Verdrag Maastricht zorgt voor ommekeer in Grieks economisch beleid; Athene naar voorste banken EU-klas

De toetreding van de drachme tot het Europese wisselkoersmechanisme is een nieuw bewijs van het Griekse enthousiasme voor de 'Europese' zaak. Wat zien de Grieken in 'Brussel'?

ATHENE, 24 MAART. Het gesprek met Yannis Stournaras toont zonneklaar welke revolutie de laatste jaren in Athene heeft plaatsgehad. Ten minste tien keer doet Stournaras, de belangrijkste economische adviseur van de huidige socialistische regering in Athene, uitspraken over de Europese Unie die een vroegere generatie Griekse socialisten tot grote razernij zouden hebben gebracht. Staatsbedrijven? “Het Verdrag van Maastricht stimuleert ons om de economie een gezonde basis te geven. Wij streven er naar de ondernemingen die de Griekse staat in handen heeft, te privatiseren.” Griekenland als bemiddelaar tussen het 'Oost' en het 'West'? “Onze toekomst ligt in de Europese Unie en nergens anders.” De Ecomische en Monetaire Unie (EMU) als complot van het internationale grootkapitaal? De in Oxford opgeleide Stournaras moet er om lachen. “Griekenland is een klein land en daarom hebben wij belang bij stabiele wisselkoersen. De Economische en Monetaire Unie (EMU) is goed voor ons en dus willen wij daar zo snel mogelijk deel van uitmaken.”

Griekenland ontdekt de Europese Unie. In 1981, net na de toetreding van Athene, dacht maar 38 procent van de bevolking dat lidmaatschap van de Europese Gemeenschappen “een goede zaak' was. Dat percentage ligt - ondanks de bezuinigingen die nodig zijn voor toetreding tot de EMU - inmiddels rond de vijfenzeventig procent.

De toetreding van de drachme, vorige week zaterdag, tot het Europese wisselkoersmechanisme is een nieuw bewijs dat de huidige regering-Simitis alles op alles om haar in 1995 al verkondigde voornemen waar te maken om in 2001 deel uit te maken van de monetaire unie. In Athene wordt er vanuit gegaan dat Griekenland in dat jaar aan alle vereisten voldoet en dus net na de 'kopgroep' van onder andere Frankrijk, Duitsland en de Benelux tot de EMU kan toetreden. De tijden van Andreas Papandreou, de in 1996 overleden socialistische premier die zijn reserves van 'Europa' in Brussel niet onder stoelen of banken stak en zo andere Europese leiders tot grote woede wist te brengen, lijken definitief voorbij. “Zorba is dood', concludeerde een Grieks financieel-economische tijdschrift onlangs. “Lang leve de Europese Unie”.

Griekenland op de voorste bank van de Europese Unie - in Brussel is het nog even wennen. Toen Griekenland aan het einde van de jaren zeventig onderhandelde over het EG-lidmaatschap, waarschuwde de Commissie al dat het land er economisch nog niet aan toe was. Maar de toenmalige premier Karamanlis tekende fel protest aan tegen die opvatting. Het lidmaatschap van de Europese Gemeenschappen was de beste garantie tegen een nieuwe greep naar de macht van autoritaire kolonels, aldus de charismatische premier. Was Athene niet de bakermat van de democratie en had Europa daarom niet een speciale verantwoordelijkheid jegens Griekenland?

De leiders van de Europese Gemeenschappen streken met de hand over het hart maar velen van hen betreurden die coulantie al snel. Want met name onder de socialistische premier Papandreou maakte Griekenland zich onmogelijk in Brussel. Papandreou's afkeer van het 'imperialistische' en 'kapitalistische' Europa maakte dat hij zich verzette tegen grotere bevoegdheden voor Brussel. Op kritieke punten liet hij de andere lidstaten in de kou laat staan. Zo weigerde Athene in 1983 de toenmalige Sovjet-Unie te veroordelen wegens het neerhalen van een Koreaans vliegtuig, omdat het de goede betrekkingen met Moskou niet wilde schaden. Alleen als het om geld ging, aldus cynici, was Griekenland in Brussel van de partij. Maar dat geld werd overal in Griekenland voor gebruikt, behalve waar het voor was bedoeld. “Het probleem met de Grieken is dat ze hun eigen little idea hebben van hoe de wereld in elkaar zit', merkte een Britse diplomaat eens verbitterd op. “En ze krijgen prompt een woedeaanval als ze ontdekken dat dat niet door de rest van Europa wordt gedeeld.”

