Spaanse financiële sector haalt achterstand in, saneert en concentreert; Santanders bod op Banesto: start overnamegolf

De Spaanse banksector gold lange tijd naar Europese maatstaven als 'tamelijk achterlijk'. Maar in het kader van de voortgaande Europese integratie en de opmars naar de euro komt daar in snel tempo verandering in. Sanering, modernisering en concentratie zijn er nu troef.

MADRID, 25 MAART. Of het slachtoffer zelf er de ironie van inziet valt sterk te betwijfelen. Maar het noodlot wilde dat de Spaanse ex-topbankier Mario Conde de gevangenis in verdween, nog geen week nadat Banesto, de bank waar hij tot eind 1993 de scepter zwaaide, de Spaanse beurs tot nieuwe recordhoogten deed opstuwen. De Banco Santander, een van Spanjes grote vijf banken, bracht een bod uit op Banesto en dat wordt door velen gezien als het startschot voor een golf van overnames op de Spaanse financiële markten.

Vier jaar geleden had niemand kunnen voorspellen dat Banesto ooit weer een hoofdrol op de beurs zou kunnen spelen. Mario Conde, ooit Spanjes toonbeeld van flamboyant bankieren, had door grootscheepse fraude de bank met een gapend miljardentekort op de balans achtergelaten. Slechts het ingrijpen van Spanjes centrale bank kon een bankroet voorkomen.

Met het bod van een totaalwaarde van circa 632 miljard peseta's (8,4 miljard gulden) op 52 procent van de aandelen die zich nog in de markt bevinden lijkt Banesto er weer helemaal bovenop. De bank is gesaneerd en maakte het afgelopen jaar voor het eerst zelfs weer een bescheiden winst. Gelukkige eigenaar wordt waarschijnlijk de Banco Santander, de bank die voor een onbekend deel in handen is van de familie van topman Emilio Botín. Botín, wiens 37-jarige dochter Ana Patricia wordt klaargestoomd om de leiding van haar vader over te nemen, heeft al aangekondigd dat de gecombineerde bankgroep de netto-winst binnen drie jaar minstens kan verdubbelen.

Het bod, dat ruim twee weken geleden officieel bekend werd, had een explosief effect op zowel de koersen van Santander als van Banesto. Op de dag na de bekendmaking stegen de koersen van Banesto met bijna 24 procent, terwijl Santander een kleine tien procent in waarde steeg. Alles bij elkaar schoot de beurswaarde in een klap 560 miljard peseta's (7,4 miljard gulden) de lucht in.

Nu lijkt de afgelopen jaren niets te gek in de euforie van Spanjes financiële markten. Spanje is bezig met een economische inhaalslag die de beurs van Madrid de afgelopen twee jaar tot een topstijger op wereldniveau heeft gemaakt. De lage inflatie van rond de 2 procent, de bovengemiddelde economische groei (vorig jaar 3,4 procent van BNP), het tijdig voldoen aan de criteria voor de Euro en de politieke stabiliteit van de conservatieve regering Aznar heeft de Madrileense beursindex de afgelopen twee jaar bijna 230 procent in waarde doen stijgen. Alleen al in de eerste twee maanden van dit jaar noteerde de Ibex 25 procent aan waardestijgingen.

Samen met Banesto staat Santander nu genoteerd als de grootste bank van Spanje met een gekapitaliseerde waarde van 4.600 miljard peseta's (61 miljard gulden). Op een neuslengte verschil komt Santanders aartsrivaal Banco Bilbao Vizcaya (BBV). En dan volgen de overige grote commerciële banken op afstand: Banco Central Hispano, Argentaria en de Banco Popular.

Dat er onder druk van de toenemende concurrentie iets staat te gebeuren op Spanjes financiële markten staat vast. De vraag is alleen of de algemeen verwachte fusiegolf inderdaad op korte termijn zal plaats vinden, zo menen sceptici.

Spanjes bancaire markt laat zich grofweg in twee blokken indelen. Enerzijds zijn er de commerciële banken, anderzijds de regionale spaarbanken. In beide sectoren heerst een jubelstemming als gevolg van de goede resultaten die het afgelopen jaar werden behaald: in de commerciële sector stegen de netto-resultaten met 22 procent tot omgerekend 6,5 miljard gulden, de spaarbanken zagen hun winsten met een vijfde tot bijna 5,5 miljard gulden groeien.

