Musea

Over het wetenschapsmuseum New metropolis in Amsterdam was me gezegd dat het voor kinderen was en dat geloofde ik wel, maar ik had toch niet gedacht dat het zo volledig waar zou zijn. Volwassenen die zonder kinderen rondliepen zag je er bijna niet. De kinderen bliezen grote bellen van zeepsop, ze liepen door een gangetje waarin oerwoudgeluiden te horen waren en ze speelden vooral spelletjes op computers.

“Wat zijn ze er ongelofelijk handig in“, hoorde ik een volwassene zeggen die keek naar een rijtje kinderen van een jaar of vijf die druk met computers in de weer waren. Het ging inderdaad rap, maar het verbaast me niet dat kinderen vaak handig met computers zijn, net zo min als het me verbaast van hoogbejaarden. De cultuurschok die ik voelde kwam door de teksten die de speeltuinleiding had aangebracht. Veel van de spelletjes gingen over geld verdienen en door de leuzen op de muurplakkaten werd het moderne paarse gedachtegoed er hard ingeramd bij de kinderen. 'Laat het geldschip binnenvaren!', 'Maak je concurrent een vracht afhandig!' en het meest to the point: 'Laat anderen voor je werken en word zelf steenrijk!'

Bereid de jeugd goed voor op het leven in een land waar meer wordt verdiend met beleggen dan met werken. Er valt wat voor te zeggen, maar ik ben anders opgevoed. Argwanend zocht ik naar een bord dat zei 'Sla er hard op los en geef de eerste klap!', maar dat was er niet. Je bent altijd geneigd de cultuurschok te overdrijven.

Voor volwassenen is er weinig te beleven in dit museum en toen het gebouwd werd was dat een beetje anders voorgesteld, maar dat doet er niet zoveel toe. De kinderen hadden veel plezier. Boven was het uitzicht over Amsterdam prachtig. En als je buiten weer beneden stond en opkeek naar dit grote, opvallende en ook mooie gebouw, was het een indrukwekkende gedachte dat het in feite een enorme kindercrèche was.

Wie net in de speeltuin was geweest voelde de schok der herkenning toen hij vrijdag het artikel van Anna Tilroe las over het Zentrum für Kunst und Medientechnologie in Karlsruhe. Wil je een 'sociaal ander iemand' worden? “Daarvoor moet je als een echte trambestuurder achter een controlepaneel met de hendels en knoppen van een echte Karlsruher Strassenbahn gaan zitten. Daarna kun je, zonder uniform en pet, stapvoets of doldriest door de straten van Karlsruhe drammen.“ In New metropolis zouden ze niet flauw zijn en er wel een uniform en een pet bij geven. Als je daar in het 'laboratorium' binnenstapt krijg je ook een echte witte doktersjas.

Het citaat hierboven is geen parodie op de instructies van een kleuterleidster. Met priesterlijke ernst beschrijft Tilroe deze virtuele tram als een interactief kunstwerk waarin wij onszelf verliezen en een nieuwe identiteit aannemen. Je kan er ook een oude klassieker uit de automatenhal in zien.

Aan het begin van iedere week laat onze hoofdredacteur de columnisten van de achterpagina voor dag en dauw in de hoofdredacteursbunker aantreden en knallend met zijn zweep stelt hij dan het thema voor de komende dagen vast. Deze week was het de moderne beeldende kunst en zo heeft u gisteren bij Ileen Montijn kunnen lezen over de verschrikkelijke dingen die er gebeuren als beeldend kunstenaars zich vergrijpen aan de taal. Nu is het mijn beurt en gaat het niet over de taal maar over wat televisieverslaggevers wel eens 'de bewegende beelden' noemen. Hetzelfde deuntje met licht aangepaste tekst.

Je vraagt je bijna af of de kunstenaars waarvan de werken door Tilroe beschreven werden wel eens een gewoon videospelletje gezien hebben. Neem de beschrijving van de installatie die haar favoriet lijkt te zijn. Een Japanse tekst, een potlood waarmee de bezoeker de tekens aan kan raken of er in kan knoeien. Als hij dat doet, klinkt er geluid. Hij kan met het potlood ruisend bladzijden omslaan, plaatjes activeren, een appel in een klokhuis veranderen, boomblaadjes laten dansen. “Het oog wordt oor, het oor tastzin en het denken een beweging.“ Dat is misschien waar, maar het is ook zo dat er niets in deze beschrijving is dat dit kunstwerk onderscheidt van tal van pretentieloze computerspelletjes. En eerlijk gezegd ken ik simpele screensavers, prulletjes die gratis worden weggegeven als je voor een tientje een doosje met schijfjes koopt, die met meer inventiviteit gemaakt lijken te zijn.

Zou zo'n museum voor nieuwe media echt zo modern zijn als het lijkt? Een museum heeft nut om unieke voorwerpen te bewaren. Maar elektronische kunst, die onbeperkt kopieerbaar is, waarbij het er niet toe doet op welk plekje van de global village je je bevindt, waarom zou die in een museum moeten worden bewaard? Waarom kunnen we die niet via de kabel ontvangen? Omdat er in dat museum ouderwetse kamertjes worden gebouwd waarin een modern scherm wordt opgesteld, zou je kunnen zeggen. De virtuele wereld in een reële omgeving, en dat geeft een effect dat thuis niet te bereiken is. Maar dat duurt misschien maar kort. Straks loopt iedereen met een bril waarmee hij alle mogelijke virtuele omgevingen op en af kan zetten. Zo wordt het in ieder geval voorgesteld door de elektronische avant-garde. Als dat gebeurt, is dat mediamuseum in Karlsruhe al snel een museum voor oudheden geworden.

Het maakt nu al een wat archaïsche indruk. Het wil een plek zijn waar diverse aspecten van onze mediacultuur creatief ter discussie worden gesteld. “Daarom is er ook een (druk bezochte) afdeling waar je spelenderwijs gewezen wordt op bijvoorbeeld het geweld en seksisme in verschillende soorten computerspelletjes.“ Je gelooft je ogen niet. Is dit ernstig gemeend, of is het opgeschreven met een knap in bedwang gehouden bulderende schaterlach? De bezoekers van het mediamuseum wordt spelenderwijs gewezen op het geweld in sommige computerspelletjes. Waar zijn ze de laatste tien jaar geweest? Op plekken waar de buitenwereld slechts moeizaam doordringt, zou je zeggen. De grijpgrage kinderen die in New metropolis hun geldspelletjes spelen lijken heel wat beter bij de tijd.

    • Hans Ree