Internet op slot

“HET AUTEURSRECHT is over het algemeen goed hanteerbaar op de elektronische snelweg”, bericht minister Sorgdrager (Justitie) in haar recente nota over de juridische noden van de komende informatiemaatschappij. Hoe komt ze erbij. De WIPO, de wereldorganisatie voor intellectueel eigendom, heeft een aantal draconische maatregelen voor het Internet opgesteld. De Europese Unie maakt zich op dit dunnetjes over te doen. “Nu is Internet nog vrij”, zei de Amsterdamse auteursrechtexpert Hugenholtz onlangs tegen het vakblad Computable. “Ik ben bang dat het op slot gaat.”

Dat een student vorige week van de rechter voorlopig de vrijheid kreeg verzamelde wetsteksten op Internet te zetten, is niet een voorbode van een nieuwe lente. Integendeel, Europese regelgeving leidt ook voor Nederland tot een nieuw regime van “databankbescherming” dat zelfs de toegankelijkheid van wetten via cyberspace dreigt te beperken. Ook al wordt eenieder geacht de wet te kennen. Het grote manco van deze en andere Europese richtlijnen inzake het recht van intellectueel eigendom op de elektronische snelweg is, zoals Hugenholtz eerder signaleerde in het tijdschrift Computerrecht, dat de stem van de gebruikers, de intermediairs en de consumenten in Brussel te zwak doordringt.

ER IS VRIJWEL geen kernactiviteit in een digitale netwerkomgeving te bedenken of zij is wel op de een of andere manier in strijd met het auteursrecht. Dat is in hart en nieren een verbodsrecht. De WIPO en de EU willen dat zo houden, in plaats van tegemoet te komen aan de nieuwe communicatiemogelijkheden die Internet biedt. Iedere verbinding over het Internet loopt technisch gezien via verscheidene schakels waar berichten tijdelijk worden opgeslagen in computers. Juridisch gezien zijn dat vormen van verveelvoudiging waarop de auteursrechthebbenden exclusieve zeggenschap claimen. Sterker nog, zij willen netwerkbeheerders verantwoordelijk maken voor de auteursrechtelijke controle.

De vraag hoe de verzorgers van een verbinding moeten nagaan of de digitale stromen een persoonlijk briefje dan wel een gepirateerde kopie van de laatste hit van de Spice Girls bevatten, laten de rechthebbenden graag voor rekening (en risico) van de netwerkbeheerders. Dat is kortzichtig. Netwerkbeheerders te dwingen op te treden als controleur van copyright opent de weg naar heel andere vormen van censuur. Internet moet het juist hebben van de vrijheid van informatie. Het alternatief, een elektronisch merkteken voor copyrightmateriaal, verdraagt zich slecht met de privacy van de gebruikers.

De spanning tussen auteursrecht en moderne informatietechnologie doet zich nu zelfs gevoelen bij een bedaagde instantie als de Koninklijke Bibliotheek. De hoedster van het Nederlandstalige erfgoed klaagt dat de veelheid van auteursrechtelijke beperkingen het haar onmogelijk maakt haar taak als digitaal depot van elektronische publicaties naar behoren te vervullen. Ook hier is een belangrijk knelpunt dat rechthebbenden technische verveelvoudiging als een inbreuk op hun rechten voorstellen.

TEKENEND IS dat iedere concessie van het auteursrecht aan de vrije stroom van informatie wordt betiteld als “beperking” in plaats van dat het exclusieve verbodsrecht zelf wordt aangemerkt als een beperking van de Internetvrijheid. Straks heeft iedere Internetgebruiker toestemming nodig om her en der te browsen. Een van Sorgdragers topambtenaren ziet dan ook wel degelijk beren op de weg. In het tijdschrift voor auteurs-, media- en informatierecht AMI waarschuwde hij vorig jaar: “Het gevaar is niet denkbeeldig dat de oncontroleerbaarheid van gebruik in een netwerkomgeving omslaat in een teveel aan technische controlemacht.”