenheid van de Contactgroep bewaard was gebleven. Albright sprak van een “sterke verklaring” en zei: “We hebben het minimale niveau van druk dat we nodig hadden behouden.” Haar Russische collega Primakov noemde de uitkomst “evenwichtig”. Maar Amerikaanse diplomaten uitten zich in de wandelgangen geërgerd over de benadering van de “kleinste gemene deler” van de Contactgroep.

Pagina 5: Contactgroep wil druk handhaven

Zij zeiden dat de VS zich het recht voorbehouden “met gelijkgezinde landen aanvullende maatregelen te nemen” bij wijze van druk op Belgrado. Een Europese diplomaat sprak van een “teleurstellende uitkomst” van het beraad dat “nog moeizamer was dan dat in Londen twee weken geleden”.

In hun verklaring vragen de zes landen MiloviEÉc om een “dringende start” van een “onvoorwaardelijke dialoog” met de Albanese leiders. “Wij gaan ervan uit dat president MiloviEÉc het proces van een onvoorwaardelijke dialoog zal uitvoeren en de politieke verantwoordelijkheid zal nemen om te verzekeren dat Belgrado zich toelegt op serieuze onderhandelingen over de status van Kosovo”, zeggen de ministers in hun verklaring.

Zij menen dat Belgrado de afgelopen weken “op sommige terreinen van bezorgdheid” wel vooruitgang heeft geboekt, zoals een voorstel voor autonomie-overleg en een onderwijsakkoord met de Albanezen. Maar elders is verdere progressie “noodzakelijk”. “MiloviEÉc heeft niet genoeg gedaan. Wij zijn vastberaden niet de fouten uit het verleden te herhalen”, zei Albright na afloop.

De Franse minister Védrine oordeelde dat de stappen van MiloviEÉc aanleiding geven tot “bemoediging”, maar ook dat “we de voorkeur geven aan druk”. Zijn Russische collega Primakov zei dat “we alle middelen gebruiken om de positieve stappen te versterken”, die Belgrado volgens Moskou heeft gezet.

Bij wijze van druk blijven de Londense sancties van twee weken geleden van kracht of worden ze uitgevoerd: een embargo op wapens en op ander materieel voor “interne repressie”; bevriezing van de exportsteun voor handel en investeringen; en een 'visa-stop' voor Joegoslavische functionarissen die verantwoordelijk zijn voor het geweld tegen de Albanezen in Kosovo.

De Contactgroep roept beide partijen op het snel eens te worden over een raamwerk van onderhandelingen en daaraan internationale bemiddelaars te laten deelnemen. De zes landen vragen MiloviEÉc tevens om volledige medewerking aan de missie van de Spaanse oud-premier Felipe González als gezant van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en van de Europese Unie. Belgrado liet gisteravond weten González welkom te heten.

Over vier weken komt de Contactgroep weer bijeen voor een volgende bezinning op de situatie. Bij die beoordeling zal dan ook een rapport van de OVSE worden meegewogen.

De Contactgroep onderstreept nog eens onafhankelijkheid van de Albanese meerderheid niet te steunen, wel “een aanzienlijk grotere graad van autonomie voor Kosovo, met inbegrip van betekenisvol zelfbestuur”.

    • Robert van de Roer