Het is Superkennisdoos!

Tot voor kort dacht ik dat beleidsmakers die hameren op de noodzaak van levenslang leren het bij het rechte eind hebben. We zitten immers volop in de ontwikkeling naar een kenniseconomie. Maar nu lees ik dat door snelle technische ontwikkelingen die periode maar van korte duur zal zijn.

Volgens een aantal KPMG'ers onder leiding van Nijenrode-hoogleraar René Tissen zullen tegen 2030 quantumcomputers, die hun data op atomen opslaan, de denkkracht en creativiteit van mensen grotendeels overnemen. We betreden dan de quantumeconomie, waarin wijsheid de belangrijkste bron van concurrentiekracht wordt. Maar quantumcomputers alleen zijn niet voldoende om dat stadium te bereiken. Nee, daarvoor is ook Value-based knowledge management vereist. En daarop moeten we niet tot 2030 wachten. Sinds kort is Value-based Knowledge Management verkrijgbaar in dozen met daarin een boek en 2 cd-roms (1998, Addison-Wesley Longman). Hiermee kunt u onder meer de huidige kenniskracht (KnoVa = knowledge value) van uw onderneming bepalen en zien welke stappen u achtereenvolgens moet zetten om een Super-KnoVa-bedrijf (heeft u hem?) te worden.

Wijze lezers weten dat wijsheid gaat over het kunnen omgaan met paradoxen waarvoor geen uitweg bestaat. De ontwerpers van Super-KnoVa - naast René Tissen zijn dat Daan Andriessen en Frank Lekanne Deprez - lijken zich daar terdege van bewust. Bedrijven moeten steeds meer hun sociale verantwoordelijkheid nemen, stellen ze, maar ontkomen er evenmin aan almaar meer mensen op straat te zetten. Alle werk, ook dat in de dienstverlening, wordt immers productiever. Zelfs het denkwerk zal steeds meer door machines worden overgenomen. De auteurs schromen daarbij niet de kreet 'all brains, no body' te lanceren - het ultieme gelijk van Plato en Descartes? Toch figureert 'knowledge intensive, people rich' prominent in de ondertitel van de doos - of had dit 'knowledge intensive rich people' moeten zijn? Volgens de auteurs betreft de weinige intelligentie die niet te automatiseren is strategisch denken buiten de bestaande kaders. Maar tezelfdertijd worden zeven 'Mega-Strategieën' gepresenteerd die voor iedereen het kader vormen. Waaronder de nieuwe orthodoxie dat orthodoxieën steeds meer moeten worden uitgedaagd. Leuk, dit soort doordenkers die altijd kloppen, ook als ze niet kloppen. De toekomst die voorspelbaar onvoorspelbaar is.

Wie met de doos eenmaal op dreef is kan er dus behoorlijk zijn lol mee op. Maar ten slotte valt het toch tegen en dat om twee redenen. Ten eerste breekt het spel van superlatief op hyperbool opeens af. Als lezer ben je toch benieuwd wat er na de quantumeconomie en de atomaire computer komt en welk soort management daar weer bij hoort. Ik lees dat het werk in de agrarische economie draaide om de verhouding mens-dier. In de industriële economie was dit de verhouding mens-mens (een sterk verhaal, of moet ik dit op zijn Marx' lezen?), in de kenniseconomie wordt dat mens-machine en in de quantum-economie machine-machine, maar daarna? In de agrarische economie bepaalde de kerk de essentie van het leven, in de industriële de godsdienst, nu wordt dat 'de geest' en rond 2030 'het eeuwige'. From KPMG to eternity! Maar wat komt er na de eeuwigheid? Het kan toch niet dat de steeds snellere versnelling rond 2030 ophoudt? De toekomst voorbij? Wijsheid-Voorbij-Waarden? De toenemende identificatie van de kennisatomen met het universum? De Zelfaanschouwing van het Zijn?

De tweede reden waarom de doos op den duur tegenvalt is dat ze ondanks alle supers, mega's en 'Er is maar één weg'-suggesties, ondersteund door indrukwekkende plaatjes en een gezagsvolle stem op de cd-roms, geen super-oplossingen brengt. In de tweede helft wordt het boek steeds meer een gewone, allerminst volledige of ultieme managementhandleiding. De auteurs kennen weliswaar de betere managementliteratuur en zeggen zeker de nodige zinnige dingen over hoe je operationeel en strategisch kennismanagement kunt aanpakken. Inderdaad: kennis en kennismanagement zijn geen doelen op zich, maar moeten tot toegevoegde waarde leiden. Maar het is wel ontnuchterend dat veel van de betere kennisondernemingen opeens industriële ondernemingen blijken te zijn: ABB, Stork, Heineken zelfs. En de stappen naar Super-KnoVa met behulp van de 'Value Enhancer' in het laatste hoofdstuk en de tweede cd-rom vallen wat mager uit. Het gaat om zaken waarmee de beter georganiseerde bedrijven nu al bezig zijn, maar die op zich niet voldoende zijn om tot waarlijk lerende organisaties te komen.

Je blijft dus zitten met de vraag wat je tussen pakweg 2000 en 2030 moet doen om het verschil te maken - naast het wachten op elke nieuwe generatie computers en software die de automatisering van je werk en je denken telkens een stapje dichterbij brengt. Zouden de auteurs het idee koesteren dat we hun doos vooral vandaag nodig hebben, omdat we gaandeweg zelf steeds minder zullen moeten nadenken en organiseren? Lijkt me een gevaarlijke illusie. Maar bij het terugbladeren zie ik dat we in plaats van het beter te weten vooral steeds meer beter zullen moeten zijn. Inderdaad: from KPMG to eternity!