Een verscherpt asielbeleid tussen willen en kunnen

De verscherping van het asielbeleid die het kabinet beoogt, leidt ertoe dat uitgeprocedeerde asielzoekers op straat worden gezet. Is het nieuwe beleid in strijd met de Vluchtelingenwet? Onpraktisch en chaotisch is de maatregel volgens critici in ieder geval zeker.

DEN HAAG, 24 MAART. Wanneer werkt een asielzoeker niet mee aan zijn uitzetting? Als hij is ondergedoken in de illegaliteit. Als hij niet verschijnt na een oproep van de vreemdelingendienst. Als hij weigert bij zijn ambassade te verklaren dat hij vrijwillig terugkeert.

Het zijn enkele conclusies uit het rapport van een commissie onder leiding van rechter D. van Dijk, dat vandaag naar de Tweede Kamer is gezonden. De commissie is ingesteld na de affaire rond de zogenoemde tentasielzoekers, vorig jaar in de bossen van Drenthe. De Raad van Kerken en de interkerkelijke stichting Inlia brachten daar zo'n twintig asielzoekers wier asielaanvraag door ministerie en rechter waren afgewezen onder in tenten.

Deze uitgeprocedeerden waren uit de centrale opvangcentra gezet - terugkeer naar hun land bleek onmogelijk. Ze kúnnen niet terug, meenden de kerken. Ze wíllen niet terug, oordeelde het ministerie van Justitie. Omdat de ruzie niet kon worden beslecht, werd de commissie-Van Dijk ingesteld.

Minister-president Kok verwees vrijdag na afloop van de ministerraad al instemmend naar de bevindingen van de commissie. Het kabinet stelt voor om asielzoekers die weigeren mee te werken aan hun eigen uitzetting, geen onderdak te bieden. 'Weigerachtig' gedrag zou anders worden beloond. Wat betreft de criteria voor het niet-willen sluit het kabinet zich aan bij de commissie-Van Dijk.

Het kabinet had nog meer voorstellen. De belangrijkste voorgestelde wijziging van de vreemdelingenwet is dat asielzoekers zonder paspoorten voortaan moeten aantonen niet met opzet hun papieren te hebben kwijtgemaakt. Documentloze vluchtelingen frustreren immers de asielprocedure; hun identiteit kan moeilijk worden vastgesteld en sommige landen weigeren hun onderdanen terug te nemen, ongerust dat het om onderdanen van een ander land gaat. Ruim zeventig procent van de asielzoekers komt volgens het ministerie zonder papieren naar Nederland.

Maar de omkering van de bewijslast - vooralsnog moet de IND aantonen dat een asielzoeker weigert mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit - is op de nodige scepsis gestuit. Kamerleden en deskundigen noemden het voorstel dit weekeinde al in strijd met het Vluchtelingenverdrag van Geneve (1951), waaruit voortvloeit dat een asielaanvraag serieus moet worden behandeld. Toelating tot Nederland mag dus niet worden geweigerd, louter en alleen omdat een asielzoeker zijn papieren aan een mensensmokkelaar heeft afgegeven.

Volgens onderzoeker Th. Spijkerboer aan de Katholieke Universiteit Nijmegen is het voorstel niet alleen in strijd met het Vluchtelingenverdrag. Hij noemt het ook “onpraktisch”. “Een asielzoeker die op basis van deze regeling wordt afgewezen, gaat direct in beroep. Justitie zal zo'n zaak zeker verliezen. Het leidt alleen tot een chaotische en langere procedure.” Vluchtelingenwerk meent dat de IND “beter haar energie kan stoppen in de beoordeling van het verhaal van een vluchteling”, dan te achterhalen of een paspoort met opzet is kwijt gemaakt. De organisatie wijst er bovendien op dat in landen als Algerije, Koerdisch Irak en Somalië identeitsbewijzen niet altijd voor handen zijn.

Een woordvoerder van het ministerie verklaart telefonisch dat het voorstel niet zo rigide is. “Iedere asielaanvraag wordt individueel beoordeeld. Dat blijft zo.” Het voorstel is volgens haar vooral bedoeld om “mensensmokkelaars niet in de kaart te spelen”. De zogenoemde schleppers zouden de paspoorten innemen omdat het spoor van justitie anders naar hen kan leiden. Bovendien zijn valse paspoorten veel geld waard.

Zullen mensensmokkelaars zich door dit wetsvoorstel laten weerhouden? In het verleden hebben zij al vaak de mazen in het net gevonden. In het onlangs verschenen boek Dit is mijn huis, samengesteld naar aanleiding van het tienjarige bestaan van het Centraal Opvang Orgaan Asielzoekers (COA), vertellen vluchtelingen over hun smokkelaars. In de buurt van het aanmeldcentrum in Rijsbergen worden de vluchtelingen afgezet. Te voet moeten ze verder. De smokkelaar komt niet te dicht bij het centrum. Want hij weet dat zijn kenteken dan wordt genoteerd.