Schlemiel van Brabant

Er is altijd wel wat met Helmond, de Brabantse stad met 76.000 inwoners die “uit tranen, bloed en alle mogelijke andere pestilenties is geboren”, zoals in 1963 hoofdredacteur Paul Kuijpers in de Helmondse Courant schreef. Altijd is er wel een Helmonder die zijn plaats wil ophemelen, maar vrijwel altijd loopt die poging uit op nestbevuiling. En ook altijd gaat er wel iets mis met Helmond, dat nochtans het beminnen waard zou zijn want, aldus Kuijpers, “zo houd ik van die 1469 bunders overwegend niet te beste grond”.

Aan de romaans-renaissancistische uitdossing van de stevig gepommadeerde kasteelheer en zijn gade had het niet gelegen, noch aan de heraut die vanaf het dak de klaroen stak, toen het wooncomplex Kasteel Noord een dezer dagen feestelijk werd geopend. In een park met leibomen, palmstruiken en rododendrons liggen in het dal van de Gulden Aa de nieuwe koop- en huurappartementen. Ze zijn als een kasteel gebouwd met torens en omgeven door een slotgracht. Zo moeten ze een modern tegenwicht bieden tegen het echte Helmondse kasteel dat enige honderden meters verderop ligt. De appartementen worden bewoond door de beter gesitueerden. “Door de vrijheren van deze tijd”, zoals wethouder Sjef Jonkers ze in zijn toespraak noemde.

De wethouder, die na twaalf jaar namens het CDA in het stadsbestuur te hebben gezeten niet meer in het nieuwe college terugkeert, had hoog opgegeven van dit 'pilotproject' voor de nieuwe invulling van de kanaalzone. Dat is het gebied in het centrum. De Zuid-Willemsvaart, die eerst dwars door Helmond liep, is om de stad heen gelegd. Rond het oude kanaal, dat alleen nog maar voor recreatievaart zal worden gebruikt, zal een nieuwe binnenstad verrijzen met gedurfde projecten als Boscotondo, Parc Bruxelles, de Elzaspassage maar ook het Ketsegangske. Zo heette een straat waarin eertijds de fabrieksarbeiders armoedig zaten weggedoken, “wachtend”, zoals Kuij-pers in zijn krant schreef, “op de nieuwe tijd als we onze gevoelens van minderwaardigheid hebben afgelegd en we tot het besef gekomen zijn dat wij Helmonders ook iets kunnen, als dát uur van onze waarachtige bevrijding geslagen heeft”.

“Hoe pak ik”, had Jonkers zich bij zijn aantreden als wethouder afgevraagd, “dat deprimerende en deels onterechte imago aan dat de neiging heeft alle vooruitgang in de stad te ontkrachten? Met het bouwen onder meer van een wooncomplex als Kasteel Noord dat in alle opzichten beantwoordt aan mijn visie op het bouwen van een stad. Bouwen naar het hart is bouwen voor de toekomst. My home is my Castel North.”

Een vader had aan zijn dochtertje gevraagd of ze op de tonen van trekharmonica en mandoline, die het feest opluisterden, wilde dansen, maar het kind was in zulk luid gehuil uitgebarsten dat de bijeenkomst ijlings verlaten moest worden. Maar pas nadat de vader, die in het complex een appartement had gekocht, had gezegd dat hij het weer ging verkopen: “Dan ga ik ergens anders wonen. En beslist niet meer in Helmond, want dat is verschrikkelijk.”

Toen vervolgens nog, voordat de geïmproviseerde stormram ook maar met één hand was beroerd, de bordkartonnen poort, die de toegang tot een kasteel moest voorstellen, door het zwakke windje werd omgeblazen, had Helmond andermaal getoond zijn titel van schlemiel onder de Brabantse steden met ere te dragen.

Het is niet anders - hoewel ik van dit stukje een waardig eerbetoon had willen maken aan die treurige underdog, een die, zoals alle underdogs, altijd een warm plaatsje in mijn hart zal houden.

    • Max Paumen