Omvangrijke muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum stelt zich kandidaat voor vestiging; Plan voor oprichting Nederlands Muziekinstituut

Het Gemeentemuseum in Den Haag wil zijn nu al grote muziekafdeling tot de basis maken van een Muziekinstituut met een nationale functie.

DEN HAAG, 25 MAART. Terwijl het Haags Gemeentemuseum (1935) van architect Berlage voor 54 miljoen gulden wordt gerestaureerd en in oktober zal worden heropend, ligt de door architect Sjoerd Schamhart in 1964 aangebouwde vleugel er aan de linkerkant treurig en verlaten bij. Vanwege de restauratie werd de hier opgeslagen muziekcollectie van Willem Noske 'Musica Neerlandica' verhuisd naar het oude Haagse Gemeentearchief aan de Loosduinseweg. Sindsdien staat de Schamhart-vleugel leeg en wordt hij niet eens meer onderhouden.

Onno Mensink, de muziekconservator van het Haagse Gemeentemuseum en Johan Kolsteeg, bestuurslid van de stichting Musica Neerlandica, kijken niettemin met begerige ogen naar het aftandse gebouw. Zij hopen nu in de Schamhart-vleugel een Nederlands Muziekinstituut te kunnen vestigen. Het zou met steun van de gemeente Den Haag en het rijk moeten worden opgericht. Het Nederlands Muziekinstituut krijgt dan een nationale functie op het gebied van collectievorming, documentatie, beheer en het uitdragen van het erfgoed, zoals nu al het geval is bij het Letterkundig Museum in Den Haag, het Nederlands Architectuur Instituut en het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam en het Nederlands Filmmuseum en het Nederlands Theater Instituut in Amsterdam. Volgens Mensink en Kolsteeg vindt ook het ministerie van OCW dat er een Muziekinstituut moet komen.

Tot eind 1996 hoopten Den Haag en het ministerie van OCW dat het Internationaal Schönberg Instituut zou worden gevestigd in de Schamhart-vleugel. Daarvoor waren door gemeente en rijk ook financiële toezeggingen gedaan. De erven-Schönberg hadden veel waardering voor het Haagse plan, maar besloten uiteindelijk dat het archief en de nalatenschap van de componist moesten verhuizen van Los Angeles naar zijn geboorteplaats Wenen. Daar werd het nieuwe onderkomen van de omvangrijke Schönberg-collectie tien dagen geleden geopend.

'In de mottenballen' heet in de Haagse kunstpolitiek nu al jaren de toestand waarin de Schamhart-vleugel verkeert. Terwijl in Wenen de afgelopen vijftien maanden energiek werd gewerkt aan het Schönberg-instituut is in Den Haag volgens Mensink “al het denkbare gedacht” over de definitieve nieuwe functie van de oude 'nieuwe vleugel' van het Gemeentemuseum. Maar tot serieuze besluitvorming moet het nog steeds komen. Ook het tegenover het Gemeentemuseum gelegen voormalige gebouw van het Johan de Witt-college is in de aanbieding voor een of meer culturele functies.

Plannen en ideeën zijn er genoeg en die worden vrijdag gepresenteerd en besproken tijdens een openbaar debat, waarvoor de Schamhart-vleugel één middag tijdelijk wordt heropend. Het door Abe van der Werff van Theater Zeebelt georganiseerde debat heeft geen officiële status, maar men hoopt dat vertegenwoordigers van de gemeente Den Haag wel komen luisteren.

Naast het plan voor het Nederlands Muziekinstituut zijn er ook ideeën om de vleugel te bestemmen voor beeldende kunst. Er zijn plannen van het Platform beeldende kunstenaars van Abe van der Werff en van het centrum voor beeldende kunst Stroom. Ook is er een plan van twee Amsterdammers voor een muziekmuseum dat tentoonstellingen zou kunnen organiseren.

Het Nederlands Muziekinstituut moet worden opgericht als een formalisering, herstructurering en uitbreiding van de muziekafdeling in het Haags Gemeentemuseum, waar ook de reusachtige collectie-Noske met bladmuziek van Nederlandse componisten al was ondergebracht. De muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum vindt zijn oorsprong in de muziekcollectie van de bankier Scheurleer die Den Haag in 1933 kocht na het faillissement van de bank Scheurleer als gevolg van de crisis.

De Scheurleerverzameling, die de bankier aanvankelijk in een aan zijn huis vastgebouwd eigen museum had ondergebracht, bestaat uit een uitvoerige muziekbibliotheek, een collectie historische en exotische muziekinstrumenten en een muzikale iconografische collectie. Onder de talloze uiterst waardevolle delen is het bijzonderste nog wel Mozarts manuscript van Galimathias Musicum KV 32, een door de jonge Mozart in maart 1766 gecomponeerde potpourri voor een feest aan het Haagse stadhouderlijk hof.

Volgens Kolsteeg is het merkwaardig dat er nog geen Nederlands Muziekinstituut is, terwijl zulke instituten op andere terreinen van kunst wel bestaan. Maar dat komt wellicht omdat een deel van de functies daarvan nu al is ondergebracht bij de muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum.

Mensink: “De muziekcollectie is de afgelopen tien jaar sterk uitgebreid en niet alleen met de collectie-Noske, die eigendom is van de stichting Musica Neerlandica. Behalve de archieven van Mengelberg en Diepenbrock zijn hier nu ook muzikale nalatenschappen van verschillende andere componisten, uitvoerenden en partcilieren. Verder zijn er archieven van allerlei instellingen, een deel van de muziekbibliotheek van de Utrechtse Letterenfaculteit, van Donemus, van het Genootschap van Nederlandse componisten. Het archief van de Buma is onderweg hierheen.

“Zulke instellingen zijn zelf niet geëquipeerd voor een goed beheer, en voor ons is het een waardevolle aanvulling. Het Muziekinstituut kan dat allemaal onderbrengen en toegankelijk maken. Ook kleine organisaties als het Diepenbrockfonds en de Willem Pijperstichting zouden hier graag intrekken. Een Muziekinstituut zou een eind maken aan versnippering op dit gebied.”

Voor de vestiging van het Muziekinstituut in de Schamhart-vleugel zou een ondergrondse uitbreiding nodig zijn, die zeven miljoen gulden extra gaat kosten boven de acht miljoen die de renovatie van de Schamhart-vleugel toch al kost. Mensink en Kolsteeg zijn bereid tot het delen van de Schamhart-vleugel met beeldende kunst of het muziekmuseum, dat een groot publiek wil aantrekken.

Sinds de acceptatie van het idee van de 'collectie Nederland' is het volgens Mensink ook mogelijk om de muziekcollectie van het Haagse Gemeentemuseum los te maken van het museum, ten bate van een nationale functie. Zo zou het ook mogelijk zijn om het Muziekinstituut in een andere plaats te vestigen, zoals in Utrecht, waar de universiteit een studierichting musicologie heeft.

Mensink: “Den Haag heeft een traditie op het gebied van archieven en bibliotheken, zoals het Rijksarchief, de Koninklijke Bibliotheek en dit Haags Gemeentemuseum. Den Haag is daarom een mooie stad voor een instituut op basis van de collecties van dit museum. Als Den Haag enige trots heeft, mag het deze collecties, die met veel moeite zijn verworven, niet laten schieten.”