Partijen alvast ten strijde wegens defensiebudget

Zes weken voor de verkiezingen én voor de daarop volgende kabinetsformatie is de strijd om het defensiebudget in de volgende coalitie volledig ontbrand. Hierbij staan VVD en CDA vierkant tegenover PvdA en D66.

DEN HAAG, 25 MAART. In de strijd om het budget voor defensie hebben de grote partijen botsende posities betrokken. VVD en CDA staan vierkant tegenover PvdA en D66, terwijl Defensie zelf indirect aan dit het gevecht lijkt mee toe doen door met bijdragen aan VN-vredesmachten het toekomstige belang van de krijgsmacht voor internationale crisisbeheersing te onderstrepen.

Zo werd gisteren bekend dat Nederland vanaf juni voor drie jaar zo'n honderd blauwhelmen zal leveren voor het VN-contingent op Cyprus.

Verder worden op verzoek van de VS twee à drie Apache-helikopters beschikbaar gesteld voor de strategische reserve van de VN-vredesmacht SFOR in Bosnië. Eerder had Den Haag al besloten de bestaande troepenbijdrage aan SFOR - met omstreeks 1.500 militairen de vierde in omvang - te handhaven. En vorige week was beslist een Nederlands detachement van 230 man met grote Chinook-helikopters voor acht maanden toe te voegen aan een VN-eenheid die in de Westelijke Sahara zal toezien op een referendum over de eventuele onafhankelijkheid van dat gebied. De Westelijke Sahara is geannexeerd door Marokko, maar dat is internationaal niet erkend.

In het debat over de begroting van Defensie in de Eerste Kamer maakte het CDA gisteren duidelijk voor defensie straks liever meer dan minder geld te willen uittrekken. De VVD verklaarde zich tegen verdere bezuinigingen op het budget van minister Voorhoeve, een partijgenoot. PvdA en D66, die in hun verkiezingsprogramma's respectievelijk vijfhonderd miljoen tot twee miljard gulden en één miljard op defensie willen korten, menen daarentegen dat zulke bedragen door meer efficiëncy en stroomlijning kunnen worden gevonden zonder daarmee afbreuk te doen aan het bestaande takenpakket van de krijgsmacht.

Voorhoeve en staatssecretaris Gmelich Meijling benadrukten opnieuw dat verdere bezuinigingen “onverstandig” zouden zijn. Zij achten de bestaande NAVO-verdedigingstaken en VN-crisisbeheersingstaken, waarvoor tegelijkertijd vier operationele eenheden van bataljonsgrootte beschikbaar zijn, dan niet uitvoerbaar meer.

Voorhoeve herhaalde wat hij december vorig jaar in de Tweede Kamer zei bij de behandeling van zijn laatste begroting, namelijk dat Defensie sinds 1994 een korting van veertig procent, een grootscheepse reorganisatie, de afschaffing van de dienstplicht en een halvering van de landmacht had verwerkt via de zogeheten prioriteitennota, waarvoor alle paarse coalitiepartijen én het CDA groen licht hadden gegeven. De budgettaire rek is daarmee verdwenen, verdere kortingen wil de minister “niet meemaken”.

In een nieuwe defensienota, zoals de PvdA die wenst om een nieuw concept voor de opzet en omvang van de krijgsmacht te krijgen, ziet de minister niets. Volgens hem zijn de internationale omstandigheden sedert de prioriteitennota niet veranderd. Nieuwe kortingen zouden daarom botsen met de meerjarenramingen die voortvloeien uit de nota die de vier grote partijen tot nu toe steeds hebben gesteund. “Nieuwe bezuinigingen zouden leiden tot een onaanvaardbare verslechtering van het defensiebeleid”, zei hij.

In de senaat zei CDA-woordvoerster Van Leeuwen gisteren dat zij “het financiële keurslijf, gegeven de huidige taken, nog steeds te nauw vindt”. Net als Van Eekelen (VVD) acht zij de uitgaven voor personeelsbeleid (voor opleiding en werving bijvoorbeeld) en voor investeringen in materieel nu al te krap.

Staatssecretaris Gmelich Meijling viel haar daarin bij door te zeggen dat “we in een gevaarlijke situatie komen” en dat de inzetbaarheid van de krijgsmacht in het geding raakt wanneer er verder op het personeelsbeleid zou worden bezuinigd. Juist gisteren had de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat het defensie vorig jaar “op een krappe arbeidsmarkt” niet was gelukt om voldoende personeel te werven.

Op een behoefte van 700 BOT'ers (beroepsmilitairen voor onbepaalde tijd) was 86 procent gerealiseerd. Van de benodigde 6.100 beroepsmilitairen voor een bepaalde tijd (BBT'ers) werd in het eerste jaar waarin de dienstplicht niet meer gold 84 procent gecontracteerd. Door contracten te verlengen met aanwezige BBT'ers is de operationele omvang van de krijgsmacht toch nog op peil gebleven.

Defensie hoopt dit jaar tekorten - behoefte: 7.000 BBT'ers - te vermijden met nieuwe wervingsmaatregelen. Dit moet gebeuren door sollicitanten specifieker te werven voor technische of gevechtsfuncties, de tijd tussen sollicitatie en indiensttreding te bekorten en de studiemogelijkheden en de maatschappelijke erkenning van studieresultaten te verbeteren.