Drie illustere musketiers

The Man in the Iron Mask. Regie: Randall Wallace. Met: Leonardo di Caprio, John Malkovich, Gérard Depardieu, Jeremy Irons, Gabriel Byrne, Anne Parillaud, Judith Godrèche. In: 54 theaters.

In korte tijd heeft de 23-jarige Leonardo di Caprio een sterstatus bereikt, die in de recente geschiedenis niet meer is voorgekomen sinds de gekte rond John Travolta in 1977. Travolta's twee films uit dat jaar, Grease en Saturday Night Fever, zorgden voor een trendbreuk in het teruglopende bioscoopbezoek in Nederland. Di Caprio, niet eens genomineerd voor een Oscar, is niet de enige reden dat het publiek in de hele wereld in de rij staat voor Titanic, maar ik hoor wel dagelijks mensen - toegegeven, vooral vrouwen en meisjes - spontaan de lof zingen van 'Leo'.

In wat voor film Di Caprio ook voor het eerst zou verschijnen na Titanic, het publiek zou er wederom massaal naar toestromen. Het werd The Man in the Iron Mask, waarin Di Caprio een dubbelrol speelt van de eveneens 23-jarige koning Lodewijk XIV en diens met een ijzeren masker getooide, in een kerker wegkwijnende tweelingbroer. De roman van Alexandre Dumas uit 1850, die deze romantische visie ontvouwt op de legendarische, historische gevangene uit het eind van de 17de eeuw, werd al minstens drie keer eerder verfilmd: in 1929 door Allan Dwan, in 1939 door James Whale en in 1977 door Mike Newell (Four Weddings and a Funeral). Het verhaal over een persoonsverwisseling, hofintriges en de betrokkenheid van de drie musketiers van de koning en hun voormalige kompaan D'Artagnan, leent zich immers uitstekend voor een ouderwetse kostuumfilm met cape en degen, vochtige kerkers, willige deernen, louche intriganten en een hechte mannenvriendschap tussen de musketiers: 'Een voor allen, allen voor een!'

Het debuut van de Amerikaanse regisseur Randall Wallace, eerder de scenarioschrijver van Mel Gibsons eveneens met Oscars overladen historische epos Braveheart, is een adequate genrefilm voor het hele gezin, vol vaart en allure, maar niet bijster origineel. De grootste verdienste is de wonderbaarlijke verzameling voortreffelijke steracteurs die Wallace rond Di Caprio wist te verzamelen. Jeremy Irons als de religieuze Aramis, Gérard Depardieu als de door wijntje en trijntje geobsedeerde Porthos en John Malkovich als de verbitterde Athos zijn zonder enige twijfel de meest illustere drie musketiers die ooit in een film verenigd waren. Je zou hoogstens kunnen tegenwerpen dat het wat overdreven is om acteurs van dit kaliber in te zetten voor een film van huishoudkwaliteit.

De delicate trekken van Di Caprio komen wel weer uitstekend tot hun recht in de verwijfde, maar hardvochtige interpretatie van de jeugdige Zonnekoning. Wat de fans tekortkomen als hij in de andere rol het fameuze masker ophoudt, krijgen ze ruimschoots gecompenseerd in de royale aandacht die het dominante personage geboden wordt. De wonderen van de moderne filmtrucage staan zelfs enkele scènes toe, waarin de slechte Di Caprio tegenover de goede Di Caprio staat. Als dat geen waar voor het geld van de liefhebber is...