Eis 18 maanden voor ex-CID'er wegens meineed

DEN HAAG, 25 MAART. Wegens het plegen van meineed voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden heeft de Haagse officier van justitie F. Slits gisteren een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden geëist tegen de ex-agent van de Haarlemse politie J. van Vondel.

De voormalige rechercheur van de Haarlemse criminele inlichtingendienst (CID) heeft zich volgens Slits crimineel, schandelijk en smerig gedragen en “het blazoen van de hele Nederlandse politie geschonden”. De politieman is volgens het openbaar ministerie “vermoedelijk meer met het criminele milieu verbonden geweest dan ooit duidelijk zal worden”.

Van Vondel en zijn collega Langendoen - die wegens ziekte van zijn advocaat later berecht zal worden - staan voor de Haagse rechtbank terecht, omdat zij tegenover de enquêtecommissie gelogen zouden hebben over de infiltratieacties die ze ten behoeve van het IRT-politieteam hebben uitgevoerd. Tegenover de zogeheten commissie Van Traa hebben ze in 1995 gezegd geen geld te hebben gegeven aan de infiltrant met de codenaam Sapman, een Belgische limonadefabrikant, met wie ze in 1994 een front store voor drugstransporten hadden geopend in Ecuador. Onderzoek van de rijksrecherche heeft uitgewezen dat de beide rechercheurs in totaal ruim drie miljoen gulden hebben gegeven aan Sapman voor diens infiltratie.

In een ruim drie uur durend requisitoir somde Slits een indrukwekkende lijst bewijsmateriaal op waaruit blijkt dat Van Vondel en Langendoen wel degelijk Sapman royaal van contant geld hebben voorzien. Het belangrijkste bewijsmateriaal zijn de verklaringen van Sapman zelf. Hij ging de rijksrecherche helpen met het verzamelen van bewijsmateriaal over de infiltratie-acties van de Haarlemse politie, toen de Haarlemse politie in 1994 plotseling de samenwerking met hem wilde verbreken, omdat zijn acties werden onderzocht door de rijksrecherche. Onder andere uit onderzoek van een accountant en op grond van getuigenverklaringen is volgens Slits gebleken dat Sapman nooit onwaarheid heeft gesproken.

Van Vondel is ook op heterdaad betrapt in zijn pogingen sporen te wissen. De gesprekken die hij in 1995 voerde met Sapman zijn via een heimelijk op Sapmans GSM-telefoontoestel aangesloten bandrecorder opgenomen. Zo kon worden vastgesteld dat de CID'ers Sapman 250.000 gulden wilden betalen als hij in het buitenland zou onderduiken en dus niet door de enquêtecommissie zou kunnen worden gehoord.

Ook een deel van het geld dat Sapman van Van Vondel heeft gekregen, is onderschept en onderzocht bij De Nederlandse Bank. Daar kon de herkomst niet worden vastgesteld. Uit onderzoek bleek alleen dat het geld enorm stonk naar “een zware transpiratiegeur”. De randen van de duizendguldenbiljetten waren lichtbruin, waaruit justitie afleidt dat het geld niet uit een politiekluis komt maar waarschijnlijk in een vochtige ruimte heeft opgeslagen gelegen.

Van Vondel, die zich met een bromfietshelm had vermomd, heeft nooit iets willen zeggen over de precieze herkomst van het geld. Hij beriep zich ook gisteren op zijn zwijgrecht. Hij woonde de zitting uiterst stoïcijns bij. “Iedereen is wel een beetje geïnteresseerd naar waar al dat geld vandaan komt”, verzuchtte de president van de rechtbank, M. Tan de Sonnaville.

Officier van justitie Slits nam het de politieman bijzonder kwalijk dat hij geen opheldering van zaken wil geven. De twee CID'ers laten voortdurend blijken dat zij zich een soort martelaar wanen en dat ze als zondebok zijn uitgekozen voor de falende strijd tegen de georganiseerde misdaad. Slits: “Als je werkelijk niets te verbergen hebt, waarom zou je dan zwijgen. Als ze eerlijke politieambtenaren zijn, was er juist nu alle reden te spreken.”

De politiemannen zeggen niet te kunnen spreken, omdat ze de identiteit van hun informanten - die ze gebruikten om zelf drugs te importeren - willen beschermen. Maar volgens het OM is dat geen geloofwaardige reden, nu gebleken is ze hun belangrijkste informant, de Sapman, hebben laten vallen. Van Vondel heeft deze limonadefabrikant volgens justitie ook vier keer met de dood bedreigd. Ook daarvoor stond hij terecht. De raadsman van Van Vondel, G. Spong, meent dat zijn cliënt niet kan worden veroordeeld, omdat de rijksrecherche het bewijsmateriaal tegen hem op onrechtmatige wijze heeft verzameld. Deze dienst deed namelijk een feitenonderzoek en geen met juridische waarborgen omkleed gerechtelijk vooronderzoek. Toch heeft de enquêtecommissie de aanklacht van meineed gebaseerd op grond van het materiaal dat ze onrechtmatig van de rijksrecherche heeft gekregen, aldus Spong.

“Het is bijzonder stuitend en rechtens onaanvaardbaar dat de leden van de enquêtecommissie, onder wie diverse naar men zegt eminente juristen, er geen been in hebben gezien op deze wijze de rechtsstaat uit te hollen”, aldus Spong. “De onderzoeksgeilheid van de enquêtecommissie heeft de blik op rechtsstatelijke begrippen verduisterd.”

De zaak tegen Langendoen zal naar alle waarschijnlijkheid pas in de zomer dienen. Er bestaat volgens justitiële bronnen overigens nog steeds een gerede kans dat de twee CID'ers later nog een keer zullen worden vervolgd wegens drugsdelicten. Met name de Haarlemse officier van justitie P. Snijders onderzoekt al drie jaar met wie en met welk doel Langendoen en Van Vondel hebben samengewerkt bij het importeren van zo'n vijftien containers met drugs die niet bij het openbaar ministerie bekend waren.