Hagelslag, kaas en Kok in Bosnië

De afgelopen twee dagen gaf premier Kok 'zijn oren en ogen goed de kost' bij Nederlandse militairen in Bosnië. Grapjes, praatjes, vissticks en géén verkiezingen.

SARAJEVO, 25 MAART. Nederlanders zijn een volk van kampeerders en premier Wim Kok is Kampeerder van het Jaar. Die indruk drong zich op tijdens het bezoek dat de premier de afgelopen twee dagen bracht aan de Nederlandse militairen in Bosnië. De Nederlanders hebben op de Balkan een thuis van tentdoek gecreëerd en Kok, die de Kampeer-onderscheiding van de ANWB al weer enige tijd geleden kreeg, bewoog zich met zichtbaar gemak.

Gistermorgen om half zeven stond de premier al te douchen in de zogeheten 'natte prefab', de douche en wc-kabines die de militairen op hun bases hebben neergezet. Bij de lunch genoot hij van de komijnenkaas en hagelslag die uit Nederland worden overgevlogen. Tussendoor hoorde Kok het nieuws van radio Veronica. En de avond daarvoor had hij een glaasje gedronken in een bar waar keuze was uit Heineken en Grolsch, en waar een plakkaat dat de soldaten opriep zich te gedragen begon met de woorden “geachte collega's”.

“De Fransen zitten nu al jaren op het vliegveld van Sarajevo en nog steeds is het bij hun een kale boel”, vertelde majoor H. van Dort, die deel uitmaakte van het aanzienlijke gezelschap dat Kok langs de Nederlandse posten leidde. “Wij Nederlanders creeëren meteen huiselijkheid om ons heen.” De premier kon dat wel waarderen. Toen hem bij de bezichtiging van een keuken werd verteld wat er die dag zou worden gegeten, reageerde hij: “Jammer dat we al weggaan jongens, kippensoep met vissticks!”

Nederland heeft zo'n twaalfhonderd militairen in Bosnië. Zij zijn onderdeel van de Stabilisatiemacht (SFOR) waarmee de NAVO wil helpen bij de wederopbouw van het door etnische conflicten beschadigde land. Komende zomer loopt het mandaat van SFOR af, maar de militaire aanwezigheid zal vermoedelijk nog jaren nodig zijn. Voordat definitieve beslissingen over verlenging van de Nederlandse inzet worden genomen, wilde Kok eerst eens “zijn ogen en oren goed de kost geven”, verklaarde hij. Met de naderende Kamerverkiezingen van 6 mei had de reis, onderstreepte hij, “helemaal niets” te maken.

Dat laatste liet onverlet dat de beelden die de trip kon opleveren - Kok in een helikopter, Kok in een pantserwagen, Kok tussen 'onze jongens' - de droom zijn van iedere campagneleider. Zijn landing per helikopter bij de ingesneeuwde basis Sisava, op 1250 meter hoogte, had in een Nederlandse James Bond film niet misstaan. Het vroor dat het kraakte en de premier bracht de nacht door in een slaapzak.

Tijdens zijn tour langs vijf Nederlandse 'compounds' nam Kok zo uitgebreid mogelijk de tijd om met soldaten en officieren te praten. Zo kreeg hij tijdens een briefing van brigade-generaal De Gilde, de commandant van de Nederlanders in Bosnië, te horen dat het verkeer één van de grootste zorgen van het Nederlandse detachement is. De slecht begaanbare wegen, de zuidelijke rijstijl en het vermoeden dat tijdens de oorlogsjaren menigeen zijn rijbewijs heeft gehaald zonder rijlessen te volgen, heeft de buitenlanders gedwongen tot “defensief rijden”, zoals de generaal dat noemde. Voorrang verlenen, ook als je het zelf hebt.

Blij verrast toonde Kok zich over een ander aandachtspunt van de Nederlanders: het actief helpen bij de terugkeer van vluchtelingen. Dat heeft in Bosnië, waar buren zich soms tegen buren keerden omdat zij van een andere etnische groep waren, heel wat voeten in de aarde. Veel verdreven mensen komen nu pas, ruim twee jaar na het vredesakkoord van Dayton, kijken wat er van hun huizen is overgebleven. Voorzichtig, want in Servische gebieden zijn de Bosnische moslims niet altijd welkom en andersom. Het is aan de militairen van SFOR om te voorkomen dat de bezoeken die potentiële terugkeerders afleggen, uitlopen op nieuwe conflicten.

Met behulp van geld van Ontwikkelingssamenwerking proberen de Nederlandse militairen hieraan meer te doen dan alleen patrouilles rijden. Zo wordt het ziekenhuis van het stadje Travnik gerenoveerd, op voorwaarde dat de plaatselijke autoriteiten meewerken aan de terugkeer van verdreven bewoners. Om de medewerking zo lang mogelijk te garanderen wordt de renovatie etage voor etage uitgevoerd, met tussentijds steeds een evaluatie. Er waren, zo kon Kok gisteren met eigen ogen aanschouwen, inmiddels drie etages gedaan en nog drie etages te gaan. De genie van het elfde gemechaniseerde bataljon, gelegerd in Knesevo, maakt zich op vergelijkbare wijze nuttig. De timmerlieden bouwen van hout speeltuigen voor kinderen. De straatverlichting is eveneens met Nederlandse hulp hersteld. “De combinatie van militaire presentie en actieve betrokkenheid bij de wederopbouw van de samenleving is mij heel erg opgevallen”, zei de premier bij afsluiting van zijn bezoek. “Dat had ik zo vanaf mijn plek in het torentje niet begrepen.”

Hoewel hij ervoor waakte zich te keren tegen de voorgenomen bezuinigingen uit het PvdA-verkiezingsprogramma, onderstreepte Kok dat op de vredesmissies van Nederlandse militairen “niet mag worden beknibbeld”. Over de vraag waar op de defensiebegroting dan nog wel kan worden bezuinigd, wilde hij niets zeggen. Dat laatste gold eigenlijk voor alle 'Haagse' onderwerpen. In een reactie op uitspraken van zijn partijgenoot Van der Ploeg over het extra belasten van mensen met inkomens van één a twee ton grapte Kok: “De enige één- en tweetonners die ik hier zie zijn vrachtwagens en die moet je niet te zwaar belasten want dan gaan ze door hun assen.”

Het antwoord paste bij de sfeer van het bezoek. De premier maakte grapjes en praatjes. Hij poseerde gewillig voor groepsfoto's. En hij zei tientallen keren, terwijl het toch niet gehaast klonk: “Nou, tot ziens dan maar weer, ik zal u niet langer van uw werk houden.” Zo kregen de militairen in Bosnië een man te zien die ondanks een gebrek aan militaire uitstraling, toch de indruk wekte één van hen te kunnen zijn.