Nog geen akkoord fusie stroombedrijf

ROTTERDAM, 24 MAART. De vier productiebedrijven voor elektriciteit en hun aandeelhouders hebben gisteren nog geen definitief akkoord bereikt over de beoogde fusie die één landelijk Grootschalig Productiebedrijf (GPB) moet opleveren.

Vorige week vroegen diverse fracties in de Tweede Kamer tijdens het debat over de nieuwe Elektriciteitswet om een positief 'signaal' van de sector dat de fusie doorgaat. De Kamer wilde graag zekerheid vóór de stemmingen die tot vanmiddag werden aangehouden.

Volgens woordvoerster Irene Carsouw van het 'GPB in oprichting' zijn de partijen het tijdens een beraad gisteren echter nog niet volledig eens geworden. Uiterlijk 31 maart is een “finaal besluit” te verwachten. “Wij gaan er absoluut vanuit dat het een positief besluit wordt”, aldus Carsouw.

Op 5 maart bereikten de aandeelhouders wel overeenstemming over de fusiedocumenten die in april getekend moeten worden om het GPB per 1 juli van start te laten gaan.

Aandeelhouders van het GPB worden voorlopig de energie-distributiebedrijven Eneco (Randstad), Nuon en Edon (Noord- en Oost-Nederland), Enw (Noord-Holland), Pnem-Mega (Zuid-Nederland), Deltan (Zeeland), de provinciebesturen van Utrecht en Noord-Holland en de gemeenten Utrecht en Amsterdam. Minister Wijers streeft naar geleidelijke privatisering van het nieuwe bedrijf, maar wil dat het eerst een sterke positie in de Europese markt krijgt via verhoging van het eigen vermogen. Daarom wil hij erop toezien dat de aandeelhouders, die zich ook als concurrenten opstellen omdat ze elk een marktaandeel in de productie van warmte-krachtcentrales willen, in die overgangsperiode niet een te grote invloed krijgen.

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer die de nieuwe Elektriciteitswet van minister Wijers (Economische Zaken) steunt waarin de randvoorwaarden voor het GPB zijn geregeld, heeft een paar veiligheidskleppen ingebouwd om een eventueel te grote invloed van de aandeelhouders te corrigeren. Wijers stemde daar vorige week mee in. Hij kan zijn financiële steunmaatregelen heroverwegen: een snellere invoering van de winstbelasting voor de energiebedrijven en minder tegemoetkoming voor in het verleden gedane onrendabele investeringen. Bovendien kan hij de tarieven voor kleinverbruikers tot het jaar 2007 aan een lager maximum binden dan de sector voorstelt.

De onafhankelijke Nederlandse Mededingingsautoriteit moet het fusieplan nog beoordelen en kan eventueel scherpere voorwaarden aan de aandeelhouders stellen als zij een dominante invloed zouden krijgen.