Vroege vogelzang

Vroege Vogels, het zondagochtendprogramma van de Vara, is langzamerhand een instituut geworden. Een instituut dat zijn voorganger Weer of geen weer van Bert Garthoff vrijwel uit het geheugen heeft verdrongen.

Vroege vogels heeft van meet af aan een eigen gezicht gehad: was het bij Bert Garthoff vrijwel puur natuur, bij Ivo de Wijs en Inge Diepman is het duidelijk natuur en milieu geworden - en dientengevolge ook politiek. Dat betekent dat in veel afleveringen, tussen welgekozen korte klassieke muziek, niet alleen natuuronderwerpen de revue passeren maar ook vraaggesprekken met minister De Boer, woordvoerders van Milieudefensie en milieuambtenaren. De naïeve jaren van Naturbejahung zijn voorbij - zonder milieu kennelijk geen natuur - maar er zijn momenten dat je hoofd er niet naar staat. Zo'n moment was gisterochtend, de eerste lentezondag. Weliswaar was het weer buiten grauw met af en toe een guur buitje, maar toch - het was lente met zingende merels, vroege tjiftjafs en driftige koolmezen. Het klein hoefblad bloeide tegen de regen in en het koolzaad stond ook al open.

Maar voor Vroege Vogels was dit moment om de luisteraars te begroeten met de Europese Habitatrichtlijn. Gelukkig draaide dit grimmige begin al gauw bij naar een excursie in Waterland waar werd stilgestaan bij de Noordse woelmuis. Waarom de Noordse woelmuis? Dit knaagdiertje, een bewoner van ruige weilanden, is voor Nederland uniek. Wij hebben hier een ondersoort die nergens anders ter wereld voorkomt (een endeem) en dat kan van geen enkele andere Nederlandse vogel of zoogdier gezegd worden. Dat legt Nederland binnen die Europese Habitatrichtlijn bepaalde verplichtingen op. En de ellende is nu dat het met die Noordse woelmuis juist bijzonder slecht gaat.

Radio is radio, maar wat ik bij dit begin hevig miste waren de beelden van David Attenborough. Of waren het de enthousiaste, beeldende woorden van Bert Garthoff die - hoe hij het deed weet ik niet - in staat was het diertje door de microfoon de huiskamer in te krijgen. Nu moesten we het doen met 'een kroketje op pootjes' en 'de panda van Nederland' - wellicht geslaagde humor voor beleidsmakers en natuurlobbyisten, maar weinig opwekkend voor een simpele luisteraar aan het begin van een lenteochtend.

Onderbroken door reclame en nieuws - Vroege Vogels zit op Radio 1, de nieuws- en sportzender - kwamen we bij autochtone eiken. Uit DNA-onderzoek van Bert Maas van het IBN bleek dat in Nederland nog steeds eiken voorkomen die rechtstreeks afstammen van de bomen die na de IJstijd op eigen kracht Nederland wisten te bereiken. Dit zijn dus rassen die een natuurlijke aanpassing hebben aan het Nederlandse klimaat, in tegenstelling tot de grote meerderheid van eiken, die afkomstig is van goedkoop pootgoed uit de Balkan. “Dat die autochtone rassen er nog zijn”, aldus Maas, die op een stam van een eeuwenoude eik klopte, “zal voor veel natuurbeheerders een eyeopener zijn.” Toch nog puur natuur in Nederland, al was op de achtergrond duidelijk een snelweg hoorbaar.

En dan was er, zonder enig cynisme, Nico de Haan van de Vogelbescherming die de eerste aflevering kwam brengen van 'Vroege Vogelzang', een serie lessen voor beginners om vogels op het gehoor te herkennen (ook op cd). Leidraad voor de serie is dat je de vogel zelf moet nadoen. Dat levert heel wat 'tjududuuu's' en 'tierewietwietwiets' op, die Nico de Haan dapper ten gehore brengt. Lichtelijk belachelijk maar juist heel gezellig. Begonnen werd met de merel en er volgen dit jaar nog 39 tuinvogels.

Hoewel Nico de Haan met zijn 'tjududu' en 'piewietwiet' keurig in de plooi bleef, was dit voor mij het moment om echt vrolijk te worden, veel meer dan bij de sarcastische humor van Midas Dekkers en de geroutineerde een-tweetjes van het duo Ivo de Wijs en Inge Diepman. Voor milieucynisme is de lente niet de goede tijd.