Strijd om ECB-bestuur onbeslist; Duitsland wil al dit jaar stabiliteitspact

YORK, 23 MAART. Duitsland wil dat de landen die in mei worden geselecteerd voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) zich dit jaar al houden aan het 'stabiliteitspact'. Dat omvat Europese afspraken voor begrotingsdiscipline die formeel pas volgend jaar ingaan.

Dit heeft minister Waigel (Financiën) gezegd tijdens een informele ontmoeting van EU-ministers van Financiën en centrale-bankpresidenten in het Britse York. De Duitse eis werd daar gezien als een teken dat Italië zal worden geaccepteerd als lid van de muntunie. Over welke landen deelnemen beslissen de EU-regeringsleiders begin mei. Komende woensdag brengen de Europese Commissie en het Europese Monetaire Instituut (de voorloper van de Europese Centrale Bank, ECB) elk een rapport uit over de staatshuishouding van de EU-lidstaten. Die rapporten spelen een belangrijke rol bij het besluit van de regeringsleiders. Het EMI zal de nadruk leggen op de hoge staatsschuld van met name Italië en België en methodes opperen om die snel te verminderen.

Informele discussies over de samenstelling van het bestuur van de ECB, die vanaf 1999 het monetaire beleid in de EMU bepaalt, brachten in York een oplossing niet dichterbij. De Franse minister Strauss-Kahn herhaalde dat Frankrijk blijft bij zijn kandidaat voor het presidentschap van de ECB, de Franse centrale bankier Jean-Claude Trichet. Het gros van de EU-landen prefereert de Nederlandse kandidaat Duisenberg, die nu al president is van het EMI.

Strauss-Kahn bracht zaterdag een nuancering aan op zijn voorstel voor een permanent lidmaatschap van Frankrijk, Duitsland en Italië van het bestuur van de ECB. Hij zou slechts “pragmatisch” hebben voorgesteld om in het eerste bestuur van de ECB een plaats voor Frankrijk, Duitsland en Italië te reserveren. Strauss-Kahn zei over zijn voorstel nog met zijn Duitse collega Waigel “in discussie” te zijn. Vrijdagavond sprak minister Zalm zich uit tegen het idee de grote landen een permanente zetel in de ECB te geven. De Belgische minister Maystadt sloot zich daar zaterdag bij aan. Hij vreest een figuur als bij het permanent lidmaatschap van Europese landen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Vertegenwoordigers van de betrokken landen zouden meer aan het belang van hun eigen land kunnen denken dan aan het gezamenlijk belang van de EMU-landen.

Na afloop waarschuwde A. Wellink, president van de Nederlandsche Bank, dat de benoemingskwestie de voorbereidingen van de ECB sterk vertraagt. Hij wees erop dat ook de benoeming van directeuren-generaal bij de ECB pas definitief kan worden geregeld als het bestuur bekend is, zodat de patstelling een veel groter deel van de ECB raakt.

Waigel sprak zaterdag harde taal over de in Duitse ogen te hoge netto-afdracht van het land aan de EU-begroting, en dreigde de besluitvorming over de hervorming van de EU-financiën te blokkeren als dit probleem niet wordt opgelost. De hervorming van de EU-financiën (landbouwuitgaven en regionale steunfondsen) is nodig om toetreding van nieuwe, Oosteuropese leden betaalbaar te houden. Duitsland betaalt nu netto 0,6 procent van het bruto binnenlands product aan de EU. “De Europese Commissie moet onze vastberadenheid niet onderschatten,” zei Waigel. Nederland betaalt verhoudingsgewijs nog meer, 0,7 procent. Ook Zalm kaartte de nettobetalingen aan. Hij wil dat Nederland, via een 'nettobegrenzer' 0,4 procent van het bbp betaalt, en op bedragen daarboven tweederde deel korting krijgt.

Ook Oostenrijk en Zweden vinden hun bijdrage te hoog. Denemarken zou overwegen zich bij de coalitie aan te sluiten.