De winststijgingen vinden plaats tegen de achtergrond van de spectaculair gedaalde rentepercentages. De door de Centrale bank vastgestelde basisrente daalde het afgelopen jaar van 6,25 procent tot 4,75 procent en bevindt zich inmiddels op een voor Spanje ongekend minimum van 4,5 procent. Dat betekent een halvering van de basisrente in een periode van twee jaar.

De scherpe daling van de marges die de vrije val van de rente tot gevolg heeft gehad wordt ruim goed gemaakt door de stijging van de kredietverlening. Spanje lijkt weer vertrouwen in zijn economie te hebben, de consumptie (Spanjes economische motor), investeringen en dus ook de kredieten trekken fors aan. De verbeterde balansverhoudingen betekenen dat de banken beduidend minder geld hoeven te reserveren in hun stroppenpotjes. En daarnaast wordt er goud geld verdiend aan de beursbonanza: massaal herbeleggen de particulieren hun spaargelden van de laagrentende spaarrekeningen in aandelen en beleggingsfondsen.

Naar verwachting is het vooral de sector van de spaarbanken waar in Spanje de komende jaren de nodige fusies en saneringen plaats zullen vinden. Nu zijn de spaarbanken vooral nog regionaal georiënteerd en door hun complexe juridische vormgeving vaak de speelbal van plaatselijke politieke belangen.

Zowel bij de spaar- als bij de commerciële banken kan een belangrijke besparing behaald worden op de samenvoeging van kantoren. De gemiddelde Spanjaard doet traditioneel zijn zaken op een bankkantoor. De bijna 38.000 bankkantoren (gemiddeld een kantoor per duizend Spanjaarden) waar in totaal zo'n 230.000 mensen werken vormt een aantrekkelijke, doch politiek nogal gevoelige besparingsmogelijkheid. Maar na de snelle opkomst van het telefonisch bankieren hebben de Spaanse banken zich met verdubbelde spoed gestort op het elektronisch bankieren. Via Internet-connecties is de afgelopen twee jaar een ruim spectrum aan dienstverleningen ontworpen.

Hoewel de verwachtingen gezien de algemene koersstijgingen bij de commerciële banken hoog gespannen zijn, is de vraag of het bod dat door Santander op Banesto is gedaan onmiddellijk navolging zal krijgen. Banesto en Santander, die als twee aparte namen naast elkaar blijven bestaan, werkten al enige tijd samen op het gebied van hun administratieve en automatiseringssystemen. Van een plotselinge nieuwe situatie op de thuismarkt is derhalve geen sprake.

De ogen zijn het meest gericht op BBV. Als potentiële overnamekandidaat geldt de Banco Central Hispano (BCH) danwel het veel kleinere, maar uiterst rendabele Banco Popular. Het bestuur van BBV onder leiding van Emilio Ybarra heeft echter altijd gesteld dat groei geen op zichzelf staand doel voor de bank is voor het behalen van goede resultaten. Met een beurswaarde die zeven maal de boekwaarde van de bank bedraagt lijkt de praktijk het bestuur van BBV vooralsnog te steunen in deze opvatting. BCH heeft op zijn beurt laten weten eveneens op overnamepad te zijn. De bank kondigde eind vorige week een kapitaalsuitbreiding aan voor verdere overnames “in binnen- en buitenland” en verklaarde voorts strijdlustig een einde te willen maken aan het duopolie van BBV en Santander.

Belangrijke troefkaart in de internationale expansie van de Spaanse banken is dan ook niet zozeer hun absolute omvang alswel de aansluiting bij de Zuid-Amerikaanse markt als een natuurlijk achterland. BBV, Santander en BCH hebben de afgelopen tien jaar leidende posities verworven onder de buitenlandse banken op vrijwel de gehele Latijns-Amerikaanse markt. Waar de oosterse markten - belangrijk aandachtsgebied voor de westerse banken - zich in toenemende mate in een crisis bevinden, vestigt Spanje zijn hoop op de toekomstige boom in zijn vroegere overzeese koloniën.