Een land van visionairen en veel sympathieke gekken

Tentoonstelling: 'Austria im Rosennetz, Visionair Oostenrijk', in het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. T/m 12 juli, open di t/m zo 10-18u. Catalogus 980 Bfr.

Een fakkel in de linkerhand, zijn rechterhand geheven als een profeet. Zo doorklieft de naakte jongeling het rozige en goudkleurige wolkendek. Onder hem liggen twee vrouwenfiguren, achter hem opent zich een blauwe hemel.

Het Licht (1913-1915) heet dit schilderij van Koloman Moser. Het maakt deel uit van Austria im Rosennetz in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, een tentoonstelling over 'Visionair Oostenrijk' die werd samengesteld door de Zwitserse curator Harald Szeemann.

De fakkeldrager van Moser kijkt in het PSK uit op werk van mensen met wie de schilder rond de eeuwwisseling de kopgroep vormde van de Wiener Secession: maquettes van Otto Wagner, Josef Hoffmann en Joseph Maria Olbrich. In dezelfde zaal hangt werk van Kokoschka, Schiele en Gerstl. Het zijn overwegend bekende namen, maar deze manifestatie huldigt allerminst de bekende Oostenrijkse avant-garde.

Neem de landbouwer Franz Gsellmann. De enige reis die hij ondernam, bracht hem op de Brusselse Wereldtentoonstelling van 1958. Daar zag hij het Atomium, en vanaf toen werkte hij als bezeten aan een gigantische machine, een ratelende, sissende en kakelbonte kluwen van de meest diverse onderdelen, rond een nagebouwd atomiummodel. Gsellmann vertegenwoordigt een ander type visionair: de gewone man die een gat voelt in zijn hoofd, en dat opvult met een obsessie.

Aan kunst geen gebrek in Austria im Rosennetz, van de Weense secessionisten tot een hier alomtegenwoordige Franz West (1946).

Szeemann heeft driftig in de kelders van de Oostenrijkse ziel gesnuffeld om allerlei eigenaardigheden en marginale verschijnselen op te delven, van het 19de-eeuwse pansymfonikon van Pater Peter Singer (dat allerlei instrumenten kon nabootsen) tot schattige kleinburgerlijke schilderijtjes. Uitvindingen (zoals het gloeikousje van Carl Auer von Welsbach) brengt hij in relatie met kopstukken van de avant-garde, zoals Marcel Duchamp. Dat klinkt lichtvoetig, maar het wordt ook wel eens lichtzinnig. Szeemanns liefde voor randfenomenen dreigt het land met een aureool van sympathieke gekte te omgeven: 'Rare jongens, die Oostenrijkers'.

Spannender dan ooit is de ambivalentie in de tekeningen van Gustav Klimt. Ze tonen liggende vrouwen, naakt of halfnaakt. In de opperste gratie van een welving gulpt een geslacht tevoorschijn. Een lijn streelt beheerst het blad, en wordt plots schunnig: deze werken bekijk je op de toppen van de tenen.

Oostenrijk als vat van visionairen, dat was de rode draad. Vaak is het visioen een utopie, zoals bij de landcommune op de Monte Verità, een berg bij het Zwitserse Ascona. Onder de stichters in 1900 waren de Oostenrijkers Karl en Gusto Gräser. Voor hen was harmonie met de natuur een geloofskwestie. Van Karl staat hier een knoestige natuurstoel. Broer Gusto, die met een grashalm in de hand de wereld rondtrok, is met zijn enige schilderij vertegenwoordigd: De macht der liefde (1899). Een man, vrouw en kind verlaten de verziekte wereld (rokende schoorstenen in de verte rechts) en betreden een wazige tuin, net een onderwaterparadijs.

Behalve utopisten bevat de tentoonstelling ook bezeten onderzoekers, analisten van het onbeheersbare en scheppers van imaginaire werelden. Van de 18de-eeuwse hofbeeldhouwer Franz Xaver Messerschmidt staan dertien karakterkoppen in een kring. Ze registreren een lichamelijke toestand ('De drenkeling'), een affectieve reactie ('Het ingehouden lachen') of geven karaktertypes weer ('De kinderachtige janker'). Hun intensiteit schuilt in de absurde drang om expressie met wetenschappelijke precisie vast te leggen: het subjectieve te objectiveren.

Zo'n negenhonderd nummers telt Austria im Rosennetz, met daarbij veel intrigerend materiaal. Maar de tentoonstelling springt nonchalant om met haar thema 'visioenen'. Om te beginnen is dat thema moeilijk te verzoenen met het feit dat Austria im Rosennetz over één land gaat. Sinds de 19de eeuw bespoken utopieën en holistische syntheses de hele Westerse cultuur, van Wagner tot Beuys. Dat Szeemann dit perfect weet, belet geenszins dat hij Oostenrijk met een nogal exclusief visionair aura omringt.

Het probleem wordt echter accuut omdat Austria im Rosennetz zich beperkt tot een inventaris van visionaire verschijnselen, zonder het fenomeen te analyseren. Austria im Rosennetz houdt zich niet bezig met cultuurkritiek. Ze is gewoon een onuitputtelijke bloemlezing.