John Malkovich speelt musketier in 'The Man in the Iron Mask'; 'Een filmacteur is gereedschap'

Elk gesprek met John Malkovich gaat vroeg of laat over acteren, waarbij het theater zijn onvermijdelijke ijkpunt is. “Filmpersonages blijven toch een soort opzetfiguren.” Vanaf morgen is hij te zien in de speelfilm The Man in the Iron Mask.

AMSTERDAM, 25 MRT. Is hij nou een theateracteur die filmster is geworden of een filmacteur die toneelspeler is gebleven? Waarschijnlijk is John Malkovich (1953) gewoon allebei. Hij reist heen en weer tussen zijn huis in de Franse Provence en filmsets in Europa en Amerika. En wisselt moeiteloos van grote Hollywoodfilms naar kleine experimentele theaterproducties met zijn eigen toneelgezelschap, de Steppenwolf Theatre Company of Chicago. Maar een ding is duidelijk: als hij over het theater praat dan beginnen zijn kalme ogen te sprankelen. Moeiteloos citeert hij de openingszinnen uit The Glass Menagerie van Tennessee Williams (waarin hij in 1987 in de verfilming van Paul Newman speelde) die volgens hem het verschil tussen toneel en film illustreren. “I am the opposite of a stage magician. He gives you the illusion that has the appearance of truth. I give you truth in the pleasant disguise of illusion.”

“Film is illusie. Theater is werkelijkheid. In het theater heb je geen muziek nodig die de emotie stuurt, geen beelden om te manipuleren, geen montage om zwakke momenten weg te snijden”, aldus Malkovich. “Als filmacteur ben je een soort gereedschap voor de regisseur, dat wordt ingezet als hij klaar is met belichten. Filmpersonages blijven toch een soort opzetfiguren.”

Ter gelegenheid van de Europese première van Randall Wallace's speelfilmdebuut The Man in the Iron Mask, waarin hij een van de drie musketiers-op-leeftijd speelt, was Malkovich even in Nederland. Vooruitgesneld door een reputatie als lastig te interviewen, blijkt hij een aimabele man die zorgvuldig zijn gedachten formuleert en met zijn herkenbare, wat lijzige stem naar de juiste woorden zoekt.

“Natuurlijk heb ik als kind de avonturen van de drie musketiers gelezen, maar ik heb ze voor de film niet herlezen. Als ik zelf een boek als uitgangspunt neem voor een enscenering, zoals ik in het theater heb gedaan met Libra van Don DeLillo, dan verdiep ik me beter in wat de schrijver heeft gedaan. Maar als je een rol hebt in een literatuurverfilming, dan word je pas benaderd als het script er al ligt, zodat het ijdele hoop zou zijn om te denken dat je door het boek te lezen nog wezenlijke invloed kunt hebben op je personage.

“Dat is ook niet de manier waarop ik me op een rol voorbereid. Ik doe nooit research. Wel bestudeer ik zo goed mogelijk wat er in het script of toneelstuk staat, want dat zijn de gegevens waarmee je het moet doen. Een acteur is geen schrijver, hij hoeft niet meer te bepalen wat er moet gebeuren. Dat heeft de auteur al voor hem gedaan.”

Als hij eenmaal inzicht heeft gekregen in zijn personage, begint Malkovich met repeteren. “Ik houd veel meer van repeteren dan van improviseren, om dezelfde reden dat je als acteur geen auteur bent. Jammer genoeg is er bij film zelden tijd om te repeteren. Voor The Man in the Iron Mask heb ik met Randall lange gesprekken gevoerd over de motivatie die Athos zou kunnen hebben om de tirannieke koning omver te werpen”, vervolgt hij. “Het zou jammer zijn als hij dat alleen maar deed uit eergevoel of weemoed naar de goede oude tijd. Naast een politieke reden heeft hij ook een persoonlijk motief: Lodewijk XIV stuurt Athos' zoon naar het front, waar hij sterft.

“Voor het vormgeven van dat soort emoties ga ik te rade bij mijn onderbewuste. Dat is gewoon een kwestie van ontspannen. Ik ben beslist een intuïtieve en geen intellectuele acteur. Het is voor mij nooit een probleem om emoties op te roepen. Daar hoef ik niet zoals 'method'-acteurs eerst kilometers voor te trimmen of aan de dood van mijn vader te denken.”

In The Man in the Iron Mask speelt Malkovich samen met topacteurs als Jeremy Irons en Gerard Depardieu. “Het aardige is”, vertelt hij, “dat we allemaal begonnen zijn in het theater, waardoor we meer op onze emoties afgaan. Als je een film draait heb je alleen maar te maken met losse scènes, er is geen chronologie. Je kunt beginnen met het einde van een scène en tien dagen later het begin opnemen. Je hoeft dus helemaal geen spanningsboog op te bouwen en je op oprechte emoties te baseren.” Naar die emotie is hij op zoek in zijn rollen, niet naar bepaalde karaktereigenschappen of dramatische gebeurtenissen. “Dat zou suggereren dat ik als acteur een soort manifest heb”, legt hij uit. “Alsof ik alleen maar helden zou willen spelen, zodat het publiek me als een held gaat zien.”

Na tientallen moderne theaterklassiekers bij zijn eigen theatergezelschap te hebben geregisseerd, hoopt Malkovich dit najaar zijn debuut te maken als filmregisseur met The Libertine. Malkovich regisseerde dit toneelstuk naar het leven van de zeventiende eeuwse graaf van Rochester enkele jaren geleden al bij Steppenwolf. Toen nam hij ook de hoofdrol van de poëtische, tragische, pornografische Rochester op zich. Voor de filmversie vroeg hij acteur Johnny Depp voor de hoofdrol. “Ik houd er niet erg van om mijzelf te regisseren. Meestal kunnen we niet zo goed overweg, de acteur en de regisseur. De acteur wil altijd iets anders doen dan de regisseur wil laten zien.”

    • Dana Linssen