Zeer links en zeer rechts winnen in Moldavië

De parlementsverkiezingen van gisteren in Moldavië lijken een grote zege voor de communistische partij te hebben opgeleverd. Het hervormingsgezinde centrum rond president Petru Lucinschi kwam er nauwelijks aan te pas. ROTTERDAM, 23 MAART. De Communistische Partij van Moldavië (PCM) stevent op een forse overwinning in de Moldavische parlementsverkiezingen af: toen vanochtend 92 procent van de stemmen was geteld stond de PCM op 29,3 procent. Dat is tien procent meer dan bij de opiniepeilingen was voorspeld.

En dat is slecht nieuws voor president Petru Lucinschi, die in de aanloop tot de parlementsverkiezingen het electoraat keer op keer had gewaarschuwd dat stemmen op 'extremistische' partijen tot 'chaos' zou leiden. En tot de extremisten rekende Lucinschi zowel de communisten als de rechtse Democratische Conventie van Moldavië (CDM), die nauwe samenwerking met Roemenië voorstaat. Voortgang van het hervormingsbeleid is volgens Lucinschi alleen mogelijk als de keizers een sterk centrum in het zadel houden.

Maar dat centrum werd gisteren in hoge mate genegeerd. Van de drie of vier pro-Lucinschi-partijen voer alleen de partij Voor Democratisering en Welvaart wel: ze kreeg voorlopig 18,1 procent van de stemmen en staat daarmee derde, na de PCM en na de Democratische Conventie: die - zeer anti-communistische, pro-Roemeense en volgens Lucinschi 'extremistische' - partijencoalitie, vroeger bekend als het Volksfront, kreeg 19,9 procent van de stemmen voor het 101 zetels tellende parlement. Van de vijftien deelnemende partijen hebben er waarschijnlijk maar vier de kiesdrempel van vier procent gehaald.

De Moldavische kiezers - 68 procent nam de moeite naar de stembus te gaan - hebben met hun voorkeur voor de PCM nostalgie naar de economische veiligheid van vroeger en hun wanhoop over hun sociale en economische situatie laten prevaleren boven de argumenten van hun president. Van hervormingen is in Moldavië nauwelijks nog sprake. Het land is verpauperd en zucht vooral economisch nog altijd onder het onopgeloste conflict om Transnistrië, de industriële regio op de linkeroever van de Dnjestr die zich na een oorlogje in 1992 onafhankelijk verklaarde. Die kwestie zit nog altijd muurvast. Buitenlandse investeerders zien geen perspectieven in Moldavië - Moldavië is hekkensluiter in heel Oost-Europa - en de internationale geldinstituten zijn pessimistisch: in 1997 kreeg Moldavië maar 227 miljoen dollar aan leningen, een kwart van het bedrag dat het in 1994 nog kreeg. De reden: Moldavië kan niet voldoen aan de voorwaarden van het IMF en de Wereldbank op monetair, begrotings- en fiscaal gebied. Het begrotingstekort is met zes procent van het bnp veel te groot en het land voert twee keer meer in dan het uitvoert. De inflatie is weliswaar (met elf procent in 1997) onder controle, maar de achterstanden bij de uitbetaling van lonen en pensioenen lopen alleen maar op en als ze geld krijgen, krijgen de Moldaviërs te weinig: gemiddeld vijftig dollar per maand, terwijl voor het simpelweg overleven statistisch gezien 110 dollar per maand nodig is.

Die malaise en de hervormingsmoeheid hebben de communisten in de kaart gespeeld. De PCM van Vladimir Voronin (ex-generaal en ex-Sovjet-minister) was bij de vorige parlementsverkiezingen in 1994 nog buiten de wet gesteld en kon dus niet meedoen. Maar de PCM is wel al een tijd op het politieke toneel aanwezig. In de regering van premier Ion Ciubuc zitten twee communisten en het parlement zeven PCM-leden - het gevolg van partijsplitsingen, waarbij parlementariërs zich bij de communistische partij aansloten.

De PCM behoort niet tot de partijen die zich lenen voor makkelijke coalities. Ze staat vijandig tegenover hervormingen en positief tegenover een herstel van de door de staat geleide planeconomie van vroeger (inclusief een terugdraaien van privatiseringen). Ze bepleit een herstel van de Sovjet-Unie en ziet het liefst dat Moldavië zich aansluit bij de unie van Rusland en Wit-Rusland. China en het Wit-Rusland van dictator Loekasjenko zijn Voronins voorbeelden. “In Wit-Rusland worden sociale problemen opgelost”, zei hij vorige week. Voronin wil niets te maken hebben met de Wereldbank en het IMF en alles met het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS).

Dat zijn vrijwel allemaal programmapunten die voor andere partijen onaanvaardbaar zijn. De enige uitzondering is de partij Socialistische Eenheid-Jedinstvo, die de Russische en Oekraïense minderheden vertegenwoordigt en die soortgelijke standpunten huldigt (de enige uitzondering is de kwestie-Transnistrië: Jedinstvo wil de afscheiding van Transnistriër erkennen, de PCM niet). Maar Jedinstvo heeft het niet ver geschopt - hoogstwaarschijnlijk heeft ze de kiesdrempel van vier procent niet eens gehaald. Voronin wordt nu met de vorming van een regering belast. In de hoofdstad Chin wordt voorzichtig gespeculeerd over een coalitie van de PCM en het pro-presidentiële centrum.

De zege van de communistische partij is slecht nieuws voor president Lucinschi. Dat de Democratische Conventie de tweede plaats bezet maakt dat slechte nieuws nog slechter. En tot overmaat van ramp lijkt van de pro-Lucinschi-partijen er maar één de kiesdrempel te hebben gehaald: de Partij van Democratische Krachten, die negen procent heeft gekregen.