Hartstocht over belastingstelsel laait op

In het debat over het nieuwe belastingstelsel lijken de dagen van Den Uyl en Wiegel weergekeerd. PvdA en VDD vliegen elkaar als vanouds in de haren, en de oppositie (CDA, GroenLinks en SP) ziet haar kans schoon om te scoren.

DEN HAAG, 24 MAART. Begin jaren negentig gaf de Amerikaanse journalist Mickey Kaus een fraai voorbeeld van inkomensdenivellering waarop de overheid nauwelijks greep heeft. In The End of Equality (1992) beschreef hij het westers fenomeen dat mannen uit de bovenlaag van de bevolking steeds meer vrouwen met een vergelijkbare professie en inkomen huwen ('assortive mating').

Wilde vroeger een arts nog met een verpleegster trouwen of een bankdirecteur met zijn secretaresse, tegenwoordig kunnen en willen zij vaak - met dank aan de emancipatiebeweging - vrouwen van gelijk professioneel en financieel niveau huwen. De gevolgen voor de inkomensverdeling zijn spectaculair, schreef Kaus. De inkomensverschillen verdubbelden volgens hem min of meer.

De laatste jaren is er veel geschreven over ontwikkelingen die verschillen tussen inkomens vergroten zonder dat de overheid er veel invloed op had, of wilde hebben. Eén kind meer of minder in een chrèche kan een gezin met een middeninkomen al gauw 600 gulden per maand schelen. Ook zijn veel beschouwingen gewijd aan de spectaculaire winsten die de laatste jaren uit aandelen en onroerend goed werden behaald. Wie op 5 mei 1994, twee dagen na de Tweede-Kamerverkiezingen van dat jaar, een aandelenpakket kocht van 50.000 gulden, kon dat gisteren, gemeten naar de AEX-index, verkopen voor 130.000 gulden, een winst van 80.000 gulden.

Gisteren, in de Thorbecke-zaal van de Tweede Kamer, leek het erop alsof al deze discussies niet zijn gevoerd. Met een hartstocht die aan de dagen van Den Uyl deed denken, bepleitte de PvdA een nieuwe inkomensnivellering. Ze deed dat op een manier die al evenzeer aan de jaren zeventig herinnerde: hogere belastingen voor de rijken en overheidssteun voor de armen. Tijdens de discussie over het nieuwe belastingstelsel leek het erop alsof Den Uyl en Wiegel opnieuw de degens kruisten, nu in de personen van de fiscaal specialisten Van der Ploeg (PvdA) en Hoogervorst (VVD).

“Het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, moet weer in ere worden hersteld”, zei Van der Ploeg. “De hoogste inkomens betalen weinig belasting omdat zij veel aftrekposten, lijfrente en dergelijke, in stelling brengen.” “Wij willen de inkomensverschillen verkleinen”.

De liberaal Hoogervorst zette ogenblikkelijk de tegenaanval in. Hij vond de uitlatingen van zijn geachte coalitiepartner een wel erg doorzichtige poging om, in het zicht van de verkiezingen, het sociale gezicht op te poetsen en de overloop van linkse kiezers naar GroenLinks en de SP te stoppen. “De PvdA heeft de afgelopen vier jaar meegewerkt aan verlaging van de vermogensbelasting. De PvdA heeft eraan meegewerkt dat na vier jaar 100.000 mensen minder het toptarief betalen. (...) En dan krijgen we nu ineens verhalen dat de rijken zo schandalig rijk worden en de armen moeten worden bijgespekt. Meneer Van der Ploeg, dit is totaal ongeloofwaardig.”

Het lijkt er op dat de PvdA gisteren is begonnen aan een lange tocht van 'reparatie-wetgeving' met een ongewisse afloop. De sociaal-democraten willen niet alleen goedmaken wat onder eigen verantwoordelijkheid verloren is gegaan, de PvdA plaatst zichzelf ook nog eens in een politieke spagaat. Enerzijds heeft de top van de partij duidelijk gemaakt straks met de VVD verder te willen regeren. Anderzijds moet ze zich stevig tegen diezelfde VVD afzetten om de linkse achterban aan zich te binden.

Het wordt een avontuur met een onzeker verloop. GroenLinks en de SP, alsmede het CDA, kunnen voluit de kritiek uitspelen die ze de afgelopen jaren op het sociale beleid van het kabinet hebben uitgeoefend. Ze claimen tegenover de kiezer geloofwaardiger over te komen dan de PvdA, die, stellen zij, nu plotseling haar sociaal gezicht heeft ontdekt.

GroenLinks-woordvoerder Rabbae begon daar gisteren tijdens het belastingdebat al mee door nog eens fijntjes te herinneren aan een uitspraak van het PvdA-congres, die de fiscale aftrek van de hypotheekrente wilde maximeren. Die uitspraak werd door PvdA-leider Kok genegeerd, omdat zo'n beperking de middengroepen te veel zou schaden. Maar is die beperking juist niet een geëigend middel om iets aan de vermogenswinsten via de onroerend-goed-markt te doen, vroeg Rabbae, die een uitgewerkt voorstel ter zake op tafel legde.

Zo'n vijftig kilometer richting zuidoosten, in Gorinchem, sloeg CDA-leider De Hoop Scheffer gisteravond nog eens op het aambeeld van de effecten die de 'paarse' bezuinigingen op de kinderbijslag hebben gehad. De christen-democraten kunnen claimen dat ook die een denivellerende werking hebben gehad. Immers, een bezuiniging van 50 gulden per maand tikt bij een inkomen van 1500 gulden harder aan dan bij een maandelijks inkomen van 5000 gulden.

Hetzelfde geldt voor de lokale lasten die de gemeenten hun inwoners in rekening brengen. Mede doordat de paarse coalitie lasten heeft overgeheveld naar de gemeenten, hebben de laatste die op hun beurt weer doorberekend aan de burger in de vorm van hogere reinigingsrechten, meer rioolbelasting en dergelijke. Deze bedragen zijn, net als de kinderbijslag, absoluut, en worden niet geheven naar draagkracht. Ook dit werkt derhalve denivellerend.

Ten slotte hebben de SP en GroenLinks de recente voorstellen van de PvdA om de winsten op aandelen te belasten, gehekeld als 'te weinig en te laat'. Het kabinetsvoorstel om de waardestijging van vermogen (onder andere aandelen en obligaties) op vier procent te stellen en daar vervolgens een belastingheffing van 25 procent op los te laten, hebben ze voorgesteld als een druppel op een gloeiende plaat. Temeer nadat de PvdA eerst akkoord is gegaan met het afschaffen van de vermogensbelasting. Het voorstel zou ook te laat komen, omdat het reageert op een situatie die straks wellicht niet meer bestaat. De verwachting is namelijk dat de spectaculaire koersstijgingen van de laatste jaren verleden tijd zullen zijn, als de belastingvoorstellen eenmaal het Staatsblad hebben gehaald.