Pieter Korteweg, voorzitter van Robeco; De jacht op rendement maakt trouweloos

Vijftien jaar geleden was Robeco een van de weinige beheerders van beleggingsfondsen. Inmiddels is de concurrentie zo toegenomen dat Robeco jaar op jaar terrein verliest, en bovendien ligt het behaalde rendement bij Rolinco ver onder het gemiddelde. Voor- zitter Pieter Korteweg legt uit hoe dat allemaal zo gekomen is.

Beleggen is populairder dan ooit en vermogensbeheerder Robeco spreekt niet voor niets van wederom 'een fantastisch beursjaar'. Toch moet voorzitter prof. dr. Pieter Korteweg van het beleidscomité van Robeco met gemengde gevoelens op 1997 terugkijken. De groep vergaarde weliswaar 70.000 nieuwe klanten, maar het marktaandeel in beursgenoteerde beleggingsfondsen daalde verder tot zo'n 36 procent. Dat was in 1990 nog 54 procent. Per saldo nam de toestroom van nieuw geld af met 2,2 miljard gulden. In 1996 vloeide al 4 miljard weg.

Ondanks de introductie van nieuwe fondsen door Robeco lijkt de daling van het marktaandeel niet te stuiten. Is dat geen beangstigende ontwikkeling?

“Het is een tendens waar we nauwelijks iets aan kunnen doen. Tot zo'n vijftien jaar geleden waren we praktisch de enige die beleggingsfondsen beheerden. Ze werden verkocht via andere banken, die zelf nog geen fondsen hadden. Toen die banken zelf met hun fondsen kwamen, valt te raden wat er met die klanten gebeurde. Van die 'oude' klanten, van wie een groot deel nog steeds via Robeco belegt, hebben wij niet eens de adressen. In zo'n situatie weet je zeker dat je die strijd niet kan winnen. En omdat wij al zo lang actief zijn is een deel van het klantenbestand sterk vergrijsd. Bij overlijden bestaat dan natuurlijk de kans dat de erfgenamen deze beleggingen terugtrekken. Dat is een risico-moment.

“Een andere verklaring ligt bij de pensioenfondsen die klant bij ons zijn. Die fondsen mochten eerst niet beleggen in het buitenland, en om toch buiten de grenzen actief te zijn, hebben zij veel geld gestoken in wereldwijd beleggende fondsen als Robeco en Rolinco. Dat verbod is inmiddels opgeheven en sindsdien hebben de grote fondsen enkele miljarden uit onze beleggingsfondsen teruggetrokken. Inmiddels is hier een eind aan gekomen.”

Mede door de grote belangen in Azië heeft Rolinco met een rendement van 18 procent sterk onder de wereldindex (34,5 procent) gepresteerd. Het dalende marktaandeel is toch ook niet los te zien van de matige prestaties van het beleggingsfonds Rolinco?

“Ik zal niet bestrijden dat die prestaties ook een rol hebben gespeeld, want wij leven met de markt op onze lippen. Er is een enorme jacht naar performance, een hijgerigheid naar rendement gekomen, en tegelijkertijd heeft de klant ontzettend veel alternatieven.”

Waar ligt, denkt u, het dieptepunt voor Robeco?

“Dat weet ik niet, maar een marktaandeel van 20 tot 25 procent zou ik voor het directe kanaal van Robeco al prachtig vinden. Met behulp van een versterking van het verkoopkanaal van de Rabobank (voor 50 procent eigenaar van Robeco) zouden we dan het huidige aandeel kunnen behouden.

“Ik ben ervan overtuigd dat onze strategie aanslaat. Door met nieuwe fondsen te komen - inmiddels meer dan vijftig - wordt de belegger een grote keuze geboden. In mei komen we met tien sectorfondsen, waardoor je wereldwijd in bijvoorbeeld farmacie, telecom of de financiële sector kan beleggen. Ik geloof niet dat de klanten als gevolg van het grote Robeco-aanbod door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Dat zou misschien het geval zijn wanneer we iedereen met informatie over elk nieuw fonds zouden bestoken, maar een risicomijdende belegger sturen wij bijvoorbeeld geen informatie over landenfondsen.”

