Nederlandsche Bank: bezorgd over Italië

AMSTERDAM, 25 MAART. De Nederlandsche Bank behoudt grote zorgen over de omvang van de staatsschulden van Italië en België. De positie van Italië is “zeer kwetsbaar' en de verbetering in België verloopt te traag. Met beide landen moeten nadere afspraken gemaakt worden over toetreding tot de Economische en Monetaire Unie.

Italië en België zouden zich moeten verplichten om hun overheidsfinanciën versneld op orde te brengen.

Dit schrijft De Nederlandsche Bank in een advies over het begin van de Economische en Monetaire Unie (EMU) dat vandaag aan het kabinet is gestuurd. Het kabinet heeft het rapport doorgestuurd naar de Tweede Kamer dat het bij zijn oordeelsvorming zal gebruiken voor het EMU-debat op 15 april.

De Nederlandsche Bank spreekt in zijn rapport over de “prille convergentie” op het terrein van de overheidsfinanciën in de Europese Unie. Het beveelt aan dat de landen die zullen deelnemen aan de EMU er voor zorgen dat hun begrotingen “op de middellange termijn daadwerkelijk in evewicht zijn of een overschot hebben” zoals is afgesproken in het Stabiliteitspact. Dit pact zou al dit jaar van kracht moeten zijn.

In dit verband wijst het rapport er op dat in Nederland het begrotingstekort over 1998 zonder aanvullende maatregelen weer dreigt toe te nemen. In Nederland moeten ook nog technische onvolkomendheden in de Nederlandse bankwet worden opgelost.

België moet volgens De Nederlandsche Bank een begrotingsoverschot van 6 procent (zonder rekening te houden met de rentelasten) handhaven gedurende een aantal jaren om zijn staatsschuld van 122 procent van het bruto nationale product bevredigend te laten dalen. Wat Italië betreft spreekt De Nederlandsche bank zijn “beduidende zorg” uit of de staatsschuld (121 procent) voldoende zal afnemen. Italië moet zijn begrotingsproces op korte termijn “transparant en robuust” maken en de schuldsanering versnellen.

Hierover moeten naar het oordeel van De Nederlandsche Bank afspraken gemaakt worden bij de besluitvorming van de Europese regeringsleiders in het eerste weekeinde van mei over de deelnemende landen aan de EMU.

Volgens het Tweede-Kamerlid Hoogervorst (VVD) blijkt uit het advies van de Europese Commissie dat de Commissie de selectiecriteria “soepel” heeft gehanteerd. “En dat is een probleem, want premier Kok en minister Zalm (Financiën) hebben altijd gehamerd op een strikte toepassing van de criteria.”

Het Tweede-Kamerlid Van der Ploeg (PvdA) noemt de invoering van de euro “een van de belangrijkste evenementen van deze eeuw”. Volgens Van der Ploeg hebben de toelatingseisen ertoe geleid dat veel landen grote vooruitgang hebben geboekt met hun “budgettaire discipline”. “Neem Italië, wie had ooit kunnen denken dat ze een lagere inflatie zouden hebben dan Nederland?”

Voor CDAer Terpstra is de duurzaamheid van de Italiaanse prestatie de grootste bron van zorg. “Een land kan de criteria goed toepassen, maar of bijvoorbeeld een blijvende trend wordt voortgezet, daarover willen we goed geïnformeerd worden.”