Actievoerders: 'Zonne-energie verdient voorkeur boven windenergie'; Friezen staan op tegen windmolens

In Friesland vindt de actiegroep 'Gjin romte foar wynhannel' (Geen ruimte voor windhandel) dat windmolens het Friese platteland verpesten. Initiatiefnemer is kunstenaar Ids Willemsma uit Easterwierrum.

EASTERWIERRUM, 25 MAART. In de verte staat er één. Ids Willemsma wijst vanuit zijn raam naar zo'n witte paal met draaiende wieken. “Weet je dat dat ding minstens tien kilometer van ons af staat? Overal waar je komt zie je ze draaien. Het is een verschrikking.” Willemsma stoort zich steeds meer aan de in zijn ogen foeilelijke obstakels. In het begin koppelde hij een windmolen nog aan 'schone energie', maar dat lukt hem niet meer. “Windturbines maken het landschap nietig. Ze zijn veel te groot en te dominant. Je verliest al het gevoel van maat.” Willemsma heeft vier rechtszaken gewonnen tegen de plaatsing van negen windturbines naast een kunstwerk van hem, het 'tempeltje' op de dijk bij Marrum. Sindsdien vecht hij tegen meer turbines.

Hij vond medestanders die zich ook zorgen maken over de dreigende aantasting van het karakteristieke vlakke, Friese land. Advocaten, architecten, oud-directeuren, natuurbeschermers en ambtenaren schaarden zich achter de kunstenaar. Het gemêleerde gezelschap is al verscheidene malen bijeengeweest in Willemsma's grote woonhal in Easterwierrum. “Ons doel is de Friezen wakker te schudden.” Hij maakt een rekensom. “In 2020 moet 2.750 megawatt worden opgewekt via windenergie. Dat is 3 procent van het totale energieverbruik. Het Friese deel van de windenergie bedraagt twintig procent, ofwel 550 megawatt (MW). Hier is zestig megawatt gerealiseerd, er moet dus nog 490 bij. Dat betekent dat er nog acht keer zoveel windmolens bij moeten komen om hieraan te voldoen! Daarvoor vernietig je toch geen heel landschap?”

Alleenstaande windturbines zetten geen zoden aan de dijk om meer duurzame energie op te wekken, betoogt Willemsma. “Je kunt veel meer energie besparen door energiebewuster te leven. Mensen doen maar, een elektrische tandenborstel, dertien buitenlampen, je wordt er beroerd van.”

Zonne-energie wordt in ons land schromelijk onderschat, vindt hij. Willemsma: “Uit berekeningen blijkt dat er veertig keer zoveel zonne-energie benut kan worden als wij nu aan totale energie verbruiken.” Volgens Willemsma voelen veel burgers zich schuldig over de toenemende CO -uitstoot. “Als een soort boetedoening en uit schuldgevoel zetten ze alles maar vol windmolens.”

Het verzet tegen windmolens in Friesland neemt toe. Uit een vorig jaar gehouden enquête onder de Friese bevolking is gebleken dat er weliswaar een draagvlak is voor windenergie, maar die neemt af naarmate de molen meer in de directe woonomgeving draait. Vijfduizend Friese huishoudens zeggen last te hebben van geluid, hinderlijke slagschaduwen, lichtschitteringen en horizonvervuiling door windturbines. Een derde deel van de Friezen vindt dat windmolens een vernietigende invloed hebben op het landschap en dat ze stads- en dorpsranden aantasten.

In 1991 heeft Friesland samen met zes andere 'windrijke' provincies een overeenkomst met het rijk gesloten om in het jaar 2000 voor 200 megawatt aan windenergievermogen te leveren. Zeven jaar later is daarvan 60 MW daadwerkelijk gerealiseerd. Er staan thans 99 turbines in 23 kleine clusters en 194 alleenstaande windmolens in Friesland, maar de plaatsing stagneert.

