Handdruk van de president

Een buitenlandse diplomaat die jarenlang op een ambassade in Washington gewerkt heeft en daar tijd genoeg over had om de hele Engelse schavuitenliteratuur te lezen, vertelt mij dat president Clinton biografieën van Engelse koningen verslindt en een speciale voorliefde heeft voor Karel de Tweede. Daarmee wordt een verband gesuggereerd tussen Clintons literaire verslaving aan Charles II en de particuliere problemen die Clinton al zo lang hinderen, dat zijn presidentiële werk eronder lijdt.

Ik geloof niet dat die vergelijking opgaat. Het is mogelijk dat de Amerikaanse president zijn rits niet in bedwang kan houden, maar vergeleken met Charles II is hij een kleine jongen. Die Engelse koning was een maniakale veelvraat, die geen genoegen nam met minder dan een verse verovering per nacht. De vergelijking met John F. Kennedy zou dus meer voor de hand liggen. De grootverbruiker Karel had openlijk drie vrouwen in dezelfde periode: zijn koningin en twee minnaressen, met nog een hele tros losse liaisons voor de lege uren. De terzake kundige Antonia Fraser vermeldt in haar jongste biografie van Charles II een bijzonderheid over de Privy Stairs, die vele nachtelijke bezoeksters daarnaast nog in het geheim beklommen. Ze werden binnengelaten en weer uitgelaten door de “koninklijke kamenier” en de “hoeder van 's konings geheime kamer”, twee functionarissen die extra betaald werden voor het bewaken van het grootste staatsgeheim en misschien een enkele keer zelfs ook wel eens de honneurs waarnamen (door zich voor de koning uit te geven).

Niet bekend

Er is wel beweerd dat het Witte Huis te frivool is geworden, maar dat is niet het geval. Wie bij de president van Amerika op bezoek komt, hoeft geen overdreven beleefdheidsvormen in acht te nemen, maar hij krijgt geen moment de kans te vergeten dat hij bij een verheven instelling te gast is. De Amerikaanse staatsvorm is nog even democratisch als de stichters hem ruim tweehonderd jaar geleden bedoelden, maar op het niveau van de president is ze uitgesproken semi-monarchaal. De ontvangstregels van de president wijken niet veel af van die van de Engelse koningin: een bezoekster die door de president wordt ontvangen, moet een aantal meters (twee armlengtes) bij de president vandaan blijven. Zij moet afstand houden.

Mevrouw Kathleen Willey veronachtzaamde die elementaire regel, tot haar eigen schade (bestseller-contract geannuleerd). Ze hield zich niet aan de voorgeschreven afstand, met alle door haar beweerde gevolgen van dien: ze werd gekust, vervolgens betast en ten slotte werd haar hand naar het presidentiële lichaam geleid. Waarschijnlijk voltrokken die handelingen zich niet in afzonderlijke stadia, eerder in één vloeiende sequentie, maar dat is een technisch onderscheid dat voor de aard van de gebeurtenis weinig uitmaakt. Sinds Kathleen Willey die gebeurtenis wereldkundig heeft gemaakt, heet het 'grope' en zijn zelfs de jongste schoolkinderen in de Verenigde Staten vertrouwd met dat woord, dat in het Wetboek van Strafrecht wordt aangeduid als onzedelijke betasting.

Volgens een aantal bekende Amerikaanse juristen is het allerminst zeker dat dit een vergrijp in de zin van de wet is en dat Clinton zich aan dat vergrijp schuldig heeft gemaakt.

Het bewijs ervan schijnt moeilijk te leveren; evenzo het bewijs van meineed, waarnaar de door 'waarheidsliefde' gedreven speciale aanklager Kenneth Starr zo verbeten op zoek is. Lawrence E. Walsh, een voormalige speciale aanklager en al zestig jaar werkzaam in de Amerikaanse strafrechtspraktijk, heeft in The New York Review of Books van 5 maart 1998 betoogd hoe moeilijk het is de waarheid tussen elkaar tegensprekende en ontkennende getuigen in burgerlijke rechtsgedingen vast te stellen.

In zulke gedingen (zoals die waarin Clinton is betrokken) wordt heel wat afgelogen, zonder dat de rechter de moeite neemt vast te stellen wie de leugenaar is. De rechter is (in zulke zaken) alleen geïnteresseerd in schikkingen.

Walsh vat dat probleem samen in een aforisme waarin ongetwijfeld de strafpraktijkervaring van een heel leven is gecondenseerd. “Waarheid op een rechtszitting is minder authentiek dan waarheid in de biechtstoel.” Walsh meent dat Starr een zonderlinge uitleg geeft aan zijn wettelijke bevoegdheden (als ex-raadsadviseur van de regering kent Walsh die wet uit zijn hoofd), maar dat zijn omstreden juridische omwegen hem geen stap dichter bij zijn doel zullen brengen. Het is volgens Walsh zelfs twijfelachtig of de seksuele handelingen waarvan Clinton beschuldigd wordt een vergrijp tegen enige federale wet opleveren.

Het is intussen duidelijk dat Clintons belaagsters vooral door het vergezicht van bestseller-miljoenen zijn gemotiveerd. Maar de juridische schuld van de president staat nog steeds niet vast. Zijn handtastelijkheid maakt dus nog steeds een kans te worden geclassificeerd als een informele, zij het wat omslachtige handdruk van de president.

    • Harry van Wijnen