Rillen van opwinding bij training godenzonen

Op weg naar de wereldtitel doen de Braziliaanse voetballers dezer dagen Duitsland aan. In Stuttgart spelen ze vanavond een oefenwedstrijd tegen hun grote concurrenten op het WK, de Duitsers. 'Wereldkampioen worden, daar speel en train ik voor', zegt Ronaldo.

STUTTGART, 25 MAART. Als laatste schuifelt Romario het veld van het Gottlieb Daimler Stadion in Stuttgart op. Schichtig achter de rug van Dunga, zijn vriend in het nationale elftal van Brazilië. Wanneer hij zijn naam hoort roepen, draait hij zich om naar de tribune. Hij lacht en zwaait. Het is in de Duitse stad koud in de namiddag - hooguit een graad of vijf. Net als de andere Brazilianen die gaan trainen, draagt Romario handschoenen. Hij is wel een van de weinige spelers die in plaats van een lange broek een korte broek dragen.

Twintig minuten eerder dan Romario snelde Ronaldo in draf als eerste in gezelschap van doelman Taffarel het veld op. Hij zocht en holde naar een bal, begon er mee te spelen, herhaalde wat trucjes en kogelde de bal in zijn enthousiasme de doelman bijna tegen zijn hoofd. Ronaldo had er lol in. Of Romario ook plezier beleefde, bleef weer eens onduidelijk. Samen met Dunga trok hij zich terug in het zonnigste hoekje van het veld en speelde hij de bal o zo mooi, maar ogenschijnlijk verveeld met zijn hak, dij, borst, hoofd en schouder naar de speler die een paar meter van hem vandaan stond.

Twee mannen, tien jaar verschil, twee verschillende geesten, maar wel twee door God gezonden voetballers in de avondschemering van Stuttgart. Alleen al de voorbereiding op de training deed menig liefhebber van Braziliaans voetbal rillen van opwinding. De manier waarop Roberto Carlos (let deze zomer op hem!) danste als een vrolijk kind met de bal aan zijn voet en hoe hij met een stuk of vijf schoten van twintig meter achteloos over de boomlange reservedoelman Dida de bal in de bovenhoek krulde, de manier waarop Rivaldo en Denilson de bal beroerden en waarop Dunga de bal van de ene zijlijn naar de andere zijlijn schoot waar Cafú de bal op zijn borst smoorde alsof het een zacht kussentje was. Wie de ware schoonheid van voetbal wil zien, mag nooit Brazilianen in training missen.

Het kan niet anders dan dat deze voetballers deze zomer weer kampioen van de wereld worden. Geen elftal verdient de titel op grond van zoveel voetbaltalent meer dan deze Brazilianen. Zelf zijn ze er niet helemaal zeker van, de dansende voetballers. Ze vrezen Argentinië, Frankrijk en Duitsland, waar ze vanavond in Stuttgart tegen spelen. Ronaldo, die tijdens het laatste wereldkampioenschap niet speelde, spuwt vuur wanneer hem tijdens een persconferentie wordt gevraagd wat zijn hoogste doel in het leven is. “Wereldkampioen worden. Daar speel en train ik voor. Wereldkampioen voetbal worden is voor Brazilianen het mooiste wat er is. Dat ik onlangs tot de beste van de wereld ben gekozen, is mooi. Maar dat is op grond van mijn verleden. Ik moet nu aan mijn toekomst denken. En dat is wereldkampioen worden.”

Naast Ronaldo zit Zico, de mooiste vertolker van de bicicleta (de spectaculaire omhaal) en op Pelé na de succesvolste schutter van het Braziliaanse elftal met 67 doelpunten in 94 interlands. De 45-jarige held van de populairste club van Brazilië, Flamengo, kijkt naar Ronaldo als een vader. En Ronaldo kijkt terug als een zoon. “Ronaldo moet weten hoe hij met zijn verantwoordelijkheid als het sensationeelste talent ter wereld omgaat. Hij moet tegen kritiek kunnen wanneer het slecht gaat en hij moet weten dat voetbal een teamsport is.” Wanneer Ronaldo vervolgens wordt gevraagd of hij net zo goed als Maradona wil worden, zegt de 21-jarige jongeling: “Ik wil net zo goed worden als Zico, want hij is altijd mijn idool geweest.”

