Cor van Hout staat weer terecht

Heineken-ontvoerder Cor van Hout staat opnieuw voor de rechter, nu verdacht van leiderschap van een drugsbende. Ontspannen woonde hij gisteren het begin van het proces bij.

AMSTERDAM, 24 MAART. Heineken-ontvoerder Cor van Hout vond het maar vervelend dat officier van justitie F. Teeven hem als leider van een criminele organisatie had betiteld. Maar voor de Amsterdamse rechtbank toonde Van Hout gisteren toch wat leiderschap. Net nadat rechtbankpresident A. de Wit van Hout en een aantal mede-verdachten 's ochtends had meegedeeld dat hun zaak pas in de middag zou worden voortgezet, nam Van Hout het woord. “Kunnen we zolang niet bij elkaar zitten? Anders zijn we wel heel erg lang alleen.” De rechtbankpresident lachtte wat meewarig. “Dat lijkt me niet.”

Zes jaar na zijn vrijlating staat Van Hout (40) weer voor de rechters. Ontspannen lachend met zijn advocaat A. Moszkowicz onderging hij de eerste zittingsdag. Van Hout staat met vijftien anderen terecht wegens het lidmaatschap van een criminele organisatie die zich bezig zou hebben gehouden de smokkel van een kleine 4.000 kilo hasj - aanzienlijk minder dan de tienduizenden kilo's die grote drugsbaronnen als Johan 'de Hakkelaar' V. of Etienne U. verhandelden. Aanvankelijk ging justitie er ook vanuit dat er xtc was gesmokkeld, maar daarvoor zijn geen bewijzen gevonden. Moszkowicz vindt dat justitie deze “doodgewone hasj-zaak” opblaast door alle zestien verdachten tegelijk te berechten. Het proces zal naar verwachting een maand duren.

Van Hout - 'Flipper' voor zijn vrienden - heeft een indrukwekkende criminele carrière achter de rug. Als tiener stal hij groente op de markt, weet een jeugdvriend. Daarna werd het plegen van overvallen zijn specialiteit. Ook werd hij verdacht van een spectaculaire overval met een speedboot op het postkantoor bij het Centraal Station in Amsterdam, maar zijn betrokkenheid is nooit bewezen.

In 1983 sloeg Van Hout zijn grote slag met de ontvoering van biermagnaat Alfred Heineken en diens chauffeur Ab Doderer. De daders ontvingen 35 miljoen losgeld. De politie wist al snel wie de belangrijkste uitvoerders waren en verrichtte drie arrestaties. Maar hoofdverdachten Cor van Hout en Willem Holleeder bleven lang uit handen van justitie. Via omzwervingen in Frankrijk en de Antillen belandden ze uiteindelijk toch in een Nederlandse cel. In 1987 werden ze tot elf jaar veroordeeld. In 1992, na acht jaar cel inclusief voorarrest, kwamen Van Hout en Holleeder vrij.

De Heineken-ontvoering is volgens betrokkenen nooit geheel opgelost. Zo wordt vermoed dat er meer dan de vijf veroordeelden bij betrokken waren. Van het losgeld is acht miljoen gulden nooit teruggevonden. Van Hout gaf later aan nog wel eens de hand te willen schudden van Alfred Heineken, maar deze weigerde elk contact. Veiligheidsmensen van Heineken bleven Van Hout en Holleeder nauwlettend in de gaten houden. Uit angst voor een vordering van Heineken zou Van Hout nooit eigendommen op zijn naam hebben laten zetten.

In de gevangenis zou Van Hout zijn criminele werk al hebben hervat. IRT-onderzoekers C. Fynaut en F. Bovenkerk schreven in 1995 in het rapport-Van Traa dat Heineken-ontvoerders de spil vormden van een van de zestien criminele organisaties die op de Wallen actief waren. De politie was in 1994, zo bleek vorig jaar, al een onderzoek onder de naam City Peak naar Van Houts organisatie begonnen. Heineken staakte de bierleverantie aan Casa Rosso toen Van Hout via een stroman een van de eigenaren zou zijn geworden van dit sekstheater. De officiële eigenaar, Brouwersgracht BV, ontkende de betrokkenheid van Van Hout.

In oktober van vorig jaar had het OM voldoende bewijs tegen Van Hout en vijftien medeverdachten om tot arrestaties over te gaan. Holleeder geldt ook als verdachte en justitie sluit niet uit dat hij nog wordt aangehouden. Zijn advocaat C. Kraal zei vorig jaar dat Holleeder niets meer met Van Hout te maken heeft en zich “volledig op het legale” heeft gestort.

Ruim een jaar voor zijn arrestatie kwam Van Hout nog eens in het nieuws. Voor zijn woning in de Deurloostraat in Amsterdam loste een man zeven schoten op Van Hout, die op dat moment in zijn Mercedes zat. Ofschoon vijf kogels hem troffen overleefde hij de aanslag. De dader ontsnapte per fiets en is nooit achterhaald.

Die aanslag speelde gisteren op de eerste dag van de rechtszaak een prominente rol, want de politie blijkt er een videoband van te hebben. De politie observeerde Van Hout bij diens woning. Daarvan zijn vele opnamen gemaakt, maar alle banden zijn volgens politie en justitie “abusievelijk” gewist. Met uitzondering van de band waarop de aanslag te zien is.

Moszkowicz en Van Hout willen die videoband zien. De raadsman probeerde dat eerder tijdens een pro forma-zitting en een kort geding te bewerkstelligen. Maar met succes weigerde het OM, omdat dit een geheel andere zaak zou betreffen en de aanslag nog steeds in onderzoek is. Moszkowicz vroeg gisteren niet opnieuw om de band maar riep wel de rechercheurs die de banden hebben gezien op als getuigen. Officier van justitie Teeven verzette zich hiertegen.

“Waarom toch dat verzet de hele tijd”, vroeg Moszkowicz zich hardop af. Hij suggereerde dat justitie voorrang zou hebben gegeven aan het onderzoek naar de Van Hout-organisatie boven een onderzoek naar de moordaanslag, om het eerste onderzoek “niet kapot te laten gaan”.

Hij zei een bron te hebben die zou kunnen aantonen dat de videobanden opzettelijk zijn gewist, mogelijk om ontlastend materiaal voor Van Hout te vernietigen. Als dat klopt, kan dat volgens Moszkowicz leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en komt Van Hout op vrije voeten. Teeven daagde hem uit met meer bewijzen te komen. Moszkowicz zei echter in overleg met Van Hout zo lang mogelijk zijn bron te willen bescherme. “Dat doet het OM ook altijd.” De rechtbank zal woensdag bepalen of de rechercheurs als getuigen moeten verschijnen.