Raad van State wijst langdurige opname criminele junks af

DEN HAAG, 23 MAART. De Raad van State ziet niets in het voorstel van het kabinet om criminele drugsverslaafden langdurig gedwongen op te nemen. De Raad van State vindt dat minister Sorgdrager (Justitie) het wetsvoorstel onvoldoende heeft onderbouwd.

Het wetsvoorstel, dat stamt uit 1996, beoogt de harde kern van de criminele drugsverslaafden langdurig op te sluiten, hen te laten afkicken en hen voor te bereiden op terugkeer in de 'gewone' maatschappij. Daarnaast wil minister Sorgdrager de overlast terugdringen. Het gaat om een groep drugsverslaafden die regelmatig kleine delicten als winkeldiefstallen en auto-inbraken pleegt.

Deze delicten kennen een gevangenisstraf van minder dan twee jaar. Minister Sorgdrager wil criminele drugsverslaafden maximaal twee jaar opsluiten, om hen zo onder meer gedwongen te laten afkicken. Ze denkt daarbij aan zo'n 250 opvangplaatsen.

Maar de Raad van State vindt dat de bewindsvrouw onvoldoende de noodzaak van het wetsvoorstel heeft duidelijk gemaakt. De raad wijst erop dat er zeer dringende redenen moeten zijn om een hogere straf op te leggen dan gezien delict eigenlijk is toegestaan. De raad twijfelt er ook aan of gedwongen opvang wel voldoende resultaten zal boeken.

Nederland kent al zogenoemde drangprojecten, waar criminele verslaafden kiezen voor behandeling in een drugskliniek in ruil voor stopzetting van strafrechterlijke vervolging. Drugsverslaafden nemen op vrijwillige basis deel aan een 'drangproject'. Op dit moment kent Ossendrecht een project, waarbij verslaafden 'onder drang' afkicken. De Raad van State pleit ervoor eerst de evaluatie van dit experiment af te wachten.

Het ministerie van Justitie zegt het advies buitengewoon serieus te nemen en zich nog te beraden. In de Tweede Kamer kreeg het wetsvoorstel van minister Sorgdrager al eerder brede politieke steun.