Blij dat ik een man ben

Als vrouwvriendelijke man met een onmiskenbare huishoudelijke belangstelling heb ik me na het stuk van Ileen Montijn in deze krant - haar openingswoorden bij de tentoonstelling over het 'beroep huisvrouw' - onmiddellijk naar het Amsterdams Historisch Museum gehaast, om '100 jaar huisvrouwenleven in de grote stad' in ogenschouw te nemen.

Nou, dat viel niet mee. Of het aan het samengebrachte materiaal lag, of aan de manier van presenteren, je kreeg de onverbiddelijke indruk dat het huishouden nooit een vrolijke aangelegenheid is geweest. Dat zwoegen met wassen, stoken en koken. En al die ongetwijfeld door mannen ontwikkelde apparaten, waarmee de afgebeelde vrouwen hun slavenbestaan efficiënter moesten vullen. Er was een filmpje over een huishoudopleidingsinstituut, dat opgenomen leek te zijn in die gevangenisachtige omgeving van dat bekende Grolschfilmpje, u weet wel 'de uitvinding van de beugel'. Ik verwachtte elk ogenblik dat ook hier een beeldschone jongeman zou verschijnen om de aantrekkelijkste van die zwoegende meisjes, die met een harde borstel een stoep moest schrobben, te ontvoeren naar een onbekende paradijselijke wereld, vrij van huishoudelijk sloven. Maar zelfs in mijn gedroomde einde zou de held het lijden van het meisje in ieder geval niet oplossen door het huishoudelijk werk van haar over te nemen. De dromen van een socioloog blijven meestal binnen de sociale werkelijkheid en daarin speelt de man op huishoudelijk gebied een marginale rol. Over decennia gemeten neemt zijn geringe bijdrage toe met een uur tot anderhalf uur, en dat zijn nog meestal lichte activiteiten als het voorlezen van de kinderen.

Huishoudelijk werk heeft van oudsher een lage status. Als het beroep opgenomen zou worden in een sociale hiërarchie, dan zou het geplaatst worden in de buurt van loopjongen en vuilnisman. In de sociale wetenschappen, met name in de Verenigde Staten, bestaat een uitgebreide literatuur over de 'value of a housewife'. Nobelprijswinnaar voor economie G.S. Becker heeft er zelfs wiskundige formules voor ontwikkeld, zoals hij dat ook gedaan heeft voor altruïsme. Alles heeft bij hem een marktwaarde en die van huishoudelijke arbeid is vergeleken met werk in de marktsector meestal laag. Het is pijnlijk maar het nadenken over de waarde van huishoudelijke arbeid is voor het eerst op gang gekomen in de Verenigde Staten bij een rechtszaak, waarin een diepbedroefde echtgenoot van degene die zijn vrouw had doodgereden een financiële compensatie eiste wegens verlies van zijn huisvrouw. Wat is 'the monetary value of a housewife' vroeg de rechter zich af. De juristen waren van mening dat het hier moest gaan om van geval tot geval verschillende subjectieve waarden. Economen echter stelden dat het 'nut' van een vrouw objectief te meten moest zijn. Inmiddels hebben ze al een tiental methoden ontwikkeld. De meest opmerkelijke is die van Colin Clark, die de waarde van huishoudelijke arbeid berekende door na te gaan wat de verzorging kostte van mensen in de gevangenis. Dat leidde in feministische kring tot geknars van tanden. Een belediging van de vrouw en een onderwaardering van haar hoogwaardige arbeid, werd er geschreven. In Nederland werden door feministische wetenschappers, onder anderen door de onlangs overleden Marga Bruyn-Hundt, berekeningen gemaakt waarin de verschillende taken, zoals koken, huishoudelijke administratie en de verzorging van kinderen, gewaardeerd werden naar het uurloon van de betere restaurantkok, de officiële accountant, de gediplomeerde peuterzaaljuf en de verpleegkundige. Wanneer op deze manier berekend werd wat vrouwen bijdroegen aan het bruto nationaal product, dan kwamen we al gauw aan een ruime verdubbeling van het in de nationale rekeningen gehanteerde bedrag. Komisch is dat deze wetenschapsters zelf die arbeid uitbesteedden aan een 'hulp', die ze een fractie betaalden van de boven aangegeven schattingen. Ik vind dat de arbeid van vrouwen in het huishouden hoog gewaardeerd moet worden, maar ik moet wel toegeven dat het bezoeken van zo'n tentoonstelling tot de momenten behoort waarop ik blij ben dat ik man ben.