Contactgroep verdeeld over acties tegen MiloviEÉc

BONN, 25 MAART. De Westerse landen en Rusland zijn opnieuw verdeeld over hun opstelling tegenover de Joegoslavische president Slobodan MiloviEÉc in de Kosovo-crisis. Dit bleek vanochtend in Bonn tijdens ministerieel overleg van de internationale Contactgroep voor ex-Joegoslavië.

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië zijn daar bijeen om te beoordelen of Belgrado zich heeft gehouden aan de eisen die de Contactgroep twee weken geleden stelde tijdens spoedberaad in Londen.

Volgens een ontwerpverklaring, waar diplomaten tot vannacht half vier over onderhandelden, heeft Joegoslavië de afgelopen twee weken “onvoldoende vooruitgang” geboekt bij een oplossing van de crisis. Maar de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Jevgeni Primakov, liet vanochtend weten nu geen maatregelen tegen MiloviEÉc te willen, hem meer tijd te gunnen voor terugtrekking van zijn veiligheidstroepen uit Kosovo en voor diplomatieke inspanningen, en over een maand de situatie opnieuw te bezien.

Rusland, de grootse wapenleverancier en traditionele bondgenoot van Servië, geeft nu geen steun aan een beoogd wapenembargo via de Verenigde Naties tegen Joegoslavië. Volgens de ontwerpverklaring van de Contactgroep zal de VN-Veiligheidsraad zich op 28 maart buigen over zo'n wapenembargo. Ook moet er een “raamwerk van onderhandelingen” komen, inclusief internationale bemiddeling. De Contactgroep wil over vier weken opnieuw bekijken of MiloviEÉc aan de in Londen gestelde eisen heeft voldaan. De Contactgroep gaf MiloviEÉc op 9 maart in Londen tien dagen de tijd om zijn speciale politietroepen, die gewelddadig waren opgetreden tegen de Albanese meerderheid, terug te trekken, buitenlandse waarnemers en hulpverleners toe te laten en een dialoog te beginnen met de Albanese leiders.

Als MiloviEÉc hieraan over een maand nog niet heeft voldaan, volgen, aldus de ontwerpverklaring, bevriezing van de buitenlandse tegoeden van Joegoslavië en uitbreiding van de in Londen afgesproken visa-stop' voor Joegoslavische regeringsfunctionarissen die verantwoordelijk zijn voor het geweld. In dat geval wil de Contactgroep ook een multilateraal verbod op buitenlandse investeringen in Servië overwegen. Maar Primakov sprak zich vanochtend over dergelijke stappen niet uit.

De ontwerpverklaring stelt vast dat Belgrado op een aantal terreinen wel enige vooruitgang heeft geboekt. Zo is een voorstel voor autonomie-overleg gedaan aan de Albanezen in de Servische provincie en is er een onderwijsakkoord gesloten met hen waardoor zij weer kunnen studeren op scholen en universiteiten, voor het eerst sinds 1989 toen MiloiEÉc hun autonomie ophief.

“Dit is een herhaling van het Londense scenario”, vreesde een Westerse diplomaat vanochtend. Twee weken geleden hadden de Amerikaanse minister Albright en haar Britse collega Cook eerst uren nodig om hun drie Westerse collega's achter enkele milde sancties tegen Belgrado te krijgen: een embargo op wapens en op ander materieel “voor interne repressie”; bevriezing van de exportsteun voor handel en investeringen; en de eerder genoemde visa-stop. Grootste dwarsligger was Rusland dat pas na zware Westerse druk alleen de eerste twee van de vier maatregelen steunde. Vervolgens heeft Moskou zich in de V-raad in New York alsnog tegen een wapenembargo gekeerd.

In elk geval tot aan vandaag waren ook de Westerse landen verdeeld: heeft MiloviEÉc nu wel of niet voldoende gehoor heeft gegeven aan de eisen die zij hem in Londen stelden? Lichte concessies van Belgrado hebben de ministers blijkens hun publieke uitlatingen verdeeld over de noodzaak van hardere sancties. De VS en Groot-Brittannië zijn voorstander van straffere maatregelen, omdat MiloviEÉc in hun ogen alleen daarvoor gevoelig is, maar zij staan hierin alleen. “Het grote probleem blijft hoe we de dialoog tussen de Serviërs en de Kosovaren op gang krijgen en welke sancties er tegenover staan als die dialoog er niet komt”, zei een Westerse diplomaat vanochtend.

De Duitse en Franse ministers Kinkel en Védrine toonden zich vorige week na een bezoek aan Belgrado relatief tevreden over de concessies van MiloviEÉc en spraken van “opmerkelijke vooruitgang”, maar hun Amerikaanse collega Albright zei gisteren: “Belgrado negeert nog steeds de belangrijkste eisen van de Contactgroep. Servische veiligheidstroepen zijn zich aan het ingraven, niet aan het terugtrekken. MiloviEÉc heeft zich nog steeds niet verplicht tot een onvoorwaardelijke dialoog. Hulpverleners worden nog steeds lastig gevallen en deze lijst is nog langer.”

De New York Times meldde vandaag dat Rusland en Joegoslavië in december een groot contract over Russische wapenleveranties aan Joegoslavië hebben gesloten. Rusland levert helikopters, tanks en luchtdoelraketten, aldus het blad, op basis van uitlatingen van Amerikaanse regeringsfunctionarissen.

Het contract voorziet verder in de levering van onderdelen voor militaire apparatuur. Volgens een woordvoerder van de OVSE is de voorgenomen leverantie strijdig met het akkoord van Dayton, dat een eind maakte aan de oorlog in Bosnië en dat de omvang van de bewapening van de betrokken partijen - inclusief Joegoslavië - vastlegde. De OVSE is niet ingelicht over het contract.