Poldernederlands vindt navolging

Noordzee, nr 1-2; maart-april 1998. Uitg. Sdu, 68 blz. Introductieprijs ƒ 5,-. Jaarabonnement (10 nrs.) ƒ 89,50. Introductieabonnement ƒ 65,-.

Neerlandici, dat zijn de paria's van de moderne literatuur. Hun studies worden buiten eigen kring zelden gelezen (als het tenminste geen biografieën zijn) en voor een schrijver is er nauwelijks een beroerder kwalificatie denkbaar dan dat hij 'ook neerlandicus' is - die 'schrijven teveel volgens het boekje' is de communis opinio.

Er valt dus nogal wat te verkopen waar het de neerlandistiek betreft, maar wetenschappers hebben meestal geen idee hoe dat moet gebeuren. Bovendien hebben hebben de neerlandistiek-critici ook niet helemaal ongelijk, zoals al jaren te lezen valt in Literatuur, het bekendste semi-populaire tijdschrift op het gebied van de neerlandistiek. Niet dat Literatuur slecht is of saai, maar in al die jaren is het blad er nooit goed in geslaagd de stap naar een groter publiek te maken. Literatuur blijft schipperen tussen journalistiek en wetenschap, en weet zelden een goede middenweg te vinden. Het blijft daardoor bij uitstek het blad van de bewerkte doctoraalscriptie.

Dat moet beter kunnen, hebben ze bij uitgeverij SDU gedacht, en vooral op grotere schaal. Het Groot Dictee trekt ten slotte honderdduizenden kijkers, Nederlandse romans worden goed verkocht, bij spellingskwesties laaien de emoties hoog op, dus waarom zou er geen ruimte zijn voor een populair blad over neerlandistiek? En dus is er nu Noordzee, een tijdschrift voor 'taal en letteren', dat duidelijk de kloof tussen journalistiek en wetenschap wil dichten. Daar slaagt Noordzee aardig in, wat vooral komt door z'n gevarieerdheid: het bevat zowel stukken over literatuur als over taalwetenschap, een nieuwsrubriek, interviews, discussies, columns en beschouwingen.

Ook zijn er interessante signalementen in te lezen: aardig is bijvoorbeeld het artikel van Jan Stoop over het zogenaamde 'Poldernederlands', een door Stoop bedachte term voor het taalgebruik van 'jonge vrouwen met een hogere opleiding'. Zij spreken onder andere 'de klinker die als ei of ij gespeld wordt' uit als 'aai' wat leidt tot 'opzaai, verwaaiten, taaid, aaigelek, faait'. Belangrijke vertegenwoordigers van deze wijze van spreken zijn actrice/zangeres Katja Schuurman en de presentatrices van videoclipzender The Music Factory; 'kroongetuige' van het 'Poldernederlands' is echter zangeres Trijntje Oosterhuis van Total Touch, die volgens Stoop op de dodenherdenking van vorig jaar mocht zingen dat 'de verleden taaid van vrede is aurlog'. Opmerkelijk genoeg krijgt het Poldernederlands steeds meer navolging, wat volgens Stoop komt doordat deze vrouwen zo succesvol zijn. Hij voorspelt zelfs dat als het zo nog even doorgaat Poldernederlands het nieuwe ABN wordt.

Naast het stuk van Stoop staan er meer opvallende aardige stukken in Noordzee, zoals een interview van Arnon Grunberg met 'zijn bibliograaf', Jos Wuijts ('Vraag 1: waarom bent u in godsnaam mijn bibliograaf geworden?'), een stuk over de beruchte landbouwfilm Roggebouw in Roswinkel waaraan J.J. Voskuil werkte in zijn P.J. Meertens-tijd en die hij uitgebreid heeft beschreven in zijn romancyclus 'Het Bureau'.

Toch blijkt uit die onderwerpen ook meteen het grote probleem van het blad. Wil het een groot publiek aanspreken, dan moet het aanhaken bij de actualiteit, maar daarin zal Noordzee altijd veel trager zijn dan kranten en weekbladen. Dat blijkt al uit het supplement dat het hart van dit eerste nummer vormt en dat geheel gewijd is aan 'het platteland', een afleiding van het boekenweekthema waarvoor de interesse ongetwijfeld niet twee maanden lang zal duren. Nog erger wordt het in een interview met Joost Zwagerman, waarin deze zijn dispuut met Volkskrant-criticus Arjan Peeters nog eens mag oprakelen. Toen Noordzee werd gemaakt had dit onderwerp nog een zekere actualiteitswaarde; nu, eind maart, voegt het stuk niets meer toe aan deze kwestie - en dat geldt, helaas, voor wel meer stukken in dit eerste nummer. Het is te hopen dat Noordzee het gevaar van achter-de-meute-aanlopen op tijd onderkent en een beetje leert schipperen tussen actualiteit en originaliteit. Of dat gaat lukken kan het volgende nummer al blijken: gaat Noordzee zich wel of niet aan Connie Palmen wagen?

    • Hans den Hartog Jager