Sorgdrager breidt college van PG's uit tot vijf leden

DEN HAAG, 25 MAART. Minister Sorgdrager (Justitie) wil het college van procureurs-generaal uitbreiden van vier naar vijf leden. De minister heeft dit vanochtend tijdens een debat over de reorganisatie van het openbaar ministerie in de Tweede Kamer gezegd. De Kamer had gevraagd om uitbreiding van het college, de landelijke leiding van het OM.

Het college zal gedurende de reorganisatie, die over zo'n twee jaar moet zijn afgerond, uit vijf procureurs-generaal bestaan. Sorgdrager zei vanochtend de mogelijkheid te willen houden om het college na de reorganisatie weer uit te dunnen. “Ik wil voorkomen dat het OM een topzware organisatie wordt met te veel mensen in een leidinggevende positie.” De reorganisatie van het OM is bedoeld om de georganiseerde misdaad beter te kunnen bestrijden.

Het college van procureurs-generaal raakte enkele weken geleden in opspraak. De vier PG's zouden zich en bloc tegen de minister hebben opgesteld, om hun collega, D. Steenhuis te beschermen. Steenhuis bleek een betaalde bijbaan te hebben bij het bureau Bakkenist, dat onderzoek deed naar de verstoorde bestuurlijke verhoudingen in Groningen. Dit viel onder zijn ressort. De crisis leidde tot het ontslag van de voorzitter van het college van PG's, A. Docters van Leeuwen. De vier grote partijen en GroenLinks toonden zich tijdens het debat voorstander van uitbreiding van het huidige college. In een college van vijf PG's beslist een meerderheid. Staken de stemmen alsnog, bijvoorbeeld bij ziekte, dan zal de voorzitter wel de doorslaggevende stem blijven geven, aldus Sorgdrager.

De VVD had eerder gepleit voor afschaffing van het fenomeen voorzitter. Kamerlid Korthals: “Er is sprake van collegiaal bestuur. Daar past geen super-PG met een altijd beslissende stem in.” De PvdA greep het debat aan om de positie van de voorzitter van het college te verzwakken. De PvdA vindt, evenals de VVD, dat de super-PG te veel macht naar zich heeft toegetrokken. PvdA'er Kalsbeek pleitte voor een jaarlijkse roulatie van het voorzitterschap binnen het college. De minister vond deze periode te kort, maar zegde toe dat de voorzitter voortaan benoemd zal worden voor drie jaar, met de mogelijkheid deze termijn één keer te verlengen. Oud-voorzitter Docters van Leeuwen werd in 1995 voor onbepaalde tijd benoemd. CDA-woordvoerder Koekkoek noemde een termijn van drie jaar “te kort”.

De Kamer steunt ook het voorstel van Sorgdrager inzake de aanwijsbevoegdheid. De minister kan het openbaar ministerie dan verbieden een verdachte te vervolgen, indien het staatsbelang in het geding is. Alleen het CDA keert zich hiertegen. Koekkoek meent dat “zaken zo aan het oordeel van de rechter worden onttrokken”.