Weinig ruimte voor aanpassing telecomwet

De Tweede Kamer debatteert morgen over de nieuwe telecommunicatiewet. Er is een lange waslijst discussiepunten, maar binnen het dwingende kader van Brussel is de speelruimte gering.

ROTTERDAM, 25 MAART. Het spel is al sinds juli vorig jaar op de wagen, morgen worden de regels vastgelegd. Driekwart jaar nadat de Nederlandse markt voor telecommunicatie (geschatte omvang in 1997 bijna 17 miljard gulden) is vrijgegeven debatteert de Tweede Kamer over aanpassingen in het wetsvoorstel dat de liberalisering definitief moet regelen.

Op de publieke tribune zal het zitvlees van de lobbyisten van de telecombedrijven en belangengroepen morgen en volgende week op de proef worden gesteld, maar dat kunnen zij alleen zichzelf verwijten. De waslijst van voorstellen tot wijziging die naar voren zal worden gebracht, weerspiegelt de grote en uiteenlopende belangen die aanbieders en afnemers hebben bij de nieuwe wet.

Zo heeft Koninklijke PTT Nederland (KPN) handen vol bezwaren. Logisch, als dominante marktpartij zal KPN waar nodig een hand op de rug gebonden worden. Dat is nodig om de concurrentie een kans te geven. KPN meent echter dat de wet- en regelgeving doorschiet. Topman W. Dik herhaalde vorige week in De Volkskrant zijn klacht dat zijn bedrijf niet ééEÉn maar twee handen op de rug gebonden krijgt en met de voeten in het beton staat.

KPN ontkent niet zijn dominante positie op grote delen van de thuismarkt, maar wijst erop dat KPN in Nederland te maken heeft met tegenstanders uit Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk die elk vele malen groter zijn. Met name de snelle opmars van France Telecom geeft in dit opzicht te denken. In de afgelopen maanden heeft het bedrijf in Nederland razendsnel een sterke positie opgebouwd.

France Telecom controleert het consortium Federa (Deutsche Telekom nam vorige week afscheid) dat een licentie op zak heeft voor mobiele telefonie en in de race is voor overname van de telecomalliantie Enertel van een aantal energie- en kabelbedrijven. In lokale kabelaansluitingen heeft het bedrijf voet aan de grond dankzij de aankoop van Casema, een transactie waarvoor de vorige eigenaar KPN overigens doelbewust gekozen heeft. “Nederland heeft voor ons prioriteit”, zei topman Michel Bon bij de presentatie van de jaarcijfers (nettowinst ongeveer 5 miljard gulden).

KPN krijgt andersom nauwelijks voet aan de grond in Frankrijk, een relatief gesloten markt. In tegenstelling tot KPN heeft het Franse (evenals het Duitse) nationale telecombedrijf op de thuismarkt nog grote belangen in kabelmaatschappijen. Dat is onrechtvaardig, meent KPN. Het begrijpt niet waarom Nederland in Europa het beste jongetje van de klas wil zijn en vindt dat de waarde van een sterk Nederlands bedrijf op de thuismarkt onvoldoende wordt onderkend.

KPN vindt enige steun bij fractiespecialist H. Kamp van de VVD. Nederland heeft zijns inziens onvoldoende oog voor het uitgangspunt van reciprociteit: “Wij leggen voor de Fransen een rode loper uit, terwijl de Franse markt moeilijk toegankelijk blijft”, zegt hij. Kamp wil dat minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) bij lidstaten als Frankrijk aandringt op effectieve doorvoering van de Brusselse regels. Kamerlid G. Roethof (D66) wijst erop dat Nederland niet in een positie verkeert om in Brussel over de telecomwet hoog van de toren te blazen. De wet telecommunicatie had begin januari geïmplementeerd moeten zijn. Collega M. van Zuylen (PvdA) wijst erop dat de strenge aanpak van dominante spelers op de thuismarkt uitgangspunt is van de Europese regels en dat Nederland in de eerste plaats belang heeft een eerlijk speelveld voor alle concurrenten op de thuismarkt.