Gemeenten als Het Bildt, Franekeradeel en Wûnseradiel willen alleenstaande molens niet langer accepteren, omdat ze niet in het landschap passen. De Friese gedeputeerde S. Jansen (CDA) wil het plaatsen van alleenstaande molens tegengaan op plekken waar veel weerstand tegen windenergie is. “Omwille van het draagvlak zou je eigenaars kunnen stimuleren hun turbines in clusters neer te zetten, op het moment dat hun solitaire molen vervangen moet worden. Dat kan door ze te compenseren in de vorm van een fiscaal voordeel.” Jansen wil het plaatsen van alleenstaande windmolens echter niet verbieden. “Je kunt iemand een bestaand recht niet ontnemen. Maar in de toekomst moeten we windturbines meer concentreren. Veel verschillende typen molens bij elkaar geeft een rommelig beeld in het landschap. Al vind ik persoonlijk een hoogspanningsmast storender dan een windturbine.”

Gedeputeerde Jansen verwacht dat er binnen twintig tot vijfentwintig jaar steeds minder afzonderlijke windmolens zullen worden geplaatst. In de toekomst wordt plaatsing van grote windturbines op zee steeds reëler, zo voorspelt hij. “Dat is veel rendabeler. Nu zijn de grootste molens die je ter plekke kunt bouwen negentig meter hoog met een vermogen van 1,5 MW. Die ontwikkeling gaat door.” Jansen vindt dat windenergie er wel degelijk toe kan bijdragen dat er minder van het schadelijke CO wordt uitgestoten. “Windenergie is een belangrijke duurzame energiebron. Je kunt wel zeggen dat het niets voorstelt, maar elke windmolen is duurzamer dan een kerncentrale of een gasgestookte centrale. Fossiele brandstoffen zijn eindig. Windenergie is een goed alternatief, al neemt zonne-energie een hoge vlucht en kan er ook meer gebruik worden gemaakt van omgevingswarmte. Je moet een combinatie van duurzame energiebronnen hebben.”

Het familiebedrijf van witlofteler Houtsma uit Oosterbierum, dat achter de Noord-West-Friese zeedijk ligt, draait al negen jaar op 'groene stroom', zoals hij het zelf noemt. In 1989 en 1992 liet hij twee windmolens naast zijn woning neerzetten. Dat levert hem per jaar gemiddeld 35.000 gulden op. “Als het waait besparen we dus op stroom van het energiebedrijf”, zegt hij. Houtsma vindt de protesten tegen windmolens zwaar overdreven. “Een kleine groep ondermijnt de boel. Waarom?” Houtsma, voorzitter van de Vereniging van Windturbine-eigenaren in Friesland (250 leden, ook uit Noord-Holland), vindt de turbines wel degelijk passen in het wijde, Friese land. “Ik vind ze over het algemeen mooi. Het zijn nieuwe markeringspunten, waardoor je je gemakkelijker kunt oriënteren. Al vind ik ook niet dat je heel Friesland ermee moet volbouwen.” Maar dat hoeft volgens hem ook niet. In de nabije toekomst zullen meerdere kleinere molens vervangen kunnen worden door één grote molen, waardoor het aantal molens niet hoeft toe te nemen, aldus Houtsma. “Voor tien Lagerwey-molens van 75 kilowatt kan een turbine van 750 KW in de plaats komen. Dan ben je op de goede weg.” Molens mogen wat hem betreft ook hoger zijn dan de nu toegestane hoogte van veertig meter. “Een molen van zestig meter hoog produceert vijftien procent meer energie. Hoe hoger, hoe minder ergernis. Je ziet de wieken dan namelijk niet meer.”

Dankzij windenergie kan de uitstoot van CO verminderen, zegt hij. “Energie raakt uitgeput. Mensen zullen nooit minder stroom gaan verbruiken. Er komen steeds meer huishoudelijke apparaten bij.” Tegenstanders moeten wat inschikkelijker zijn, vindt hij. “Het ministerie van Economische Zaken en de provincie Friesland staan achter windenergie. Mensen moeten elkaar de ruimte geven en elkaar tolereren.”