De huidige PASOK-regering van premier Simitis wil dat verleden het liefst zo snel mogelijk vergeten. Eigenlijk werd de PASOK al in 1986 een pro-Europese, luidt het argument, maar omdat de partij tussen 1989 en 1993 in de oppositie zat, had de rest van Europa er geen zicht op hoe zij aan het veranderen was. Toen de PASOK in 1993 weer aan de macht kwam, gebeurde dat wederom onder leiding van Andreas Papandreou. En die werkte inmiddels dusdanig als een rode lap op een stier op de rest van Europa, dat de pro-Europese gezindheid van de partij nauwelijks doordrong. “Pas nu Europa de resultaten ziet van het bezuinigingsbeleid van Simitis voor de Griekse deelname aan de EMU, dringt het besef door dat er iets fundamenteels is veranderd”, aldus Panayotis Ioakimidis, hoogleraar Europeees beleid aan de universiteit van Athene en adviseur van Simitis. En die resultaten mogen er zijn. De inflatie daalde in enkele jaren van 10,8 procent in 1993 tot 4,3 procent in 1997 en het begrotingstekort werd teruggebracht van 13,1 procent in 1993 tot 4,9 procent in 1997. Voor het eerst in de geschiedenis van het Griekse lidmaatschap zijn de Europese Commissie en de Griekse regering het zelfs eens over de vooruitzichten voor de Griekse economie.

Wat verklaart het Griekse enthousiasme voor de Europese zaak? Dat de orthodox-socialistische weg van Papandreou doodliep, bleek al in de jaren tachtig. In 1983 devalueerde de Griekse drachme met maar liefst 15,5 procent, in een nieuwe poging de onverkoopbare Griekse producten in het buitenland aan de man te brengen. Even groeide de economie, maar twee jaar later bedroeg de inflatie door de hogere importprijzen en twee uitbundige begrotingen van Papandreou meer dan twintig procent. De staatsschuld stond op 84 procent van het nationaal inkomen. “Als 'Maastricht' niet bestond hadden wij het uit moeten vinden om een oplossing te vinden voor de problemen van de Griekse economie”, mag premier Simitis graag zeggen. Of de Grieken dat inderdaad gedaan zouden hebben, is overigens onwaarschijnlijk. “Ik ga er maar van uit dat de ondertekening van het Verdrag van Maastricht een mate van discipline in de Griekse politiek heeft gebracht die anders afwezig geweest zou zijn”, formuleerde minister van Economische Zaken Yannos Papantoniou het onlangs nog diplomatiek.

Maar dat is niet het enige. Vooral op de Balkan de etnische conflicten van het verleden hun venijnige kop weer hebben opgestoken. En ook al bleek de EU niet in staat om het etnische geweld in bijvoorbeeld Bosnië tegen te gaan, toch zien vele Grieken lidmaatschap van de Unie als een verdediging tegen de etnische anarchie - zoals een griepprik net iets meer bescherming biedt tegen de ziekte. “Wij leven in een woelige regio”, aldus politiek adviseur Iokamidis. “'Europa' bracht stabiliteit en veiligheid in West-Europa na de Tweede wereldoorlog. Waarom zou dat hier niet kunnen?” Orde en veiligheid - als de woorden in Athene vallen, gaat het toch primair om Turkije. “Mijn familie leefde in Klein-Azië”, vertelt een ambtenaar. “Wij hebben met de Turken samengewoond en we weten dat ze pas naar argumenten luisteren als je vanuit een positie van kracht praat.”

Mede door Griekse druk gaat de deur voor Turkije naar lidmaatschap van de Unie pas op een kier als het zijn territotiale geschillen met Griekenland oplost, lidmaatschap van Cyprus van de EU toestaat en stabiele democratische instellingen creëert. “We mogen absoluut niet klagen wat we de afgelopen jaren in Brussel hebben bereikt”, zegt Yannis Kranidiotis, staatssecretaris voor Europese Zaken, met een nauwelijks verholen blik van triomf in zijn ogen.