De ondergang die miljoenen mensen gelukkig maakt

In Hollywood zijn de afgelopen nacht elf Oscars toegekend aan de film Titanic. Miljoenen mensen hebben hem al gezien. Die populariteit heeft uiteraard te maken met het liefdesverhaal in de film. Andreas Kilb meent echter dat de film zijn populariteit mede dankt aan het feit dat hij een metafoor vormt voor de intacte, overzichtelijke wereld die we zijn kwijtgeraakt en waarnaar we met heimwee terugverlangen.

De kleine Anna heeft de film vier keer gezien, drie keer in het Duits, één keer in het Engels. Ze vond de ondergang van het schip niet speciaal eng, zegt ze, en gehuild heeft ze ook niet. Maar haar juf en een paar meisjes uit haar klas hebben het lelijk te kwaad gehad. In een map heeft Anna interviews en reportages over de film, foto's van de acteurs en historische verslagen verzameld. Op haar kamer hangt een poster van Leonardo DiCaprio. Anna is twaalf.

Wanneer een cultuurproduct tot cultobject wordt, merken de scholen het 't eerst: de hele klas holt naar de platenzaak of de bioscoop. Er duiken nieuwe sterren op, nieuwe gebaren, kleren, klanken. Zo sterk is de popcultuur, dat Titanic bijna ongemerkt tot lesstof wordt. De leerkrachten volgen de golf die hun leerlingen meesleurt.

Jochies leren het verschil tussen eerste- en derdeklaspassagiers. Kleine meisjes ontdekken in Leonardo hun eerste sprookjesprins. Dat is allemaal niets bijzonders. Bijzonder is wel, dat deze film geen onderscheid tussen de generaties kent, dat leerlingen en leraren, jong en oud, eraan verslaafd raken.

Iedere bezoeker weet al bij het begin hoe het verhaal afloopt. Toch heeft Titanic in de korste keren twee miljard gulden opgebracht, en is daarmee de film met de grootste omzet aller tijden geworden. Ook bij de toekenning van de Oscars de afgelopen nacht viel Titanic maar liefst elf keer in de prijzen en werd daarmee de grote winnaar.

Muziekcritici noemen Wagner, toneelcritici Shakespeare, filmcritici de filmpionier Griffith als voorbeelden voor Camerons sprookje van drie uren. Een feministe wijst op het emanciperende effect van het verhaal, een socioloog op het klassenstandpunt. En zoals altijd wanneer een film de harten raakt, komt men aanzetten met de archetypen, de grote mythen, de eeuwige symbolen. Het is allemaal waar.

Maar je kunt de waarheid ook goedkoper krijgen. Natuurlijk moet Titanic het allereerst hebben van de liefdesgeschiedenis.

En natuurlijk is de grote bekoring van het verhaal van Jack en Rose dat het uitloopt op de dood - net als het verhaal van Tristan en Isolde en de romance tussen Romeo en Julia.

Wel is het zo dat bijna iedere film een romance bevat, al zijn pure liefdesfilms zeldzaam. Ook in Titanic dient de love story slechts als omhulsel voor iets anders, dat het gebeuren zijn eigenlijke fascinatie verleent. Wat is dat?

Het is het beeld van de heelheid, die we zijn kwijtgeraakt. Het beeld van een verzonken wereld waarin iedereen, van kapitein tot machinist en van emigrant tot miljonair, zijn vaste plaats had. Het ten hemel schreiende onrecht waardoor die wereld wordt bijeengehouden, ontneemt hem zijn glans niet, maar vermeerdert die nog.

Wij schrijven 1912. De liefde tussen Jack en Rose is als de geest van de twintigste eeuw, die probeert gelijk te maken en gelijk te stellen, die de tegenstelling tussen boven- en benedendek, tussen pracht en misère, wil opheffen. Maar dat doel is net zo onbereikbaar als het verre Amerika achter de horizon van de ongeluksnacht. Zo blijft ook Rose, al wordt zij gered, voor eeuwig passagier van het gezonken schip - en wij met haar. Wij schrijven 1998, en wat ons toewaait is de geest van de eenentwintigste eeuw, waarin opnieuw de sterken, ver boven, worden bejubeld en de zwakken, ver beneden, worden veracht.

Aan het slot van onze titanische eeuw, nu het communisme als laatste alomvattende ideologie ten onder is gegaan, en de komende crises en de gevechten om de middelen van bestaan hun schaduwen vooruitwerpen, valt de wereld niet meer in grote gedachtebouwsels te vatten. De Titanic in ons hoofd: slechts als beeld kunnen wij de wereld nog begrijpen.

De bioscoop levert zulke beelden, waarin mens en kosmos nog eenmaal tot een vluchtige eenheid versmelten. De nieuwe techniek helpt het beeld te bewaren van het oude, het goede, dat door de techniek is verdrongen. In Camerons film dient het zware geschut van digitale middelen slechts om ieder spoor van kunstmatigheid uit te wissen: de catastrofe wordt tot poëzie. Zo ontstaat die mengeling van angst voor de ondergang en lust voor het oog, die ons de bioscoop in drijft.

De zucht naar gave beelden versterkt de trend naar grootse films. Sedert Star Wars is Hollywood erachter gekomen dat met reuzenprojecten doorgaans nog meer geld te verdienen valt dan met normale producties. Het succes wordt calculeerbaar. Met Titanic is de prijsspiraal weer verder omhoog gegaan. Filmbudgets van rond de tweehonderd miljoen dollar zijn nu geen spookbeeld meer. De Amerikaanse filmindustrie, die de wereldmarkt aan zich onderwerpt, heeft zich daarop ingesteld: de mondialisering neemt de plaats in van de verloren, intacte wereld. Waar Titanic is voorgegaan, zullen andere titanenfilms volgen.

Het epos van de natte dood is beslist niet het laatste miljardensucces waarmee Anna en haar tijdgenoten in heel de wereld zullen dwepen.