Voorzitter J. Arnbak van Opta, het college dat toezicht houdt op de telecommunicatie, is grotendeels dezelfde mening toegedaan. “KPN is niet hetzelfde als het nationale belang”, zegt hij. “Het nationale belang is dat er op de Nederlandse markt gezonde concurrentie ontstaat.” Toch heeft hij wel enig begrip voor het standpunt van KPN. Hij noemt het “absoluut waar” dat France Telecom op zijn thuismarkt een bevoorrechtte positie geniet. Maar Arnbak verwacht dat een sterke en onafhankelijke Franse toezichthouder en dwang vanuit Brussel de liberalisering ook op de Franse markt verder inhoud zullen geven.

Hij erkent dat KPN relatief streng wordt aangepakt. “Wij zijn niet al te rekkelijk geweest”, zegt hij. Wel wijst hij erop dat de Europese liberalisering van de telecommunicatie in de afgelopen tien jaar de eigen inbreng van Nederland nauw heeft afgebakend. “Onze wetten zijn in Brussel tot in detail onder de loep genomen”, zegt hij. Ook Kamerlid Van Zuylen merkt op dat de Nederlandse speelruimte binnen het Brussels kader beperkt is.

Een van de punten waar in de Kamer brede overeenstemming over bestaat, is het belang van een sterke onafhankelijke toezichthouder in de telecommunicatie. Behalve Opta dicht ook de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) zich bevoegdheden toe als scheidsrechter op deze markt. Opta en NMa zullen moeten gaan samenwerken, maar hoe staat nog niet geheel vast.

De Kamer voelt weinig voor een door minister Jorritsma voorgestelde constructie waarin conflicten tussen beide toezichthouders worden voorgelegd aan de verantwoordelijke ministers (Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat). De Tweede Kamer hecht aan een onafhankelijke scheidsrechter, omdat de overheid met een aandeel van bijna 45 procent nog altijd een belangrijke aandeelhouder is van KPN.

De kwestie van het toezicht is een van de belangrijkste punten die morgen aan de orde komen. Een ander belangrijk punt van discussie is de vraag in hoeverre KPN de vrijheid krijgt om de prijzenslag aan te gaan op deelmarkten waar de concurrentie voet aan de grond krijgt. Of minister Jorritsma KPN bijvoorbeeld toestaat zijn tarieven uitsluitend in Amsterdam te verlagen als een concurrent in die regio met goedkope aanbiedingen komt is nog onduidelijk. De Kamer is daar tegen. PvdA en CDA willen het verbod zelfs in de wet verankeren.

Tenslotte hebben marktpartijen fel geprotesteerd tegen de plannen van de overheid om het bedrijfsleven te laten betalen voor het aftappen van netwerken voor telecommunicatie. Omdat aftappen van netwerken (Internet, telefonie) ook in andere wetsvoorstellen een rol speelt, bestaat de kans dat de discussie hierover nog even wordt uitgesteld. De VVD is daar fel tegen. “We zouden een grote fout maken als we dit nu niet vastleggen”, meent Kamp. “Dat het bedrijfsleven voor de kosten van het aftappen moet opdraaien, is in vergelijking met andere landen niet uitzonderlijk.”

Twee zaken die een half jaar geleden nog belangrijke discussiepunten leken, zijn daarentegen langzaam naar de achtergrond verdwenen.

Zo is het duidelijk dat Opta niet de positie van regelgever krijgt toebedeeld waarop het minder dan een half jaar geleden aanstuurde. “Daarbij was de ministeriële verantwoordelijkheid toch te zeer in het gedrang gekomen”, aldus Kamp.

Ook is de kritiek verstomd dat de nieuwe wet te veel in detail zou treden en daardoor onvoldoende zou kunnen inspelen op nieuwe technologische ontwikkelingen. De komende maanden zullen binnen het kader van de nieuwe wet nog cruciale zaken worden ingevuld zoals het rendement dat KPN mag maken op zijn investeringen en binnen welke grenzen de gespreks- en abonnementstarieven van het bedrijf moeten blijven.