Grote meerderheid elektriciteitswet in Tweede Kamer

DEN HAAG, 25 MAART. De Tweede Kamer heeft gisteren in grote meerderheid de nieuwe Elektriciteitswet van minister Wijers (Economische Zaken) aangenomen. Na afloop van de stemmingen zei de minister desgevraagd te verwachten dat ook de Eerste Kamer nog vóór de verkiezingen van 6 mei aanstaande de wet zal behandelen. Hij vertrouwt erop dat de Senaat “na deze bijna Kamerbrede steun van vandaag” het wetsvoorstel zal aanvaarden.

Alleen de fracties van GroenLinks (5 zetels) en van de Socialistische Partij (2 zetels) in de Tweede Kamer stemden gisteren tegen. Zij vinden dat de nutsfunctie van de stroomvoorziening te zeer dreigt te worden aangetast door de marktwerking die nu in deze sector wordt geïntroduceerd. Ze vrezen dat vooral kleinverbruikers (huishoudens en kleine bedrijven) de dupe kunnen worden. Ook is 'klein links' bezorgd dat energiebesparing en bevordering van duurzame energie in dat proces te weinig aandacht zullen krijgen.

Oppositiepartij CDA daarentegen stelde vertrouwen in de nieuwe wet die per 1 januari volgend jaar moet ingaan. Een serie amendementen (wijzigingsvoorstellen), onder andere van de christen-democratische woordvoerder dr. A. Lansink, werd aanvaard. De 'nutstaak' (zekerheid van levering tegen de laagst mogelijke prijs) blijft volgens hem verankerd in de functie van het elektriciteitsnetwerk, dat in de nieuwe situatie onafhankelijk van de ondernemingen in de sector zal opereren.

De Elektriciteitswet 'vertaalt' een Europese richtlijn die de EU-lidstaten verplicht tot vrijmaking van de stroommarkt in Nederlandse regelgeving. De productie van elektriciteit wordt geheel vrij en zal niet langer door het aanbod maar door de vraag worden gestuurd. Ook komen er meer mogelijkheden voor afnemers om voordelige contracten in het buitenland af te sluiten.

Stapsgewijs krijgen de afnemers de vrijheid om hun leverancier te kiezen. Niet langer zijn ze gebonden aan het distributiebedrijf in hun regio. Dat begint met de grootverbruikende industrie, in 2003 gevolgd door een grote middengroep van ondernemingen. In 2007 komen tenslotte de huishoudens en kleinste bedrijven aan bod.

Door een 'geconditioneerde' marktwerking moet een grotere doelmatigheid ontstaan in de energiesector. De overheid houdt toezicht op de tarieven en onafhankelijke werking van beheerders van de netwerken, die moeten zorgen voor voldoende transportcapaciteit.

Ook kunnen de netwerkbedrijven eisen aan de productiesector stellen. De minister van Economische Zaken blijft tot 2007 de tarieven voor kleinverbruikers beoordelen.

In de debatten met minister Wijers zijn volgens de CDA'er Lansink belangrijke verbeteringen in de wet aangebracht. Het CDA wil mede-verantwoordelijkheid aanvaarden voor “structurele wetgeving als deze”, besloot hij.

De VVD-fractie doorbrak op één onderdeel van de wet de eensgezindheid van de paarse coalitie. Het wetsontwerp kreeg steun van de liberalen, maar ze stemden tegen het artikel waarin op verzoek van de PvdA, D66 en het CDA de mogelijkheid van een toeslag op de tarieven voor transport is opgenomen.

De opbrengst van die eventuele toeslag is bestemd voor acties om meer energiebesparing en gebruik van duurzame energie te bekostigen. Wijers' verzekering aan de Kamer dat er dan eerst een andere heffing vervalt, mocht niet baten. De minister wil het instrument van de Regulerende energiebelasting ('ecotax') gebruiken, maar de liberale woordvoerder Remkes verzette zich daar fel tegen.

Met algemene stemmen werd een amendement aanvaard van mevrouw Jorritsma-Van Oosten (D66), mede ondertekend door de VVD en PvdA, dat alle verbruikers via de electriciteitsprijs laat profiteren van de meerwaarde van de overheidsbijdrage in het landelijke productiebedrijf in het geval van privatisering.

Ook een 'paars' amendement, als eerste ondertekend door de sociaal-democraat Crone, kreeg Kamerbrede steun. Deze nieuwe passage in de wet garandeert dat de efficiencywinst in de sector die het gevolg is van marktwerking, wordt doorberekend in de tarieven voor de kleinverbruikers. De Kamer voorkomt met dit amendement tevens dat grootverbruikers een laag tarief kunnen bedingen ten koste van de huishoudens en kleine bedrijven.