Van de Rabobank heeft u 1,5 miljard gulden gekregen om acquisities te plegen. Hoeveel heeft u daarvan al gebruikt?

“We hebben onlangs weliswaar enkele overnames gepleegd, zoals de grote Amerikaanse onroerendgoed-manager RReef, maar dat is niet gebeurd met het geld van de Rabobank. Dat ligt nog volledig op de plank. We zullen het gebruiken om een netwerk van vermogensbeheerders in de Verenigde Staten en in enkele belangrijke Europese landen op te zetten die zich vooral richten op de institutionele markt: we moeten in mondiaal opzicht een grote speler worden, want de beheerders in het middensegment zullen het heel moeilijk krijgen.

“ Aan de bovenkant wordt de middenmoot bedreigd door de grote Amerikanen, terwijl de nichespelers aan de onderkant marktaandeel weghalen. Binnenkort zullen we een grote overname aankondigen. De naam van de vermogensbeheerder kan ik nog niet prijsgeven, want we zijn nog bezig met het boekenonderzoek.”

Zo'n mondiaal netwerk moet onder meer inspelen op de komst van de euro, die voor één grote kapitaalmarkt in Europa zal zorgen. Welke veranderingen verwacht u?

“Beleggers zullen uiteindelijk geen onderscheid meer maken in landen - zij kijken alleen nog naar sectoren. Er zal bijvoorbeeld één pan-Europese beursindex komen. Vooral voor Nederland kan deze ontwikkeling gevolgen hebben, omdat wij bijna als enige in Europa zulke kapitaalkrachtige pensioenfondsen hebben. Die Nederlandse fondsen zullen nog veel meer buiten de grenzen gaan investeren, terwijl de omgekeerde beweging veel minder sterk zal zijn.”

Dus kelderen in Nederland de beurskoersen?

“Als er verder niets zou veranderen, kunnen de Nederlandse aandelen goedkoper worden. Maar het kan ook zo zijn, en dat is nu heel moeilijk in te schatten, dat de pan-Europese markt heel veel Amerikaans kapitaal aantrekt, waardoor dat vertrek van de Nederlandse pensioenfondsen volledig wordt goedgemaakt.”

De pensioenfondsen roeren zich de laatste tijd veel vaker bij aandeelhoudersvergaderingen. Van de aandeelhouder Robeco horen we nooit wat. Waarom zo passief?

“U hoort of ziet ons inderdaad nooit, tenzij de belangen van de aandeelhouders flagrant worden geschonden. De laatste keer was dat volgens ons het geval tijdens de fusie van NMB Postbank met Nationale Nederlanden. Wij stemmen meestal met onze voeten. Als we het ergens niet mee eens zijn, verkopen we gewoon ons belang. Allereerst kunnen wij onze 80 beleggingsspecialisten niet vrijmaken om alle aandeelhoudersvergaderingen, in de hele wereld, bij te wonen. Ik vind verder dat je een onderscheid moet maken in beleggen in ondernemingen en in het ondernemen zelf. Als belegger heb ik geen behoefte om mee te kijken over de schouder van de ondernemer.

“Daar komt bij dat de jacht op rendement een vorm van trouweloosheid met zich meebrengt. Als je het beleid van een minder goed presterend bedrijf niet meer vertrouwt, moet je vertrekken. Daardoor wordt de betrokkenheid als aandeelhouder veel minder emotioneel. Als ik toch blijf zitten, lopen mijn klanten weg.”

U vindt dat verzekeraars die beleggingsproducten met een klein verzekeringselement aanbieden worden bevoordeeld omdat hun producten aftrekbaar van de belasting zijn. De politiek lijkt de verschillen tussen verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen in stand te willen houden. Vecht u niet al jaren tegen windmolens?

