Veraart, advocaat van ongewone zedenzaken

Geconfronteerd met een zedenzaak stelt advocaat Chris Veraart zich de vraag of er sprake is van een valse aangifte: is de vermeende dader niet eigenlijk het slachtoffer? Een kwalijke aanpak, zeggen zijn tegenstanders, omdat het gros van de verkrachtingszaken zo schrijnend is.

Bij ieder pleidooi herhaalt strafpleiter Chris Veraart (53) het weer: “Ik heb het grootste respect voor de slachtoffers van zedenmisdrijven. Verkrachting is de grootste inbreuk op een vrouw die denkbaar is.” Maar dat neemt niet weg dat hij dikwijls ook denkt: 'Wat staan we hier nou te doen in die toga's? Die mensen moeten naar het Riagg.'

De menselijke realiteit “laat zich niet altijd vatten in wetteksten”, vindt Veraart. Verkrachting is afschuwelijk, maar juist omdat dit zo is, laat de wet zich gemakkelijk misbruiken door vrouwen met een verborgen agenda. Dit ervoer hij de afgelopen vijftien jaar waarin hij zich heeft gespecialiseerd in zedenzaken. Met zijn frêle voorkomen, milde stem en zachte gelaatsuitdrukking wekt hij niet de indruk een macho te zijn. Hij is vriendelijk, geestig en charmant, maar als hij na veel wikken en wegen zijn standpunt eenmaal heeft bepaald, ook onwrikbaar. Veraart, getrouwd en vader van drie kinderen, hoorde in 1981 dat hij lijdt aan multiple sclerose. Hij heeft de chronisch-progressieve variant ervan, het gaat langzaam achteruit. Sinds een paar maanden is hij voor het grootste gedeelte van de tijd veroordeeld tot een rolstoel, maar de strijdlust is niet verdwenen. Integendeel, de felle reacties op zijn ideeën hebben hem alleen maar enthousiaster gemaakt om door te gaan. De muur van zijn kantoor is behangen met aquarellen van padden, zijn hobby. Dankzij de landelijke vereniging 'Red de Pad', die Veraart in 1981 oprichtte, zijn in zijn woonplaats Bergen tien paddentunnels aangelegd.

Veraart, afkomstig uit een katholiek juristenmilieu en in de jaren zeventig een van de wegbereiders van de sociale advocatuur, heeft van zijn pleidooi een maatschappelijke missie gemaakt. Met zijn overtuiging dat de seksuele emancipatie van de vrouw haar claim op de slachtofferrol in zedenzaken minder geloofwaardig heeft gemaakt, doet hij meer dan alleen zijn zegje als strafpleiter. Het was ook een socioloog en geen jurist, Veraarts jeugdvriend Kees Schuyt, die hem aanspoorde om over zijn praktijkervaring een boek te schrijven. Al geeft 'Valse Zeden', dat eind vorig jaar uitkwam, geen uitsluitsel over hoe vaak valse aangiften voorkomen, de opsomming van zaken geeft inzicht in de vraag hoe fouten in zedenzaken kunnen ontstaan.

Het heeft volgens Veraart te maken met een onevenwichtigheidje in de tijdgeest: de seksuele emancipatie van vrouwen heeft geen gelijke tred gehouden met de wijze waarop justitie hen in zedenzaken behandelt. Goedele Liekens bespreekt op de televisie vrijelijk de zegeningen van groepsseks. Maar, zo meent Veraart, als een vrouw aangifte komt doen van verkrachting, is de reflex van de politie nog altijd haar te ontvangen als een in haar eer geschonden madonna. Na de zaak-Lancée (de politieman op Schiermonnikoog die ten onrechte werd beschuldigd van incest met zijn dochter) heeft justitie toegegeven dat valse aangiften een risico zijn. Thans is een commissie van het OM bezig te onderzoeken hoe justitie zedenaangiften zorgvuldiger kan beoordelen. Veraart wordt de laatste tijd opvallend vaak uitgenodigd voor discussies op de televisie en de politie is ook al bij hem langs geweest om te vragen hoe het dan moet.

