Hulp van zilveren amuletten

Tentoonstelling: Een gouden erfenis. Antieke sieraden uit de verzameling Burton Y. Berry. Allard Pierson Museum Amsterdam, Oude Turfmarkt 127, Amsterdam. Di-vr 10-17u, za en zo 13-17u. Inl. (020) 525 25 56. T/m 19 april.

O, die vermaledijde sirenen, vele eonen zingen zij al vanaf hun eilandjes in de Tyrrheense Zee argeloze matrozen een zeegraf in. En ook het engelachtige wezen dat nu in Amsterdam haar gulden verleidingskunsten tentoonspreidt kan - al is zij slechts twee centimenter hoog - nog steeds een hele zee in beweging brengen. Wat is ze mooi, die lierspelende vogelvrouw. Met haar lichaam licht gebogen wordt ze een oorschelp, in vervoering gebracht door haar eigen betoverende muziek.

Dit gouden miniatuur, waarschijnlijk behorend bij een oorsieraad uit het Griekenland van de derde eeuw voor Christus, maakt deel uit van de collectie antieke sieraden van de diplomaat en verzamelaar Burton Yost Berry (1901-1985) die een periode omvat van ongeveer 3500 voor Christus tot de veertiende eeuw van onze jaartelling. Een selectie daaruit is momenteel te zien in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Het aardigste van die driehonderd ringen, armbanden, halskettingen, oorbellen, gespen, lauwerkransen en andere versiersels is dat ze je zo nadrukkelijk confronteren met tijd, eeuwigheid en betrekkelijkheid. Er mag dan niets vergankelijker zijn dan schoonheid, de oudste stukken uit de verzameling van Berry dateren van ruim vijfduizend jaar terug en kunnen nog steeds glimmen en blinken en al hun ragfijne details prijsgeven. Bovendien zijn ze in hun voorliefde voor abstracte en geometrische figuren vaak opvallend hedendaags.

Leven en dood, offers en zegeningen werden door het dragen van sieraden bezworen of afgedwongen. Zilveren, maanvormige amuletten riepen de hulp in van maangodin Artemis, uit granaat gebeeldhouwde dolfijntjes duidden op de geboorte van Aphrodite uit het schuim van de golven en amethist, saffier en smaragd werden heilige edelstenen in het Byzantijnse christendom. Maar het was beslist niet alles goud wat er blonk: edelmetalen werden weliswaar om hun duurzaamheid, rijkdom en vermeende geneeskrachtige eigenschappen veel toegepast, ook eenvoudiger grondstoffen als brons, lood, hout, touw, glas en keramiek werden tot ringen en halssieraden verwerkt. Zoals in een Egyptische grafkrans (ca. 2de eeuw na Chr.), gevlochten van grof touw en met slordig gemodelleerde bladeren van rivierklei versierd. Het verguldsel is bijna helemaal verdwenen, de inscripties zijn versleten. En de dode die dit sieraad op zijn laatste reis meekreeg is ondanks conserverende windsels en bindsels gewoon weer tot stof vergaan.