Kamer wil geen 'onderminister' van Justitie meer

De Tweede Kamer debatteert deze week over de reorganisatie van het openbaar ministerie. De kernvraag is: hoe onafhankelijk kan en mag het OM zijn.

DEN HAAG, 25 MAART. De Amsterdamse procureur-generaal R. Ficq zei het afgelopen vrijdag in de Justitiekrant, het huisorgaan van het departement: “De reorganisatie van het openbaar ministerie moet zijn dynamiek behouden. Ik dicht mezelf veel kwaliteiten toe, maar ik ben geen Docters van Leeuwen.” Ficq denkt aan een externe deskundige om de reorganisatie in goede banen te leiden.

De reorganisatie van het OM spitste zich de afgelopen maanden minder toe op de organisatie en meer op de persoon. Van A. Docters van Leeuwen wel te verstaan. Begin 1995 werd hij door minister Sorgdrager (Justitie) naar het openbaar ministerie gehaald, en enkele weken geleden door diezelfde minister ontslagen op grond van een “onherstelbare vertrouwensbreuk”.

De komst van Docters van Leeuwen was onderdeel van de lopende reorganisatie van het openbaar ministerie. Hij werd voorzitter van het college van procureurs-generaal, de landelijke leiding van het OM. De reorganisatie moet leiden tot een betere organisatie van het openbaar ministerie om zo de misdaad beter te kunnen bestrijden. “We konden met een losse verzameling officieren van justitie geen georganiseerde misdadigers vangen”, zegt men op het OM. Daar spreekt men ook liever van de organisatie van het OM - het voorvoegsel re zou de burger maar op het verkeerde been zetten.

De wettelijke basis voor de hervorming ontbreekt overigens tot op heden. Zo is de reorganisatie gaande, terwijl de Tweede Kamer deze week over het wetsvoorstel spreekt. Maar het ontbreken van een wettelijke basis is vooralsnog geen ramp gebleken. De Kamer staat eensgezind achter het doel van de hervorming.

Wat heeft de reorganisatie tot nu tot opgeleverd? Binnenshuis veel, zegt Docters van Leeuwen over de telefoon. “Bij binnenkomst trof ik bijvoorbeeld één man aan, belast met personeelsbeleid. Aan medezeggenschap en loopbaangebeleiding deed men niet. Inmiddels is er een afdeling personeelszaken en staan de ideeën over loopbaanbegeleiding in de grondverf.” Ook trof hij een sterke scheiding aan tussen rechtsgeleerd en niet-rechtsgeleerd personeel. Op dit moment treden 'lokale teams' in werking, waarin officier van justitie, parket-secretaris en administratief personeel samenwerken.

Buitenshuis blijft de reorganisatie van het OM nog grotendeels onzichtbaar. Volgend jaar moet het OM met zogenoemde criminele kaarten gaan werken; per wijk worden de problemen dan in kaart gebracht. Docters: “Eerst kreeg een parket bijvoorbeeld veel jeugdzaken, maar wist niemand de oorzaak. Was er een winkelcentrum in de buurt waar jongeren rondhingen? Was er een drugsprobleem? Dat moet veranderen.”

De Tweede Kamer benadrukte gisteravond in het debat de noodzaak om het OM te hervormen. Discussie ontstond over twee punten: de positie van het college van proceurs-generaal en de aanwijzingsbevoegdheid van de minister. Met dit laatste wordt bedoeld dat de minister kan besluiten al of niet tot vervolging over te gaan., maar dat is diverse leden binnen het OM en ook strafrechtdeskundigen een gruwel.

Over de positie van het college van pg's zei het Tweede-Kamerlid Kalsbeek (PvdA) gisteravond: “We willen geen super-pg of onderminister van Justitie meer.”

Al eerder had de VVD laten weten af te willen van de figuur van super-pg. Breng het college terug van vijf naar vier pg's en laat het voorzitterschap rouleren, stelde de PvdA voor. Zo verliest de voorzitter zijn beslissende stem als de stemmen staken en voorkomen we de komst van een nieuwe onderminister van Justitie, aldus Kalsbeek.

Docters van Leeuwen ziet niets in de voorstellen. “Ieder college in Nederland kent immers een voorzitter.” Bovendien heeft het college volgens hem slechts één keer gestemd, over een benoeming. “Moet het college steeds stemmen, dan zit het niet goed.” Uitbreiding van het college van pg's wijst hij ook van de hand. “Dat ondermijnt de daadkracht.”

Rest de Tweede Kamer nog één vraag: kan minister Sorgdrager het vertrouwen tussen OM en departement voldoende herstellen om de reorganisatie niet in gevaar te brengen? Zelf vindt ze van wel.

Bij het openbaar ministerie is men daar minder zeker van. Daar klinken nog de steunbetuigingen aan Docters van Leeuwen. En denkt zijn plaatsvervanger Ficq aan een externe deskundige.