Liefde Clinton en Kabila is bekoeld

Vandaag drukken Bill Clinton en Congo's Kabila elkaar voor het eerst de hand. Hun ontmoeting in de Oegandese hoofdstad Kampala valt samen met een verkoeling in wat vorig jaar nog een ontluikende politieke romance leek.

NAIROBI, 25 MAART. In de Oegandese hoofdstad Kampala worden vanmiddag acht Afrikaanse staatshoofden verwacht voor een historische ontmoeting met hun Amerikaanse collega Bill Clinton. De meest omstreden gast is de Congolese president Laurent-Désiré Kabila. Clinton steunde vorig jaar Kabila's lange mars naar Kinshasa, die resulteerde in de val van president Mobutu. Washington omarmde het nieuwe Congolese bewind, maar nu Clinton en Kabila elkaar eindelijk de hand schudden, blijkt de liefde danig bekoeld.

De ontmoeting is voorafgegaan door verwijten over en weer. Bij Amerikaanse en andere Westerse diplomaten in Kinshasa is het enthousiasme voor het nieuwe regime van Kabila weggeëbd. Het wederopbouwprogramma in Congo komt niet van de grond, Kabila begaat politieke blunders en op het gebied van de mensenrechten is er geen sprake van verbetering, luiden de klachten.

De Westerse kritiek klinkt de laatste weken steeds luider. Tot ergernis van Kabila verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, vorige week dat de president te weinig doet om de eenheid in zijn land te waarborgen. Kabila moet volgens Washington meer ruimte geven aan de oppositie. Oppositieleider Étienne Tshisekedi werd vorige maand, na een onderhoud in Kinshasa met Clintons speciale gezant Jessie Jackson, naar zijn woongebied in het oosten verbannen om er te gaan boeren. Hij mag naar verluidt pas terugkomen naar de hoofdstad als hij de eerste oogst heeft binnengehaald. “Helaas, president Kabila toont weinig bereidheid om andere politieke spelers te omarmen”, aldus Albright.

Door gebrek aan ervaring bij de nieuwe bestuurders bestaat er nog steeds geen helder plan voor de wederopbouw van het land. “Het door de regering gepresenteerde programma is niet gevolgd door een begroting”, klaagt een Westerse diplomaat in Kinshasa. “Er bestaat alleen een lijst van wat nodig is en wat het gaat kosten.”

De teleurstelling is wederzijds. De Congolese regering verwijt het Westen niet over de brug te komen met de beloofde hulpgelden. Op een speciale conferentie voor Congo, die begin december werd gehouden in Brussel, zegden donoren 150 miljoen dollar toe. Op een vervolgconferentie, eerder deze maand in Stockholm, bleken er slechts 25 miljoen dollar daadwerkelijk te zijn gedoneerd. “Er is een impasse ontstaan. De regering zegt: we kunnen niets doen, want er is geen geld; en de internationale gemeenschap zegt: we geven geen geld, want de regering doet niets”, aldus een diplomaat.

Het meest verontrustend is het gebrek aan eenheid in regeringskringen en het kennelijke onvermogen van Kabila om duidelijke lijnen uit te zetten. De regering verwijdert Tshisekedi uit de hoofdstad en enkele dagen later erkennen ministers in privé-gesprekken die verbanning geen slimme zet te vinden. Prominenten van het regime, die zich nog de dubieuze rol van de Verenigde Naties in Congo in de jaren zestig herinneren, wantrouwen de VN en traineren daarom het VN-onderzoek naar de moordpartijen onder Hutu's in het oosten, vorig jaar. Vervolgens beloven andere medewerkers van Kabila de onderzoekers alle mogelijke faciliteiten te zullen verschaffen. Kabila neemt de Banyamulenge - Tutsi's uit Oost-Congo die deel uitmaken van het nieuwe leger en die een sleutelrol vervulden bij zijn militaire zege - in bescherming tegen kritiek van landgenoten die vinden dat ze moeten worden uitgewezen. Maar hij weigert deze Tutsi's, die al vele generaties in Congo leven, tot staatsburgers te maken. De Banyamulenge voelen zich daarom, evenals ten tijde van Mobutu, gediscrimineerd en begonnen vorige maand te muiten.

Onbeholpenheid tekent ook het beleid inzake de rechten van de mens. Eerder deze maand ging de regering akkoord met een plan om paal en perk te stellen aan rechtsschendingen. Tijdens de sluiting van de bijeenkomst kwam de veiligheidsdienst in actie tegen de Congolese juristenorganisatie Azadho. Agenten confisqueerden exemplaren van het jongste rapport van Azadho en namen ook de drukplaten in beslag. In het rapport worden de Congolese strijdkrachten ervan beschuldigd bij operaties in het oosten in februari 300 burgers te hebben gedood.

De Amerikanen worden heen en weer geslingerd tussen begrip en ongeduld. “Kabila erfde een verdeeld, gedemoraliseerd en bankroet land”, erkende Albright. Waaraan ze onmiddellijk toevoegde: “Maar Congo is een land met reusachtig veel hulpbronnen en een groot menselijk en economisch potentieel”.

Washington wil dat Kabila slaagt. Een groep Amerikaanse zakenlui kwam vorige week enthousiast terug uit Congo en beloofde er voor meer dan 100 miljoen dollar te gaan investeren. De VS zien Congo als de sleutel tot stabilisering en ontwikkeling van Midden-Afrika. Maar wat als Kabila en zijn mannen niet presteren, als ze verder afglijden in repressie en besluiteloosheid? Kunnen de VS zich permitteren de relatie met Kabila te verbreken? Dat is Clintons Congolese dilemma.

    • Koert Lindijer