'De Armeniërs geven het weinige dat ze hebben niet op'

Armenië kiest op 30 maart een nieuwe president, als opvolger van Levon Ter-Petrosian, die in januari viel over concessies in het conflict met Azerbajdzjan om Nagorny Karabach. Zit er nu beweging in het Armeense standpunt?

JEREVAN, 25 MAART. “Armenië krijgt straks een nieuwe president. Azerbajdzjan gaat later dit jaar naar de stembus. Ik wil niet zeggen dat ik optimistisch ben, dat zou te boud zijn, maar er zijn wel mogelijkheden voor verschuivingen van standpunten.”

Vartan Oskanian, minister van Buitenlandse Zaken van Armenië, zegt het voorzichtig, in zijn werkkamer aan het centrale plein van de Armeense hoofdstad Jerevan. Maar de wens lijkt de vader van de gedachte. Want alle kandidaten bij de presidentsverkiezingen zijn het op één punt roerend met elkaar eens: in de kwestie-Nagorny Karabach mogen geen concessies worden gedaan; en in Azerbajdzjan zal president Haydar Aliyev bij de verkiezingen van later dit jaar stevig in het zadel blijven. De kans op een doorbraak wordt aldus door die verkiezingen in beide landen eerder verkleind dan vergroot.

Sterker: de kans is groot dat bij de tweede ronde van de Armeense presidentsverkiezingen op 30 maart premier Robert Kotsjarian gaat winnen: hij eindigde in de eerste ronde al op de eerste plaats. En Robert Kotsjarian is een hardliner inzake Karabach, hij komt er vandaan, hij was jarenlang leider van die Armeense enclave in Azerbajdzjan voordat hij vorig jaar premier van Armenië werd, hij is de man die de enclave vanaf 1988 in een bittere oorlog tegen de Azeri heeft vrijgevochten, in wat toen de eerste echte oorlog binnen de toenmalige Sovjet-Unie was en wat nu nog altijd het langstdurende conflict in de inmiddels ter ziele gegane USSR is.

De kandidaten voor het rode pluche van het presidentiële paleis recht tegenover Oskanians ministerie mogen het over Karabach eens zijn geweest, toch heeft 'Karabach' de campagne voor de verkiezingen gedomineerd. De vorige president, Levon Ter-Petrosian, moest immers in januari aftreden naar aanleiding van de concessies die hij in de kwestie had gedaan. Die concessies werden in Armenië door niemand geaccepteerd, niet door de oppositie, niet door de media, niet door de bevolking, niet door Karabach en zelfs niet door zijn eigen regering en zijn eigen partij.

Ter-Petrosian zwichtte voor de druk die twee jaar lang op hem werd uitgeoefend door de 'Minsk-groep', een club van twaalf landen die namens de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE bemiddelt in de kwestie-Karabach. Ter-Petrosian stemde in met het vredesplan van de Minsk-groep, dat voorziet in een oplossing in fasen: de Armeniërs van Karabach moeten in de oorlog van 1988 tot 1994 veroverd Azerbajdzjaans gebied opgeven (minus hun eigen enclave), Azerbajdzjaanse vluchtelingen laten terugkeren en een vredesmacht accepteren; vervolgens moet overleg beginnen over de toekomstige status van de enclave, waarbij afhankelijkheid voor de door Kotsjarian uitgeroepen 'Republiek Karabach' niet ter discussie staat.

De Armeniërs moeten niets weten van het plan: zij betogen dat de status vanaf het begin moet worden besproken. Als die status pas na de Armeense terugtocht ter sprake komt, hebben immers de Azeri de mogelijkheid te wachten tot na de terugtrekking van de Armeniërs om hen vervolgens aan te vallen met wapens die ze dan inmiddels dankzij hun olierijkdom hebben aangeschaft, of het overleg over de status af te breken voordat het is begonnen. In internationale veiligheidsgaranties hebben de Armeniërs net zo min vertrouwen als in de bedoelingen van de Azeri.

Oskanian geeft toe dat er weinig ruimte zit tussen de standpunten: Azerbajdzjan houdt hardnekkig vol dat Karabach deel uitmaakt van Azerbajdzjan, Armenië houdt even hardnekkig vol dat de Armeniërs van Karabach nooit meer het gezag van de Azeri zullen accepteren. Bovendien eist Armenië dat de Armeniërs van Karabach tot het overleg worden toegelaten, hetgeen nu niet het geval is. Doelend op de val van Ter-Petrosian over de door 'Minsk' afgedwongen concessies zegt Oskanian: “Wat er de afgelopen maanden hier is gebeurd, dicteert ons beleid. Daarmee moet rekening worden gehouden. De Armeniërs van Karabach hebben recht op hun zelfbeschikking. Dat betekent niet per se dat ze onafhankelijk willen zijn, ze kunnen ook kiezen voor een of andere associatie met Armenië.”

Oskanian ziet mogelijkheden voor een compromis: “Als er maar gepraat wordt.” Maar héél hoopvol is hij niet. “Er komen geen signalen uit Azerbajdzjan. Het heeft de concessies van Ter-Petrosian niet eens beantwoord. Het is niet zelf met concessies gekomen. Kennelijk bestaat er in Baku geen intentie om tot een compromis te komen.”

