Geknutsel met twee versies van La bohème

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jan Latham-König m.m.v. Nelly Miricioiu, Francesco Petrozzi, Giovanni Meoni, Lars Terray, Jaco Huijpen, Gert Jan Alders en Jeanne Piland. Gehoord: 23/3, Concertgebouw Amsterdam. Uitzending op de radio: 25/3, 14.00 uur. NCRV, Radio 4.

Het verhaal is befaamd: Puccini en Leoncavallo werkten gelijktijdig elk aan een opera La bohème en zij wisten het van elkaar. Puccini's Bohème ging in 1896 in première, die van Leoncavallo in 1897. Het vervolg is al even bekend: de Bohème van Puccini behoort sinds lang tot de geliefdste stukken. De Bohème van Leoncavallo werd de muurbloem van het operarepertoire en wordt nog slechts een enkele keer uitgevoerd, vanwege de curiositeit. Nog veel curieuzer was gisteravond de mix-Bohème die in het Amsterdamse Concertgebouw werd uitgevoerd in de serie Einde van een Eeuw met muziek van honderd jaar geleden. De Bohème van Puccini (de eerste acte van de vier) werd gefuseerd met de Bohème van Leoncavallo (de laatste twee van zijn vier actes). Het resultaat kan niet anders worden betiteld als Les bohèmes van Puccicavallo en als er geen artistieke vrijheid zou bestaan, zou de tijd rijp lijken voor een Europese Operacommissie voor versies en fusies.

Er valt nogal wat af te dingen op zo'n dubbel-Bohème: als men Leoncavallo's Bohème wil afstoffen en recht doen, moet men die gewoon in zijn geheel uitvoeren. Puccini's Bohème kent iedereen uit het hoofd en is geschikt voor de Meezing-Bohème. De nieuwvorming Les bohèmes heeft als enig voordeel dat men de componeerstijlen van Puccini en Leoncavallo rechtstreeks kan vergelijken. Erg interessant is dat overigens niet, Puccini wint met zijn goed gedoseerde emoties nog steeds van de heftig opgeschroefde Leoncavallo.

Wel kan men constateren dat de aan Leoncavallo toegeschreven Wagneriaanse invloed hier in feite miniem is en uitsluitend opvalt in enkele instrumentale passages. Zijn Bohème is eerder terug te voeren op Rigoletto van Verdi, die met La traviata en vooral Rigoletto de grondlegger was voor het Italiaanse verismo (realisme), dat aan het eind van de vorige eeuw opgang maakte.

De gevolgen van de Bohème-mix zijn nogal potsierlijk. De dramatische evenwichtigheid was verdwenen, omdat de café- en carnavalsscène nu ontbrak. En Puccini's derde acte in de sneeuw - één van de mooiste en hechtst gecomponeerde actes uit het hele operarepertoire - was ook al weg.

Les bohèmes speelt uitsluitend op de koude zolderkamer, waar de liefde tussen Rodolfo en Mimi ontstaat en verloren gaat, al voordat Mimi sterft - een scène die bij Leoncavallo heel wat minder geraffineerd met grote gevoelens speelt dan bij Puccini. Bovendien verdween de muzikale karakterisering van de personages met leidmotieven, zoals bij Mimi het 'koude handjes-thema'. Bij Puccini is Rodolfo een tenor en Marcello een bariton, terwijl dat bij Leoncavallo omgekeerd is, zodat deze zangers in de pauze van rol wisselden!

De problemen bij de casting weerspiegelden het geknutsel. Tenor Luca Canonici werd vervangen door Francesco Petrozzi, een af en toe wat snerpende zanger die met zijn gelonk en bravoure een soms lachwekkende karikatuur leverde op het verschijnsel 'Italiaanse tenor'. De weinig opvallende bariton Giovanni Meoni verving de aangekondigde Thomas Quasthoff. De zieke dirigent Hans Vonk werd vervangen door Jan Latham-König, de vaste gastdirigent van de Weense Staatsopera. Hij kent Puccini's Bohème en is sinds een plaatopname van Leoncavallo's Bohème ook vertrouwd met dat werk. De dirigent deed zijn werk dan ook voortreffelijk, met levendigheid, energie en gezag.

Jeanne Piland was een mooie Musetta en wie gelukkig ook was gebleven was Nelly Miricioiu. Haar werkelijk prachtig gezongen Mimi droeg deze uitvoering en rechtvaardigde die voor een groot deel. In het Puccini-deel gaf Miricioiu met haar natuurlijk geacteerde lieftallige schuchterheid een roerend profiel aan de tragische rol, die bij Leoncavallo een wringend karakter en een nogal plots einde kreeg.