Pratende hond

Een tijd geleden dachten veel mensen dat het geschreven woord op zijn retour was. Het zou binnenkort wel helemaal verdwijnen. Je vraagt je af op welke redenering dat berustte - dacht men soms dat mensen zouden gaan communiceren met stroomstootjes? Dat computers uitsluitend met afbeeldingen zouden werken? Of misschien dat rekenen weldra genoeg zou zijn om vooruit te komen in de wereld?

Gelukkig heeft nu bijna niemand meer zulke rare ideeën. Er wordt onverdroten geschreven en gelezen: dag lezer! Het geschreven, en vooral het gedrukte of anderszins vereeuwigde woord heeft niets van zijn kracht ingeboet.

Er is één sector waar het de laatste jaren zelfs buitensporig succesvol is: de beeldende kunst. Kunstwerken die bestaan uit neonletters, of woorden die op muren zijn geschilderd, of in steen geëtst (beitelen is zeldzamer, dat schijnt toch wel erg moeilijk te zijn) zijn al vaak vertoond, en nog dagelijks worden varianten als le dernier cri gepresenteerd.

Zelden is iemand zo onbeleefd om het een teken van zwakte te noemen als een beeldend kunstenaar taal gaat gebruiken. De suggestie is eerder dat zijn of haar woorden per definitie iets bijzonders zijn - hun uitzonderlijke vorm geeft ze al nadruk, en de ongerijmdheid van hun oorsprong doet denken aan een pratende hond, of het automatische schrift bij een seance - wat meteen het aura van diepzinnigheid verklaart dat eromheen hangt.

Het zou allemaal niet zo'n probleem zijn - laat die mensen toch, denkt u, er is zo veel onzinkunst, en smaken verschillen - als je niet onwillekeurig geneigd was om woordkunst te lezen. Zij dringt door tot de afdeling 'gedachten' in je hoofd. En daar blijkt de inhoud steevast van zo'n verpletterende stupiditeit te zijn dat het pijn doet. Erger dan lelijke beelden, meer zoals harde popmuziek, omdat het blijft hangen. Het dreint, nee, het beledigt.

Waarom schrijf ik dit? Omdat ik gelezen heb dat de Mondriaanstichting (alias de overheid) het honderdvijftigjarig bestaan van Museum Boijmans wil opluisteren met de publicatie van een 'luxueus uitgevoerde catalogus' van de collectie - gemaakt door de kunstenaar Hans Haacke. Hans Haacke? Deze Duitser heeft zich onsterfelijk gemaakt door in dezelfde tijd dat Bruce Nauman zijn banale woordspelingen in neon ging vereeuwigen, woordkunst te produceren met maatschappijkritische tendens. In 1996 exposeerde Boijmans van dit 'geweten van de kunstwereld' wandtapijten uit de jaren zeventig met ingeknoopte slogans tegen Westerse investeringen in het Iran van de sjah en in Zuid-Afrika. Pijnlijk achterhaalde protestgebaren, ja, zelfs toen die dingen werden gemaakt was het idee al goedkoop: maar had Haacke soms geen gelijk of zo?

Kunstenaars die niks kunnen maken, en daarom in slogans doen, en met museumcollecties mogen sollen (zoals Haacke in 1996 ook in Boijmans deed) - het is tot daar aan toe. Het gaat voorbij. Maar om zo iemand een catalogus te laten maken, iets dat een monument van cultuur zou moeten zijn, gaat wel ver. Dan kun je ook wel de grondwet laten herzien door Connie Palmen, of René Diekstra voorzitter maken van de Academie van Wetenschappen.

Intussen wordt een nieuwe generatie woordkunstenaars met gejuich binnengehaald. Museum Boijmans van Beuningen stuurt een bericht met daarin de onvergetelijke zin: 'Onlangs bedacht kunstenaar/ontwerper Lauran Schijvens het begrip Useum en liet dit auteursrechtelijk beschermen.' Als voorproefje worden alvast een paar associaties bij Useum genoemd: U, Us, Use - wij lezers huiveren bij de grootsheid van Schijvens' visie. En snikken van dankbaarheid dat deze geweldenaar een 'project' gaat maken in het m-useum.

Het motto waarmee directeur Chris Dercon ons in hetzelfde schrijven uitnodigt voor een 'feestelijke en vroegtijdige' paasborrel had ik de lezer eigenlijk willen besparen. Het is te erg - maar ik moet het toch kwijt. Er staat:

EI SEE YOU/EGG ZIE JE.

Zou de jonge Schijvens het hebben bedacht, of is het Dercons eigen, veelgeprezen artistieke verbeelding die hier spreekt?