Ex-Philipschef N. Rodenburg (79) overleden

ROTTERDAM, 24 MAART. Voormalig president van Philips, dr. ir. N. Rodenburg is afgelopen vrijdag op 79-jarige leeftijd overleden. De in Groningen geboren technicus werd op 6 mei 1977 de eerste president van het concern die niet voortkwam uit het Philips geslacht. Daarvoor was hij jarenlang directeur van de Philips Communicatie Industrie in Hilversum waar hij een veel meer commerciële dan technische inbreng had. Hij zou Philips' president blijven tot 31 december 1981.

Zijn vertrek op zijn 62-ste was twee jaar vervroegd. Philips watchers schrijven dat vervroegde vertrek toe aan een drankprobleem. Rodenburg had een voor Philips begrippen ongekende saneringsoperatie ingezet, waarbij hij op zwaar verzet stuitte van bonden, maar ook overheden. De 'Pietje precies' was hoegenaamd niet in staat om werk te delegeren, waardoor hij uiteindelijk niet bleek opgewassen tegen zijn taak.

Zelf zei hij ruimte te willen maken voor verjonging van de corncerntop, maar gaf ook aan dat de functie hem te zwaar viel. Ook zijn gezondheid zou te zeer lijden onder de spanningen die zijn functie meebracht. Hij werd opgevolgd door dr. W. Dekker.

Rodenburg studeerde in 1942 af als elektrotechnisch ingenieur in Delft en trad daarna op 23-jarige leeftijd - na door Philips' scouts te zijn ontdekt - in dienst van het Philips Natuurkundig Laboratorium waar hij al snel een voorkeur voor de telefonie kreeg. Rodenburg ontwikkelde zijn carrière bij Philips hoofdzakelijk in de bedrijfsonderdelen die zich bezighielden met telecommunicatie en defensiesystemen.

In 1953 promoveerde hij met lof aan de toenmalige Technische Hogeschool Delft. In 1972 werd Rodenburg opgenomen in de raad van bestuur van Philips. In 1975 volgde zijn benoeming tot vice-president en twee jaar later werd hij de eerste man bij het concern.

Hij achtte drastische reorganisaties nodig om op de wereldmarkt te kunnen blijven concurreren. De grote saneringsoperaties gingen hem, zo zei hij 'geweldig ter harte'. Maar Rodenburg kwam met de bonden en de centrale ondernemingsraad van het concern ook in conflict door minder vleiende uitspraken over het personeel.

Zo was er vlak na zijn aantreden in 1978 al een aanvaring, toen hij publiekelijk zei dat 'de sociale voorzieningen in Nederland het ziektverzuim stimuleren'. De ondernemingsraad noemde de uitspraak van de kersverse topman 'een belediging voor nagenoeg alle werknemers van Philips'.