Schade

Bij het achteruit steken geef ik per ongeluk de voor mij geparkeerde auto een stootje.

De eigenaar, zie ik uit mijn ooghoeken, heeft dit vanaf de stoep ook gezien. “Dat is niet zo leuk, ik zag het al misgaan”, zegt hij op een toon die bepaald niet uitnodigt de zaak soepel op te lossen. Daardoor geïrriteerd bekijk ik zijn bumper. Maar er is tot mijn opluchting helemaal geen schade. Of toch wel? Want er ontstaat een ordinaire scheldpartij, waarbij over en weer kwalificaties in de mond worden genomen die oppassende mensen maar beter kunnen vermijden. Terwijl mijn kinderen op de achterbank belangstellend vragen waar het over gaat, blaas ik de aftocht. Tot laat in de middag zeurt een ambivalente stemming: enerzijds ontevreden over het uit de hand lopen van het voorval, maar anderzijds tevreden over de krachtige manier waarop ik deze boer van repliek heb gediend.

De volgende dag is deze onplezierige herinnering geheel vervaagd. Bovendien zijn we vanmiddag uitgenodigd voor een tuinfeest. Maar waar je op kunt wachten in een dorp gebeurt dan ook. Na korte tijd verschijnt daar de Man met Auto. Omdat grote mensen ook heel klein kunnen zijn, doen wij beiden eerst krampachtig onze best elkaar niet te zien.

Dan besluit ik dat er aan deze situatie een eind moet komen en formuleer een ontwapenende zin om de kwestie uit de wereld te helpen. Er op af, ik zal de wijste zijn! Eerst nog even een drankje om moed te verzamelen. Geheel in beslag genomen door het repeteren van mijn openingszin ontgaat mij dat het voorwerp van mijn toenaderingspoging intussen naast mij aan de bar is komen te staan. Als ik wegloop met mijn bestelling kijk ik mijn tegenstrever onverwachts recht in het gezicht. Op deze confrontatie ben ik niet voorbereid en ik zoek mijn heenkomen in een niet bestaand punt over zijn schouder. Kans verspeeld en, naar inmiddels is gebleken, definitief verkeken.

Op deze historische misser is een duurzame koude oorlog gevolgd. Tegenwoordig komen wij elkaar dagelijks tegen bij het naar school brengen van de kinderen, waar wij naast de auto staand volharden in onze wrok.

Een nieuwe angst beheerst mij nu. Hoe moet het als straks een van onze kinderen bij een van zijn kinderen wil gaan spelen? Want ook daar kan je op wachten.