Zico is onlangs toegevoegd aan de trainersstaf van het Braziliaanse elftal. Boze tongen beweren dat hoofdtrainer Zagallo na een paar zwakke prestaties van Brazilië (onder meer een nederlaag tegen de Verenigde Staten) het spoor bijster is en dat daarom Zico als technisch directeur is aangesteld. Zico, eigenaar van de Braziliaanse tweededivisieclub CF Zico, legt in een emotioneel betoog uit dat hij alles zal doen wat de hoofdtrainer vraagt. “Ik ben zo blij dat ik hier mag zijn, dat Zagallo maar hoeft te zeggen wat hij wil en ik doe het. Ik ben er om de harmonie te bewaren.” Waarop zijn buurman aan de tafel, Zagallo zelf, zegt: “Ik wil dat hij naast me op de bank zit.”

Zagallo - tweemaal wereldkampioen als speler, tweemaal als trainer - grijpt terug op de Gold Cup in de VS, de 1-0 nederlaag tegen de Verenigde Staten en de magere 1-0 overwinning op Jamaica. “Tegen Amerika misten we zeven basisspelers. Iedereen zegt Brazilië dat de beste voetballers ter wereld heeft. Maar de spelers zijn nu qua persoonlijkheid anders dan tijdens het WK van 1994. Er zijn andere spelers, anderen zijn ouder, weer anderen zijn wijzer. Daarom willen we tegen Duitsland spelen, experimenteren kan nu nog. Ik geloof wel, dat we sterker zijn dan in '94.”

Naast hem zit Dunga, 34 jaar inmiddels en spelend voor Jubilo Iwata in Japan. Hij is het Braziliaanse brein, dat vlak voor de verdediging met korte en lange trappen het spel verdeelt. Dunga vertelt over de grote krachtbron van Brazilië. “Tachtig procent van de Brazilianen is katholiek. Alle voetballers geloven in een bijzondere kracht. God geeft energie. We bidden tot hem en vragen hem ons te sparen tegen blessureleed en of hij aan onze familie ver weg denkt. We vragen hem niet om winst. Dat zou naïef zijn. Wij vragen hem om genade. Wanneer wij zeker weten dat ons geen groot leed overkomt, kunnen wij met gerust hart het veld op gaan en om de wereldtitel strijden.”

Tien wedstrijden wilde de Braziliaanse ploeg per jaar spelen ter voorbereiding op het wereldkampioenschap. Vijf daarvan werden gepland in overleg met sponsor Nike, dat een tienjarig contract heeft met de Braziliaanse bond. De wedstrijd tegen Duitsland geldt als onderdeel van het gezamenlijke project van de sponsor en de Braziliaanse voetbalbond. Vandaar dat de stad Stuttgart dezer dagen vol hangt met affiches als A bola é redonda (de bal is rond), A vida continua (het leven gaat verder) en Góóóóóll (doelpunt!). Kortom: Nike, do it the Brasilian way.

De training duurt twee uur. Het is heel koud. Na een voor toeschouwers hartverwarmend trainingspartijtje met Dunga en Roberto Carlos als uitblinkers, dienen de spelers in het kader van de promotiecampagne met een Nike-bal een balletje hoog te houden met uitverkoren Duitse kinderen. Een meisje mag met Ronaldo spelen, een klein jongetje met Raï en een groot jongetje met Romario. Raï geniet. Romario verlaat als eerste het veld. Hij slaat zijn armen over zijn lichaam en zoekt rillend de kleedkamer op. Wanneer hij zijn naam hoort roepen, lacht hij. Zwaaien kan hij niet meer, voetballen ging nog net.