“Dat hangt erg van het belastingvoorstel van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend af. Hoe dat uitpakt weet ik niet, want de plannen worden in de politieke strijd steeds minder systematisch en steeds meer 'ad-hoc'.

“Vroeger had je duidelijk drie verschillende gebieden: de AOW, de collectieve en de individuele pensioenregelingen. Maar de schotten hiertussen vallen weg, waardoor verzekeraars en beleggingsinstellingen op elkaars terrein komen. Ik zie dan niet in waarom dezelfde langetermijnproducten, zoals koopsompolissen en kapitaalverzekeringen, van een verzekeraar en van een beleggingsinstelling door de fiscus anders behandeld worden. Als je belasting weggeeft, mag je niet discrimineren, vind ik.

“U zegt dat wij tegen windmolens vechten, maar ik ben juist optimistisch. Als in het belastingvoorstel van Zalm en Vermeend het fictieve rendement (waarover belasting wordt geheven) op alle verschillende producten, inclusief levensverzekeringen, van toepassing wordt, dan is het geregeld.”

De Robeco Effectenbank beschikt over een belang van 20 procent in het Londense effectenkantoor FTC, geleid door E. Swaab, een oude zakenpartner van de hoofdverdachte in de beursfraudezaak Han Vermeulen. Bij Swaab zou voor tonnen aan contanten zijn ontdekt. Bent u nalatig geweest in deze kwestie?

“Nee, want wij hebben zeer vroegtijdig gereageerd, maar het blijft natuurlijk vervelend om in deze fraudezaak genoemd te worden. Al in 1994 ontdekten wij enorme transacties waarbij de identiteit van de klanten niet duidelijk werd. Wij hebben dat onderzocht, samen met de Nederlandse beursautoriteiten, maar geen van beide konden we er wijs uit worden. Vervolgens hebben wij Robeco Effectenbank dergelijke transacties verboden.

“Tegelijkertijd hebben wij de directie versterkt met W. Mak als nieuwe voorzitter, die de opdracht meekreeg om het belang te verkopen. Door de overname door de Rabobank is dat echter vertraagd. Eind vorig jaar is Swaab op non-actief gesteld en dat is nog steeds het geval.”

En wat gebeurt er met het belang van 20 procent?

“Dat belang kunnen we nu natuurlijk moeilijk verkopen. We zijn erover in gesprek, maar in onze boeken is het belang in de broker inmiddels volledig afgeschreven.”

Wordt uw optimisme over het beursklimaat van de komende jaren door de komst van de euro niet getemperd door de mogelijke toetreding van Italië tot de EMU?

“Als econoom ben ik het natuurlijk eens met de kritiek op de Italiaanse toetreding. Italië heeft het tekort door allerlei kunstjes naar beneden gebracht. Maar we zijn inmiddels op het punt beland dat 'nee' zeggen tegen de EMU nadeliger is dan 'ja' zeggen. Kijk alleen al hoeveel geld we in dit huis hebben besteed aan de komst van de euro. Maar we moeten oppassen dat Europa geen 'transferunie' wordt, waarin voortdurend geld naar slechtbestuurde landen stroomt.”

Is het niet veel beter om de komst van de EMU bijvoorbeeld met een jaar uit te stellen, zodat beter beoordeeld kan worden of landen blijvend aan de criteria voldoen?

“Dat uitstel zal in de politiek zeker aan de orde zijn geweest, maar het is van tafel geveegd. Terecht, want er bestaat een dikke kans dat we rond het jaar 2000 nog in een recessie belanden en je kan de monetaire unie moeilijk introduceren in een recessiejaar. Die recessie zou door de millennium-problematiek in de hand worden gewerkt. Niet werkende elektriciteitscentrales, vliegtuigen en belastingssystemen zouden wel eens voor een aanbodschok kunnen zorgen.”