Republikeinse waarden

EEN VIJFTIEN PROCENT van de Fransen stemt uiterst rechts - voor een partij, het Front National (FN), die racisme en vreemdelingenhaat niet schuwt. Formeel is samenwerking met die partij taboe, maar in de praktijk heeft nog wel eens een volksvertegenwoordiger zijn zetel te danken gehad aan steun van de kiezers van uiterst rechts in situaties waarin hun eigen kandidaat kansloos was.

Die steun kon worden gegeven en aanvaard omdat links moest worden tegengehouden, maar even goed mikte uiterst rechts op het verzwakken van centrum-rechts wanneer dat in de eigen strategie van pas kwam. President Chirac sommeerde gisteren in zijn rede met zoveel woorden links ook kritisch naar zichzelf te kijken. Maar de grote onrust die het staatshoofd tot zijn interventie bracht is een gevolg van het pact dat centrum-rechts vorige week openlijk en zonder gêne in verschillende regio's met het FN sloot en waarmee het zich horig maakte aan het naargeestige beleid dat deze groepering voorstaat. Sinds de nederlaag in de parlementsverkiezingen van vorig jaar zijn de centrum-rechtse partijen, van liberalen tot gaullisten, in verwarring. De onderlinge verdeeldheid - eerder tussen de verschillende vleugels dan tussen de partijen zelf - wordt niet langer bedwongen door deelname aan de regeringsmacht. De cohabitation tussen rechts staatshoofd en linkse regering mag nog redelijk functioneren, ook omdat de grote Europese projecten haar noodzakelijk maken, maar het centrum-rechtse restant in de Nationale Vergadering is na de tegenslagen van vorig jaar in het ongerede geraakt.

TEGEN DIE achtergrond moet de alles-of-nietstactiek van een aantal regionale centrum-rechtse politici worden geplaatst. De macht van links was voor hen minder verteerbaar dan de kwade walm die opstijgt uit de uiterste rechter zijde. Toen de algemene verontwaardiging over dit opportunisme naar buiten trad, had men er vervolgens ook geen moeite mee het FN tegenbetaling te onthouden. Maar zo gemakkelijk kwamen de gekozenen er niet van af. Chirac zelf heeft zich woordvoerder van de critici gemaakt en een dergelijk pact als strijdig met de republikeinse waarden en de nationale geschiedenis verworpen.

De rede van het staatshoofd heeft de verdienste dat de normen van politiek bedrijven in Frankrijk weer eens duidelijk zijn gemarkeerd. Maar een oplossing heeft ook Chirac niet. De maatschappelijke structuur in Frankrijk (massawerkloosheid verbonden met een toestroom van vreemdelingen) voedt uiterst rechts. De hoopvolste gedachte is dat het Front langzamerhand tegen zijn natuurlijke plafond zit, maar zelfs als dat waar zou zijn, blijft het probleem hoe met de voorkeur van een aanzienlijk deel van de Fransen om te gaan zonder de democratie geweld aan te doen. Dat die voorkeur regionaal, anders dan landelijk, consequenties heeft voor de directe machtsvraag, heeft te maken met het evenredigheidsstelsel dat bij regionale verkiezingen wordt toegepast. De paradox wil dat naarmate de invloed van de kiezer beter is gespreid, de uitkomst bedreigender wordt voor de gezondheid van de democratie.

IN 1958 VERZETTE De Gaulle de bakens in Frankrijk. De bestuurlijke en politieke malaise van de Vierde Republiek had geleid tot een poging tot staatsgreep door de generaals van het in Algerije vastgelopen en ontheemde expeditieleger. De Gaulle legde de Fransen de Vijfde Republiek op met zijn voor een democratie extreme macht voor het staatshoofd. Maar het gaullistische model bleek sterk afhankelijk van het electorale succes van één partij of coalitie - eerst het gaullisme, vervolgens het liberale centrum-rechts van Giscard d'Estaing, daarna het socialisme van Mitterrand. Het model is inmiddels zwaar aangetast. Staatshoofd, regering en volksvertegenwoordiging zijn voor langere perioden niet meer in één hand. En het zicht op een duurzaam herstel van de oude toestand is vaag geworden.

Democratiseringsexperimenten op regionaal niveau met een evenredigheidsstelsel zijn nu geëxplodeerd in het gezicht van de politieke laboranten. Chirac verdedigt zijn presidentschap tegen een deel van zijn eigen achterban met een beroep op de republiek en haar waardenstelsel. Maar die oproep zal een slag in de lucht blijven zolang de republikeinse partijen hun onderlinge strijd om de macht laten prevaleren boven de gezondmaking van hun democratie. Veel wordt in Europa gepraat over monetaire criteria. Het wordt tijd om die andere criteria, van democratie en rechtsstaat, niet langer als vanzelfsprekend te beschouwen.