Steunplan Tokio politiek geïnspireerd

De Japanse regering maakt deze week een pakket stimuleringsmaatregelen bekend voor de kwakkelende economie. Buitenlandse aandrang heeft daarop nauwelijks invloed gehad, in tegenstelling tot binnenlands-politieke overwegingen.

TOKIO, 24 MAART. “Spaar me voor alles wat ze in het buitenland zeggen dat we moeten doen.” Zo sprak een topman van de Japanse regeringspartij eerder deze maand in reactie op de buitenlandse druk op Japan om met een stimuleringspakket voor de dag te komen. De opmerking geeft goed de gang van zaken weer omtrent het pakket dat de regering eind deze week bekend zal maken, zoals de regeringswoordvoerder gisteren meedeelde.

De discussie in Japan over inhoud en tijdstip van het langverwachte stimuleringspakket wordt uitsluitend bepaald door binnenlandse factoren. In kringen rond de premier zegt men dat Hashimoto met zijn pakket in april een goede indruk wil maken op de Europees-Aziatische top (ASEM) en de daaropvolgende G7-bijeenkomst in Groot-Brittannië, door te tonen dat “Japan bijdraagt aan de stabilisering van Azië”, zoals het dagblad Nihon Keizai Shinbun gisteren schreef.

Maar als Hashimoto echt een goede indruk op het buitenland had willen maken, dan had hij al maanden geleden met maatregelen moeten komen. Nu gebeurt dat pas nadat werkelijk alle Amerikaanse politici die maar iets met handel en financiën hebben te maken hun gal hebben kunnen spuwen over het Japanse beleid.

Hashimoto had natuurlijk al geruime tijd geleden op kunnen staan en de wereld kunnen verkondigen dat hij met een 'klein binnenlands probleem' zat waardoor het pakket er pas in april zou komen. De Nihon Keizai Shinbun concludeerde dit al uit de volgende uitspraak van Hashimoto eind februari: “Ik denk serieus na over het recept dat ik mee kan nemen naar de Europees-Aziatische top.” De krant las goed tussen de regels door en zette als kop boven dit bericht: 'Begin april steunpakket'.

Waarom kon Hashimoto dit niet gewoon hardop zeggen tegen alle buitenlandse critici? Nog gisteren schreef dezelfde krant dat Hashimoto zèlf niet openlijk over het pakket kan praten omdat hij dan “het Hogerhuis negeert”. Hiermee zijn we weer terug bij de binnenlandse politiek, want Hashimoto moet domweg wachten tot na de parlementaire behandeling van de begroting voor het nieuwe financiële jaar dat op 1 april begint. Op instigatie van het ministerie van Financiën, dat vooral zijn zinnen zet op beperking van het overheidstekort, heeft Japan namelijk een half jaar geleden een wet voor terugdringing van dit tekort aangenomen. Het is wegens de vele steunpakketten van de afgelopen vijf jaar de pan uit gerezen. Tevens moet de hoeveelheid obligaties die de overheid uitgeeft omlaag.

De nieuwe wet kent twee grote gaten: een supplementair budget valt buiten de wet, evenals zogenoemde bouwobligaties. De Japanse regering financiert zijn tekorten namelijk met twee soorten obligaties; de andere soort heet recht-toe-recht-aan de rode-cijfer-obligatie.

Een leek zou zeggen 'lenen is lenen' en alles moet uiteindelijk worden terugbetaald. Zoniet de Japanse politici. Het resultaat is dat de regering voorlopig kan uitgeven wat zij wil, zolang ze maar werkt met een supplementair budget, gefinancierd met bouwobligaties. En daarom moest de regering wachten tot het Lagerhuis afgelopen vrijdag eindelijk akkoord ging met het gewone budget voor komend jaar. Nu kan de regering werken aan het supplementaire budget. En dus kwam gisteren de regeringswoordvoerder met de formele aankondiging dat dit pakket eind deze week klaar is.

Over de grootte van het pakket is weinig discussie. Tien biljoen yen (ruim 150 miljard gulden) is een cijfer dat al weken circuleert. Wel is er veel discussie over de inhoud.

Alle belangrijke lobbygroepen van het Japanse bedrijfsleven, de oppositie in het parlement, Amerikaanse politici en analisten hebben te kennen gegeven dat naast deregulering een belastingverlaging het meest gewenst is om de economie weer op gang te krijgen. Al zeggen velen, zoals Richard Jerram van ING Barings, wel dat “publieke werken op de korte termijn meer effect kunnen hebben op de vergroting van de binnenlandse vraag”. Op belastingverlaging hoeft weinig hoop te worden gevestigd. De uitgifte van obligaties voor financiering van tekorten - die zouden ontstaan door een belastingverlaging - moet jaarlijks omlaag, maar dat geldt niet voor de bouwobligaties.

Secretaris-generaal Koichi Kato van de regerende Liberaal Democratische Partij (LDP) rekende gisteren direct voor dat er slechts ruimte is voor uitgifte van gewone obligaties à 1,4 biljoen yen (krap 1 miljard gulden). Wat betreft Kato, na premier Hashimoto de belangrijkste functionaris binnen de LDP, is dat dus alle ruimte die er is voor belastingverlaging. “Anders moeten we eerst de wet wijzigen”, aldus Kato gisteren. Dat zou dan grote vragen oproepen over de rol van Hashimoto onder wiens nominale leiding die wet vorig jaar is aangenomen. Wèl is er volgens Kato voldoende ruimte voor bouwobligaties en dus publieke werken.

Ook hier speelt weer vooral de binnenlandse politiek een rol. Zo is er vanuit de oppositie al geruime tijd geleden kritiek gekomen dat het niet gaat om een 'economisch pakket' maar om een 'verkiezingspakket' van de LDP in het zicht van de Hogerhuisverkiezingen deze zomer.

Geld voor publieke werken betekent geld voor bouwbedrijven die behoren tot de trouwste ronselaars van LDP-kiezers in verkiezingstijd. Ondanks de economische teruggang van de afgelopen jaren en de val van de vastgoedprijzen, is de werkgelegenheid in de bouw de afgelopen jaren gegroeid van krap zes miljoen mensen naar bijna zeven miljoen.

De steunpakketten van de LDP voor publieke werken in de afgelopen jaren zijn eigenlijk een soort werkgelegenheidsbeleid dat tevens stemmen oplevert. Hashimoto kan de verkiezingssteun deze zomer weer goed gebruiken. Zijn populariteit staat op recorddiepte, zo bleek vandaag weer eens uit een opiniepeiling.