Een van de redenen waarom Ter-Petrosian zwichtte is de economie: als gevolg van de kwestie zijn de grenzen van Armenië met Azerbajdzjan en Turkije gesloten, hetgeen heeft bijgedragen (en nog bijdraagt) tot de vrijwel volledige ineenstorting van de Armeense economie. Bovendien kan een oplossing van de kwestie-Karabach Armenië een lucratief olietransitcontract opleveren. Er wordt gedacht aan een oliepijpleiding van de Azerbajdzjaanse olievelden via Armenië naar Turkije. Zolang de kwestie-Karabach niet is opgelost, komt die leiding er niet en blijft Armenië zo straatarm en geïsoleerd als het nu is.

Oskanian: “Ons buitenlands beleid wordt bepaald door vier factoren: de relatie met Rusland, de relatie met de buurlanden, Karabach en de olie. De eerste twee factoren blijven ongewijzigd. De twee andere kunnen worden veranderd. De vraag is: kun je olie tot een factor in het Karabach-beleid maken? We willen die oliepijpleiding. Graag zelfs. Maar niet tot elke prijs.”

En over de kwestie van de zelfbeschikking is geen compromis mogelijk, maakt Oskanian duidelijk: “De Armeniërs van Karabach zeggen: hiervoor hebben we gevochten, hiervoor hebben we veel opgeofferd. We zijn bereid iets van onze soevereiniteit op te geven, maar het gezag van Baku erkennen we niet. Dat is hun positie. En het is ook de onze.”

Tot de offers die de Armeniërs zich getroosten behoort - dag in dag uit - een dramatisch laag levenspeil: door het isolement van de gesloten grenzen moeten ze rondkomen van gemiddeld 30 dollar in de maand, een onmogelijkheid. Vanwaar die vastbeslotenheid toch vast te houden aan die bergachtige regio? Oskanian: “Kijk naar onze geschiedenis. De Armeniërs hebben altijd verloren, mensen en grondgebied. Nu hebben we voor het eerst iets van dat grondgebied herwonnen. De wereld wil dat we dat weer loslaten. Maar we blijven tot elke prijs aan Karabach vasthouden. We hebben er veel voor over gehad. Waarom zouden we dat opgeven?”

De geschiedenis is ook de reden voor het Armeense wantrouwen in de door de Minsk-groep aangeboden veiligheidsgaranties, zegt Raffi Hovannisian, oud-minister van Buitenlandse Zaken. “De geschiedenis leert ons veel. De Armeniërs hebben bittere ervaringen met veiligheidsgaranties. In 1919 stonden we op het punt de vereniging van Karabach en Armenië te proclameren toen de Britten zeiden: niet doen, dat doet straks de vredesconferentie van Parijs. Ook de Fransen en de Amerikanen gaven ons garanties. De Armeniërs hebben zich toen teruggetrokken. Maar de vredesconferentie loste niets op. Stalin loste het probleem op, door Karabach aan Azerbajdzjan te geven.”

Het is een vaak terugkerend refrein, in Armenië: in de ex-Sovjet-Unie worden Stalins maatregelen alom teruggedraaid, maar de internationale gemeenschap eist van Armenië dat het die ene beslissing van Stalin aanvaardt. De wereld, zegt men hier, houdt er wat Armenië betreft een dubbele standaard op na.

De Armeniërs, zegt Hovannisian, zijn deze eeuw beroofd van negentig procent van hun grondgebied, en niemand kwam hen te hulp. “Ze houden nu vast aan het weinige dat ze nog hebben.” Hij is niet erg te spreken over de Minsk-groep, want die zou neutraal moeten zijn, maar Turkije, dat in de groep zit, is niet neutraal: het levert Azerbajdzjan wapens en adviseurs. Hij is ook niet optimistisch: de Azerbajdzjaanse olie gaat vloeien, en al die landen in de Minsk-groep hebben belang bij die olie. Laten ze eerst Karabach maar eens tot het overleg toelaten, zegt Hovannisian: “Het doel van vredesoverleg is toch de strijdende partijen aan tafel te krijgen?”

Een van de referentiepunten van de Armeniërs in hun wantrouwen is Nachitsjevan, de regio ten zuiden van Armenië die door Stalin ook aan Azerbajdzjan werd gegeven. Ooit, zegt de Armeense schrijfster Silva Kapoetikian (79), stonden daar duizend Armeense monumenten en maakten Armeniërs zeventig procent van de bevolking uit. Ze staat op en schuifelt in haar flatje op drie hoog in Jerevan naar de kast om boeken met foto's van die duizend monumenten te halen. “Geen van die monumenten bestaat nog. Allemaal door de Azeri afgebroken. Er woont niet één Armeniër meer in Nachitsjevan.”

En dat wordt het lot van Karabach als de Azeri daar weer de baas worden, weet Silva Kapoetikian. En olie? “We hebben geen zee en we hebben geen olie”, zegt ze. “We hebben alleen onze geschiedenis en ons gevoel voor rechtvaardigheid. We hebben drieduizend jaar overleefd. Het is onmogelijk dat we ondergaan. Die Azerbajdzjaanse olie mag niet als een dikke zwarte laag het bloed bedekken van onze jongens die in Karabach zijn gevallen.”