Veraart onderscheidt in zijn boek 'Valse Zeden' vier categorieën in zedenzaken: de ernstige verkrachting, de 'vrijage met een smet', de 'mislukte vrijage' en de verzonnen zedenzaak. Vooral de 'mislukte vrijage' heeft zijn belangstelling: een vrijwillige vrijpartij pakt slecht uit en eindigt in een aangifte. 'Gewone' verkrachtingen - man trekt meisje van fiets - stuurt Veraart door naar collega's. Een zedenzaak is voor hem pas interessant als hij achter de formele schijn een 'verhaal' vermoedt.

Waar twee mensen hebben gevreeën, hebben er dikwijls twee 'schuld', meent Veraart. Hij ziet zich daarbij lijnrecht tegenover de vrouwenbeweging staan die juist jaren heeft gevochten tegen het macho-adagium dat een verkrachte vrouw 'het er zelf wel naar zal hebben gemaakt'. Het vrouwenblad Opzij maakte vorige maand in een vier pagina's tellend artikel de grond gelijk met de “archaische opvattingen” in zijn boek. “Negeer hem” adviseert de vrouwelijke officier van justitie in Arnhem, A. Brughuis, bij navraag naar Veraart. “Hij is het soort man dat vindt dat als een vrouw een beetje aardig doet tegen een man, zij niet gek moet opkijken als hij haar verkracht”, zegt ze. Ze noemt het kwalijk dat Veraart de aandacht vestigt op de valse aangiften, terwijl het gros van de verkrachtingszaken zo schrijnend is.

Waar de meeste van zijn collega's zich concentreren op de wet, zoekt Veraart het vooral in de psyche van verdachten en aangeefsters. Zijn gesprekken met cliënten zijn lange, haast therapeutische sessies. Een oude liefdesbrief vindt hij interessanter dan een foutje in de dagvaarding. Zijn pleitnota's lezen haast als dichterlijke manifesten, zoals die voor de in 1996 van verkrachting beschuldigde Richard S. “In de seksualiteit is het helaas, of gelukkig, niet altijd zo duidelijk wat de partners willen. Seks is een spel van afstoten en aantrekken. Van veroveren en veroverd worden. Van bewuste en onbewuste verlangens. Van begeerte en van schuldig voelen. Van verbale en van non-verbale taal. Van woorden en handelingen. Seks is oer, seks is basaal, seks is overal.”

In juridische kring bestaat alom respect voor zijn onorthodoxe werkwijze, maar de neiging van Veraart om boven zijn vak als advocaat uit te stijgen, wekt ook ergernis. Hij verdedigt niet alleen zijn cliënt, maar “pretendeert ook de waarheid te prediken”, zo valt te beluisteren in kringen van de rechtbank te Alkmaar, waar zijn kantoor is gevestigd. Men neemt hem niet kwalijk dat hij daders van zedendelicten verdedigt, dat is tenslotte zijn vak. Maar “hij houdt het niet zakelijk” zo luidt het verwijt. Slachtofferadvocaat Gerda van Dijk, die Veraart al tien jaar meemaakt als tegenpartij: “Hij maakt zijn eigen scenario. Dat hoort niet in de rechtszaal.” De manier waarop hij de feiten kleurt, is volgens haar vaak “zeer grievend” voor slachtoffers. “Hij analyseert wat zij op welk moment gedacht of gevoeld moeten hebben, maar dat is zijn mening. In de rechtszaal doet die niet ter zake.”

Veraart ontkent niet dat hij weerstanden oproept bij collega's, officieren van justitie en rechters. “Bij de rechtbank wil men juridische formuleringen, een betoog kan niet vlak genoeg zijn. Ik ben steeds verder van de formele aanpak afgedreven omdat ik heb gezien dat je met een technisch betoog stukloopt tegen de papieren rechter, die zijn oordeel velt puur op grond van wat er in het dossier staat. Ik zoek naar de gebeurtenissen achter de formele werkelijkheid. Daarmee kom ik, denk ik, te dichtbij.”

    • Daniela Hooghiemstra