Pad naar verzelfstandigde haven Rotterdam vertoont lastige hobbel

Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam moet op meer afstand van de gemeente komen te staan om commerciëler en slagvaardiger te kunnen opereren. Maar verzelfstandiging van het GHR is volgens havenwethouder Van den Muijsenberg 'politiek een lastig project.'

ROTTERDAM, 24 MAART. Havenwethouder Herman van den Muijsenberg noemde gisteren verzelfstandiging van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) een “politiek lastig project.” Dat was de understatement van de dag tijdens de bijeenkomst waarop de Commissie De Vries gisteren haar rapport 'naar een integraal en samenhangend beleid voor de mainport Rotterdam' aan minister Jorritsma (Verkeer) aanbood. Rotterdam geniet nationale en internationale bekendheid door zijn haven, die in de wandelgangen van het stadhuis wel eens de “rijke gemeentelijke dochter” wordt genoemd. Vorig jaar realiseerde de Rotterdamse haven een bedrijfsresultaat van 82 miljoen gulden, waarvan ruim 70 miljoen werd afgedragen aan de gemeentekas.

Binnen de directie van het GHR is in het verleden wel eens spottend gefulmineerd tegen deze forse afdracht aan de gemeente. “We kunnen die Griekse kapitein die met zijn schip de Waterweg opvaart toch moeilijk uit gaan leggen dat hij mee moet betalen aan de werkloosheid in Charlois.” Maar gisteren trok algemeen directeur van het GHR Willem Scholten de plooien recht door op te merken: “Ik vind het een reële verwachting van de gemeente dat zij een afdracht krijgt voor de diensten die zij ten opzichte van de haven verricht.”

Ook burgemeester Bram Peper bagatelliseerde het heikele punt van de afdracht van het GHR aan de gemeente. Een discussie die zeker weer wordt aangezwengeld wanneer het GHR op meer afstand van de gemeente komt te staan. Peper vindt dat een verdere verzelfstandiging van het GHR niet “moet worden belast met de afdrachtendiscussie”. Van den Muijsenberg ging zelfs nog een stap verder. “Die afdracht is oplosbaar. Zeker als het uitgangspunt blijft dat 100 procent van de aandelen van een overheids-NV voor de haven in handen komt van Rotterdam, kom je er wel uit.”

Onder de hoede van de gemeente Rotterdam voert het GHR drie hoofdtaken uit in de haven. Het nautisch beheer (de aanleg van havens, sluizen en radar), ontwikkeling en beheer van de 'natte infrastructuur (baggeren, aanleg van kaden, bestrating, verlichting etc) en ontwikkeling en exploitatie van terreinen (ondermeer de container mainport op de Maasvlakte en distripark Maasvlakte). Voor deze taken blijft het GHR ook in de toekomst opereren onder de paraplu van de gemeente Rotterdam.

“Daar zit ook het grote verschil met een luchthaven als Schiphol”, zegt GHR-directeur Scholten. “Daar zit iedereen aan tafel. Haarlemmermeer, Amsterdam, de overheid. Wij praten wat havenbeheer betreft alleen met de gemeente Rotterdam. Wél vergelijkbaar met Schiphol is dat wij als haven op dezelfde manier naar buiten willen treden naar het bedrijfsleven toe. Ook het 'exporteren' van expertise naar andere havens kun je daartoe rekenen.”

Met andere woorden: het GHR streeft naar een zelfstandige positie om commerciëler, slagvaardiger en doelmatiger op te treden. Daarvoor is weliswaar geld nodig, maar Scholten acht de cashflow van het havenbedrijf - dat op dit moment al 350 miljoen per jaar in de haven investeert - voldoende om die ambities waar te kunnen maken. Participaties in haven-gerelateerde bedrijven of het aangaan van deelnemingen of allianties in andere havens, het staat allemaal op het verlanglijstje van een zelfstandiger GHR, dat bij een financiële verzelfstandiging niet meer voor iedere investering van het GHR voor goedkeuring terug hoeft naar de gemeente. Van den Muijsenberg verwacht dat er binnen negen maanden een akkoord op tafel ligt over verzelfstandiging van het GHR.

Maar er spelen meer zaken. Bij iedere majeure investering in de Rotterdamse haven - zoals bijvoorbeeld de tweede Maasvlakte - zijn tegenwoordig meer overheden betrokken dan alleen de gemeente Rotterdam. De rol van de rijksoverheid is wat dat betreft cruciaal. Met name op het terrein van ontwikkeling van de voor- en achterlandverbindingen van de haven, het vestigingsklimaat, de ruimtelijke ordening en het milieu, het overleg met Brussel en de dienstverlening op het gebied van informatica en communicatietechnologie. Daarom juicht zowel het GHR als de gemeente Rotterdam het toe dat de Commissie De Vries aan minister Jorritsma (Verkeer) het vormen van een 'bestuurlijk overleg' heeft geadviseerd. Daarbij worden alle betrokken lokale, regionale overheden en de rijksoverheid aan één tafel gezet om een gezamenlijk toekomstbeleid voor de de haven van Rotterdam te ontwikkelen.

“Dat is een hele verbetering ten opzichte van de discussie rond de tweede Maasvlakte”, constateert Scholten. “Dan zat je weer met dat ministerie aan tafel, dan weer met een ander. Het is nu voor het eerst dat er één overlegorgaan voor de haven komt met betrekking tot de ontwikkeling van de mainport.” Hoewel burgemeester Peper moeite heeft met de naam 'bestuurlijk overleg.' “Het straalt iets uit van een ongelooflijke saaiheid. Je hebt met deze naam niet het gevoel dat je aan het werk bent met belangrijke zaken voor de haven. Maar niets is minder waar.”